De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Investeer in een brede wetenschap!

2 oktober 2015

Nu de begroting voor het eerst in jaren weer ruimte biedt, is het tijd om te investeren in verbreding van het Nederlandse onderzoek. Immers, een economie waar kennis centraal staat is sterker wanneer die kennis op een breed voetstuk staat geplant. Het is hoog tijd voor zo’n verbreding. Verschenen op ScienceGuide!

Het is hoog tijd voor zo’n verbreding. Hoewel de Lissabon-afspraken bepalen dat drie procent van het Bruto Nationaal Product gereserveerd wordt voor onderzoek, ligt de Nederlandse lat al jaren beneden deze maat. En dat terwijl de opvolger van het akkoord, de ‘2020-strategie’ van de Europese Unie, aanstuurt op een verdubbeling van dit percentage, gedragen door zowel overheid als bedrijfsleven. Het is op dit moment onduidelijk hoe die afspraken gehaald kunnen worden.

Afrekenlogica

In Kennisland Nederland hangt ondertussen een zure lucht. Enerzijds moet wetenschappelijk onderzoek economisch verantwoord zijn, terwijl aan de andere kant wordt gedacht dat de kenniseconomie voor een prikkie kan worden voorzien van kennis en kracht. Universiteiten zijn bang dat toekomstige investeringen sigaren uit eigen dozen blijken te zijn – terecht, gezien recente ervaringen. En ondertussen heerst overal de afrekenlogica die kwantiteit koppelt aan geldbedragen en waarbij kwaliteit uitsluitend in kwantiteit uit te drukken lijkt. In dit gevaarlijke spel is de prille student de machtigste speler: vakgebieden met lage inschrijvingen zijn permanent in gevaar voor afschaffing, zonder oog voor hun excellentie of hun belang voor de wetenschap als geheel. Wetenschappelijk onderzoek in Nederland mag internationaal dan als hoogstaand aangeschreven staan, zij wordt evenwel op velerlei fronten bedreigd. Het lijkt er bovendien op dat kwaliteit steeds meer wordt begrepen als het direct relevant zijn voor markttoepassingen.

De brede wetenschap, sleutel tot succes!

Het oordeel dat de Nederlandse wetenschap het goed doet in vergelijking met andere landen vormde tevens het openingssalvo van de recente Wetenschapsvisie. Deze stond evenwel ook veranderingen voor. Hoewel deze veranderingen sceptische reacties voortbrachten, maken ze duidelijk hoe belangrijk het voor Nederland is dat wetenschapsbeoefening breed is. We zijn excellent op veel verschillende gebieden, en juist in die breedte ligt de sleutel tot succes. Een van de belangrijkste veranderingen betreft het opstellen van een Nationale Wetenschapsagenda. Zo’n agenda kan een goede manier zijn om de burgers met wetenschappelijke vragen in aanraking te brengen en te laten zien hoe wetenschappers omgaan met grote uitdagingen zoals klimaatverandering, gezondheid, veiligheid en automatisering. De Wetenschapsagenda leverde ruim 12.000 vragen op, van zowel burgers, organisaties en wetenschappelijke instellingen. Inmiddels zijn die geclusterd en teruggebracht tot 140 kernvragen.

Deze vragen laten zien dat er grote complexiteit schuilgaat achter de grote onderzoeksthema’s van onze tijd, die gewoonlijk in een korte slogan of kernconcept worden gevat. Zo helpen sociale wetenschappen het culturele verzet begrijpen dat er bestaat ten opzichte van klimaatadaptatie, terwijl fundamenteel natuurkundig onderzoek en meteorologische modellering aan de basis liggen voor het aanpakken van klimaatverandering. Geesteswetenschappers en filosofen blijken cruciaal voor een thema als gezondheid, omdat onderzoekers in de levenswetenschappen niet in staat zijn om te gaan met de tegenstrijdige eisen die hun eigen technische vermogens stellen aan ethiek en politiek.

Veelsoortig onderzoek

Een belangrijke reden waarom er onvrede bestaat aan de instituties die cruciaal zijn voor het slagen van de toekomstvisie van het kabinet is de miskenning van het nut van de breedte – terwijl de Wetenschapsagenda juist zo mooi het belang hiervan laat zien. Te vaak wordt een versimpeld onderscheid gemaakt tussen toegepaste en fundamentele wetenschap. Wetenschappers ervaren dat als een instrumentalistische kijk op de waarde van wetenschap, een die nauw verbonden lijkt met de belangen van het bedrijfsleven. Zo schreven elf directeuren onderzoek en ontwikkeling van multinationals in maart vorig jaar nog een brandbrief aan de overheid, waarin ze opriepen tot meer ‘toepassingsgeïnspireerd’ onderzoek. Bij dit aandringen wordt vergeten dat de gewenste toepassingen hun inspiratie ontlenen aan brede wetenschap. Toegepaste wetenschap is slechts het topje van de ijsberg: eronder gaat heel veel ander – en veelsoortig – onderzoek schuil. Het is alsof een voetbalteam alleen bereid is om de spits te betalen. De Tsjechische vrijheidsstrijder en oud-premier Vaclav Havel heeft die eenzijdig calculerende houding treffend verwoord: “Ik vraag me af wat een econoom-accountant zou doen als hij het werk van een symfonie-orkest zou moeten optimaliseren. Waarschijnlijk zou hij alle pauzes uit Beethoven concerten schrappen. Die zijn immers nergens goed voor. Ze houden de zaak alleen maar op, en orkestleden kunnen niet betaald worden voor niet spelen.”

Zulke evident absurde redeneringen zijn helaas realiteit wanneer het om wetenschappelijk onderzoek gaat. Met name de geesteswetenschappen worden soms behandeld als minder relevant – een miskenning van hun rol in zowel de economie als het leven in het algemeen. Het economistisch denken over wetenschap is een internationaal fenomeen. Recent riep het Japanse kabinet universiteiten in Japan op tot het afschaffen van de sociale- en geesteswetenschappen, ofwel ze te reorganiseren zodat ze ‘beter de behoeften van de maatschappij dienen’. Terecht klinkt in Japan de kritiek dat dit leidt tot eenzijdig opgeleide burgers en niet tot de veelzijdige kritische geesten die een kenniseconomie nodig heeft. Ook in Nederland zou dit inzicht onderkend moeten worden: wetenschapsbeleid mag niet degraderen tot economisch beleid dat uitsluitend op de korte termijn is gericht, want daar is de economie niet bij gebaat.

Voedingsbodem

Laat de Nationale Wetenschapsagenda de voedingsbodem zijn voor een serieuze investeringsagenda voor het Nederlandse wetenschappelijk onderzoek. Zo’n investeringsagenda is evenwel alleen serieus te nemen als hij is gestoeld op een brede – en dus niet een beperkte – visie op wetenschap. Investeren in de wetenschap moet gebeuren over de volle breedte van de 140 door burgers en wetenschappers aangedragen hoofdvragen.

Willem Schinkel, Rianne Letschert en Erik Kwakkel namens De Jonge Akademie


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken