De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Topsectoren zijn verzuild

6 juni 2014

De Jonge Akademie luidt de noodklok over de topsectoren. Deze zijn te verzuild, het spreekt een bijzonder klein deel van het wetenschappelijk potentieel aan. Bovendien beperken de topsectoren zich tot innovaties in economisch rendabele sectoren. Dit artikel is gepubliceerd in ScienceGuide op 6 juni 2014.

Woensdag 11 juni spreekt de Kamer over de topsectoren. In aanloop naar dit debat schrijft de Jonge Akademie dat de topsectoren in de huidige vorm niet te handhaven zijn. De oplossing is simpel: ent de topsectoren op de grote vraagstukken van deze tijd, verbind ze met elkaar en maak ze vraaggestuurd.

Betoog De Jonge Akademie

“Het is inmiddels meer dan een halfjaar geleden dat de Tweede Kamer sprak over het topsectorenbeleid. Op 11 juni staat het onderwerp weer op de rol in het parlement. Maar stil was het niet, in de tussentijd. Tal van partijen hebben de minister opgeroepen ten halve te keren, om hele dwalingen te voorkomen. Een korte bloemlezing om het geheugen op te frissen. 

Ondoordacht

Vertegenwoordigers van grote kennisintensieve bedrijven deden een appel op de minister van Economische Zaken om het beleid te moderniseren, met minder regels en procedures. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid vindt de keuze voor de negen sectoren ondoordacht en te weinig gericht op opkomende echte innovatieve bedrijven. Wetenschappers wijzen er voortdurend op dat échte innovatie zich niet laat afdwingen.

En, opnieuw, vertegenwoordigers van multinationals die in een brief aan minister Bussemaker een lans braken voor convergentie tussen de topsectoren en pleitten voor de ontwikkeling van een alomvattende visie op onderzoek en innovatie. Eerlijk is eerlijk: veel van deze punten hebben ook politici de minister al eens voorgehouden, maar de intentie om structurele verbeteringen aan te brengen is voor ons niet zichtbaar.

De wereld draait door

De wereld draaide intussen gewoon door. Op 1 januari startte de Europese Commissie met het onderzoeks- en innovatieprogramma ‘Horizon 2020’. Binnen dit programma worden de komende jaren tientallen miljarden geïnvesteerd om kennis zo goed mogelijk in te zetten voor maatschappelijke kwesties.

Het topsectorenbeleid moet wetenschappers dichterbij ondernemers brengen. Er zijn drie hoofdredenen waarom dit niet zal lukken:

  1. De topsectoren zijn sterk verzuild, terwijl de wetenschap juist druk doende is bruggen te slaan tussen vakgebieden. Juist op de grensvlakken vinden doorbraken plaats. Het afbakenen van gebieden is dus contraproductief. Mét de ondernemers vinden wij dat er een gemeenschappelijke agenda moet zijn, gericht op het oplossen van maatschappelijke vraagstukken.
  2. Omdat op specifieke vakgebieden wordt ingezet spreken de topsectoren een bijzonder klein deel van het wetenschappelijk potentieel aan. Daarmee schiet de overheid in eigen voet. Het innovatiebeleid zou open moeten staan voor creatieve ideeën van alle wetenschappers in Nederland.
  3. De topsectoren beperken zich tot innovaties in economisch rendabele sectoren. Een scherper contrast met het Horizon 2020-programma is niet denkbaar. Dat programma richt zich op de grote maatschappelijke uitdagingen als vrijheid, milieu en demografie.

De oplossing is simpel: ent de topsectoren op de grote vraagstukken van deze tijd, verbind ze met elkaar en maak ze vraaggestuurd. Complexe uitdagingen vereisen een multidisciplinaire aanpak. Denk aan het vraagstuk van de klimaatverandering: dat vereist de inzet van bètawetenschappers én inzichten uit de sociale wetenschappen, over gedragsveranderingen en de implementatie van innovaties.

Groot draagvlak

Door een aanpak die uitgaat van maatschappelijke uitdagingen wordt een multidisciplinaire aanpak mogelijk en kunnen veel meer wetenschappers bijdragen. Laat wetenschap renderen waar mogelijk. Verder kan zo’n aanpak vermoedelijk rekenen op een groot maatschappelijk draagvlak. Ten slotte: de aansluiting van het mager gefinancierde Nederlandse beleid bij Europees beleid is ook cruciaal omdat het de kansen voor financiering van onderzoeksvoorstellen uit Horizon 2020 sterk vergroot.

Onderzoek en innovatie moeten bruisen. Dat zal alleen gebeuren als bedrijfsleven, wetenschap en overheid genoeg massa bijeenbrengen om outside the box – of, toepasselijker, buiten de gouden driehoek – te denken.

In het afgelopen half jaar wijdde onze minister-president mooie woorden aan het Nederlandse talent voor innovatie. De Jonge Akademie daagde hem onlangs uit de daad bij die woorden te voegen en onderzoek en innovatie tot thema te maken voor het Nederlands voorzitterschap van de EU, begin 2016. 

Aansluiting van het nationale beleid bij het vraaggestuurde Europese beleid is stap één; onderzoek en innovatie centraal te stellen tijdens het Nederlands voorzitterschap is stap twee. Want onderzoek en innovatie, als uitingen van creativiteit, zijn inderdaad bij uitstek een Nederlands talent. Verguld dat." 

Appy Sluijs,

Namens De Jonge Akademie.

 

 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken