De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Pas op met onderzoeksgeld!

17 december 2013

De Jonge Akademie vindt de voorzet vanuit de VVD bij het wetenschapsbeleid niet erg gelukkig. Bé Breij analyseert de uitkomst van het Kamerdebat over het wetenschapsbeleid en geeft nadere argumenten waarom de denklijn die Anne-Wil Lucas namens de VVD op tafel legde de DJA niet zo verstandig voorkomt. Verschenen in ScienceGuide op 17 december 2013.

Het is verheugend dat minister Bussemaker in het Algemeen Overleg wetenschapsbeleid van 4 december de overheveling van onderzoeksgeld van eerste naar tweede geldstroom, zoals bepleit door VVD-onderwijswoordvoerder Anne-Wil Lucas, heeft afgewezen. Lucas’ bezwaren tegen de huidige gang van zaken zijn ingegeven door terechte zorgen. Inderdaad gaat er veel tijd zitten in het lobbyen voor geld bij financiers, en gaat er veel aandacht naar het zo snel mogelijk publiceren van zoveel mogelijk resultaten, waardoor er (te) weinig ruimte overblijft voor het daadwerkelijk uitvoeren van goed, diepgaand onderzoek. En natuurlijk bieden de subsidies van NWO excellente onderzoekers de gelegenheid om eigen onderzoekslijnen uit te zetten en zich daar zolang hun subsidie loopt grotendeels op te concentreren.

Toch zou de overheveling van (een deel van) de onderzoeksfinanciering van de universiteiten naar NWO meer kwaad dan goed doen. De druk om onderzoeksaanvragen te schrijven en te lobbyen voor geld zou er immers niet minder op worden, evenmin als de publicatiedruk, want onderzoek dat met een externe subsidie wordt verricht, is per definitie kortlopend. Ook is het vaak gebonden aan bestaande programma’s en zwaartepunten, en in toenemende mate aan de topsectoren, waarin niet voor alle wetenschapsgebieden ruimte is. Tot slot biedt het ongewisse toekomstperspectieven: legio zijn de onderzoekers die de ene tijdelijke aanstelling op de andere moeten stapelen en van universiteit naar universiteit moeten blijven verkassen om de gevolgen van de flexwet, die universiteiten verbiedt om een tijdelijk contract vaker dan tweemaal te verlengen, te ontlopen.

Het zijn daarentegen juist de universiteiten die dankzij hun vaste eerste geldstroom een vruchtbare en relatief stabiele omgeving kunnen bieden voor ongebonden, nieuwsgierigheidsgedreven en langjarig onderzoek binnen het hele wetenschappelijke spectrum. Daarom is het van eminent belang dat zij in staat blijven om hun eigen onderzoeksprogramma’s te financieren en zelf onderzoekers aan te stellen en te behouden. Dat is goed voor onderzoekers, omdat het ze bestaanszekerheid geeft en daarmee de mogelijkheid zich ten volle te ontplooien. Maar het is vooral goed voor de wetenschap als geheel, omdat universiteiten daardoor de plaatsen blijven waar onderzoek en onderwijs worden verenigd. Dat is belangrijk voor de studenten, die immers moeten worden opgeleid tot wetenschappers, door docenten-onderzoekers die kennis en methoden overdragen èn genereren. Maar ook de docenten-onderzoekers varen wel bij de combinatie van onderzoek en onderwijs: hun onderzoek wordt verrijkt door de interactie met hun studenten. Wie de universiteiten hun onderzoeksfinanciering ontneemt, drijft onderwijs en onderzoek uit elkaar – dan worden universiteiten pas echt fabrieken.


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken