De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

'Minister Bussemaker, beperk wetenschap niet tot economisch nut'

14 september 2013

Ingrid RobeynsDe wetenschap heeft een nieuwe visie nodig, schrijft Ingrid Robeyns in de online editie van de Volkskrant op de opiniepagina. Het is hopen dat er niet alleen wordt gekeken wat in materiële termen nuttig kan zijn. 'Het is ook wat waard als een wetenschapper meewerkt aan een televisieprogramma dat de koolstofcyclus uitlegt.'

Zie ook:  Opiniepagina Volkskrant.

Wat we steeds meer lijken te vergeten, is dat we niet leven om te werken en de economie draaiende te houden. De economie is er voor de mens, en niet omgekeerd. Vorige week sprak minister Bussemaker bij de opening van het academiejaar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Als toehoorder was ik benieuwd of ze een ander verhaal zou houden dan de economistische visie van voormalig staatssecretaris Halbe Zijlstra.

Ten dele was dat het geval. Bussemaker had het niet over hoger onderwijs als schepper van menselijk kapitaal dat ingezet kan worden als economische productiefactor, maar over hoger onderwijs dat als belangrijkste doel heeft om mensen de vaardigheden bij te brengen zodat ze op een flexibele arbeidsmarkt hun brood kunnen verdienen.

Over valorisatie in de wetenschap zei Bussemaker niet veel, maar ze vertaalde het met 'technology transfer' en niet met, bijvoorbeeld, 'service to society'. Bussemaker verschuift het accent van de belangen van de werkgevers naar de werknemers. Maar verder past haar visie helemaal binnen de materialistische visie op het wetenschapsbeleid die de laatste jaren in Nederland dominant is geworden.

Meer dan productiefactor

Er is nood aan een sterker tegengeluid. Wetenschappelijk onderwijs is er niet alleen maar om arbeidskrachten op te leiden. Wat we steeds meer lijken te vergeten, is dat we niet leven om te werken en de economie draaiende te houden. De economie is er voor de mens, en niet omgekeerd. De mens is meer dan een productiefactor in economische processen. De mens is een wezen met honger naar kennis en inzichten, een mens die zich verwondert, verbaast, interesseert en die uitdagingen en zingeving zoekt.

Deze vragen die deze mens zich stelt, en de problemen waar hij zich mee geconfronteerd ziet, vragen om historische duiding, sociologisch begrip, politicologische en demografische analyse, een beter begrip van materie, massa, en het heelal, en een verdieping in zingeving, filosofische verheldering en ethiek.

Dit zijn de vragen die de wetenschap centraal zou moeten stellen, tegen de stroom van het economische nuttigheidsdenken in. Maar het wetenschapsbeleid maakt het steeds moeilijker om dat vol te houden, omdat het wetenschappers steeds minder ruimte laat voor wat buiten het terrein van het economisch nuttige valt. Vooral binnen de geesteswetenschappen, en de 'niet-economisch-nuttige' delen van de andere wetenschappen, maakt dit de wetenschapsbeoefening steeds lastiger.

Aan bel trekken

Deze observatie is niet nieuw. Maar er is wel een reden om nu aan de bel te trekken. Ten eerste vinden er nu al dramatische bezuinigingen plaats, zoals de abrupte en volledige stopzetting van de directe financiering van het NIDI, het uitmuntende demografische onderzoeksinstituut. Demografische ontwikkelingen stellen grote uitdagingen voor de toekomst, maar zij die de wetenschap horen te beschermen, begeleiden en sturen, kunnen blijkbaar van vandaag op morgen de hele basissubsidie van zo'n belangrijk instituut afschaffen.

En de vraag is maar of dit niet enkel de voorbode is voor nog meer kortzichtige ontwikkelingen in het Nederlandse wetenschapsbeleid.
Medio 2014 wil Minister Bussemaker een 'visie op de wetenschap' uitbrengen, en het wetenschapsbestel grondig op de schop nemen. Als voorbereiding daartoe zal vanuit het ministerie van Financiën een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) voor de wetenschapsbeoefening uitgevoerd worden. We weten niet waar dat toe zal leiden. Een grondige reflectie en het snijden van dor hout kan de wetenschap daarna laten opbloeien. Echter, het gevaar zit hem in de ideologische en technocratische bril waardoor oefeningen zoals deze vaak gebeuren.

In dienst van de economie

Instrumentele waarden zoals effectiviteit en efficiëntie dragen altijd fundamentelere waarden in zich, namelijk de waarden die uitdrukken wat we willen bereiken met een maatschappelijk instituut zoals de wetenschap.  En in alle discussies over wetenschapsbeleid van de voorbije jaren, blijkt steeds weer dat daarbij twee problematische aannames gemaakt worden.

De eerste is dat wetenschap direct of indirect ten dienste zou moeten staan van de economie. Dus als wetenschap ons kan helpen om mensen gezonder te houden zodanig dat we productiever zijn, of als wetenschap ons kan helpen de overheid efficiënter te laten werken zodanig dat ze de werkende burger beter kan dienen, dan is dat goed. Maar hoe je het ook draait of keert: wetenschap moet uiteindelijk in materiële termen nuttig zijn.  

Alles meetbaar

De tweede aanname is dat alle belangrijke uitkomsten van de wetenschap te meten zijn. Maar om te kunnen meten, heb je een meeteenheid nodig, en die hebben we niet. Je zou alles in geld kunnen uitdrukken. Maar hoeveel is het waard als een wetenschapper meewerkt aan een televisieprogramma dat de koolstofcyclus uitlegt? Hoeveel is het waard als ik twee scholieren help om hun VWO eindwerk filosofie te maken? Hoeveel is het waard als een islamdeskundige uitlegt wat de relevante verschillen zijn tussen de Soennieten en de Sjiiten om de conflicten in Irak en Syrië te begrijpen? Het is maar zeer de vraag of alles wat waardevol is in de wetenschap ook meetbaar is.

De wetenschap heeft een nieuwe visie nodig, dus het is goed dat minister Bussemaker die gaat ontwikkelen. Maar geef er ons dan een die zich niet beperkt tot haar economisch nut, en recht doet aan alle waarden van de wetenschap.


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken