De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Wedloop om wetenschapsgeld

7 juni 2014

Onderzoeksgeld verwerven is zo tijdrovend en geldverslindend dat het ten koste gaat van het onderzoek zelf. Bovendien spelen de beoordelaars vaak op safe, waardoor tegendraadse voorstellen minder kans maken. In dit Volkskrant-artikel van Jurre van den Berg gepubliceerd op 7 juni 2014 over de onderzoeksvoorstellenindustrie, is onder andere Bé Breij aan het woord.


'Een merkwaardige roes.' Zo typeerde de socioloog Max Weber de toestand van de wetenschapper die het gevoel heeft 'dat het lot van zijn ziel afhangt van de vraag of hij die en die hypothese op die en die plaats in zijn manuscript terecht heeft opgesteld'. Zonder die gedrevenheid - een 'roeping' volgens Weber - kan iemand beter wat anders gaan doen. Dat klinkt vreselijk romantisch en pretentieus. Maar de kern van Webers zaak was dat wetenschap geen wedstrijdje is. Nu krijg je weleens een andere indruk. Bijvoorbeeld als de pr-afdeling van een willekeurige universiteit weer eens met veel trompetgeschal de nieuwe topnotering op een internationale ranking of de laatste successen in één van de vele subsidiecompetities bekendmaakt.

Bé Breij (41) weet sinds kort hoe dun de lijn is tussen een plaats in of net buiten zo'n persbericht. In 2008 kreeg de klassieketalendeskundige van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een beurs om retorica in Romeinse redevoeringen te bestuderen. Maar afgelopen april haalde haar plan om te onderzoeken hoe in teksten van Seneca de insinuatie als stijlfiguur opkwam het net niet. Anderhalve maand werk zat er in het voorstel. 'Gelukkig heb je avonden en weekenden.'

Deugde haar plan niet? Zeker wel. Van twee anonieme beoordelaars kreeg ze een A, van de andere twee een A+, het hoogst mogelijke oordeel. Maar als er 540 gegadigden zijn, zoals bij de betreffende Vidi-subsidie het geval is, red je het zelfs met zo'n rapport niet. 'De concurrentie is gigantisch', zegt Breij. 'Eigenlijk verwacht men dat het onderzoek al grotendeels gedaan is, of dat je ten minste weet wat eruit gaat komen.'

Breij is universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit Nijmegen en vicevoorzitter van De Jonge Akademie, een denktank van talentvolle wetenschappers. Dat er strenge selectie plaatsvindt bij het verdelen van beurzen vindt ze terecht. 'Je krijgt een heleboel geld uit publieke middelen. Dat moet besteed worden aan het allerbeste onderzoek.' Maar het systeem staat onder druk, zegt ze. 'NWO-subsidies waren bedoeld voor de toppers, nu is iedereen erop aangewezen. Dat leidt tot veel verspilde moeite.'

Voorheen konden universiteiten nog teren op het vrij te besteden basisbudget van het Rijk. Maar die bron droogt op, terwijl er steeds meer studenten en promovendi zijn gekomen. Onderzoekers zijn daardoor steeds afhankelijker van NWO, die op basis van competitie subsidies verdeeld onder zonder uitzondering 'excellente' onderzoekers. En van bedrijven en organisaties die onderzoek in opdracht laten doen.

De inkomsten uit deze twee geldstromen zijn de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld, van 900 miljoen tot zo'n 1,7 miljard, becijferde Ernst & Young onlangs. NWO alleen al heeft 637 miljoen per jaar te vergeven. De komende jaren komt daar nog eens 100 miljoen euro bij. Er gaan bij adviesraden stemmen op om onderzoekers en instellingen nog heviger te laten concurreren.

De felbegeerde beurs moet meestal bemachtigd worden met een onderzoeksvoorstel; een plan waarin wordt uiteengezet wat het voorgenomen onderzoek vernieuwend en belangwekkend maakt voor zowel wetenschap als samenleving en waarom de aanvrager de uitgelezen kandidaat is om het werk uit te voeren.

Wetenschappers kunnen zich daarmee in toenemende mate richten tot Brussel. Vergeleken met de bedragen die daar worden verdeeld, zijn de miljoenen van NWO kleingeld. Zo is dit jaar Horizon 2020 van start gegaan, een programma waarin de komende zeven jaar 80 miljard euro beschikbaar is voor onderzoek en ontwikkeling door kennisinstellingen en bedrijven. Daarvan zou 1,8 miljard euro naar Nederlandse universiteiten moeten gaan.

Lees verder in de Volkskrant online over onder andere de Europese subsidiestrijd en het Matteüs-effect. 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken