De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Billen bloot: universiteit moet eigen broek niet ophouden

23 april 2010

Universiteiten moeten steeds meer inverdienen met commerciële opdrachten. Het onderzoeksfocus verschuift daarmee van vrije wetenschap naar direct toepasbare wetenschap. Maar dit staat haaks op hoe creatieve wetenschap werkt. Wetenschappers moeten daarom vaker en beter uitleggen aan de maatschappij en politiek hoe wetenschap wel werkt, en wat het wel en niet kan betekenen voor de samenleving.

Het was een koude winter. Op 2 december spraken oud-ministers Balkenende, van der Hoeven en Plasterk over wetenschap van de toekomst op het ‘Vrienden van wetenschap’ event in den Haag. De oud-ministers waren unaniem van mening dat de universiteiten veel meer de eigen broek moeten gaan ophouden.

Innovatie moet in nauwe samenwerking tussen universiteiten en bedrijven tot stand komen. Valorisatie van kennis heet dat: het tot waarde maken van kennis. Maar deze ontwikkeling is schadelijk voor de gezondheid van de kenniseconomie en kan kennissterfte tot gevolg hebben. Er ligt namelijk een verkeerd beeld onder van wat wetenschap is en betekent voor de wereld. Hieronder betoog ik hoe en waarom we vaker en beter moeten gaan uitleggen wat wetenschap is en wat het betekent.

Kennisvalorisatie wordt meestal monetair bedoeld: het draait om geld. Maar moet ik nou echt nog gaan uitleggen dat er nog meer belangrijke dingen in het leven zijn? Zelfs tijdens het lagerhuisdebat op het bovengenoemde event in Den Haag ontstond er snel concensus onder de aanwezige bestuurders en een kleine minderheid aan wetenschappers: de waarde van kennis voor de maatschappij is veel breder. Of het nu gaat om natuurwetenschappen, geesteswetenschappen of welke academische onderneming aan de universiteit dan ook, het draait uiteindelijk om het begrijpen en duiden van onszelf en de wereld om ons heen. Daar horen ook boeken bij voor het grote publiek over het puberende brein, tentoonstellingen, kennis van klimaatverandering, begrip van taalontwikkeling bij peuterpubers, beelden van de rand van het heelal en ongelooflijk veel meer dingen die niet meteen geld opleveren.

En stel nou dat je omwille van bezuiniging alleen wetenschap wil gaan financieren die direct iets nuttigs oplevert. Hoe voorspel je van tevoren of een wetenschappelijk onderzoek iets nuttigs gaat opleveren? Je kan het proberen, en met enig succes in de overduidelijk toepasbare takken van sport, maar zo werkt de meeste wetenschap helemaal niet. Veel dingen werden en worden toevallig uitgevonden. Serendipiteit heet dat. Zo werden per ongeluk ontdekt en uitgevonden het internet, de laser, halfgeleiders, de dubbele helixstructuur van DNA, Röntgenstraling, het zoekalgorithme van Google, allerlei medicijnen, en het feit dat de riviersplitsing van Nederland per ongeluk stabiel is. Soms blijken vondsten en gekke ideeen pas na hele lange tijd ineens zeer nuttig te zijn. Het komt ons in de toekomst dan heel duur te staan als die uitvinding en ontwikkeling elders is gedaan omdat hiet het nut niet direct zichtbaar was en er dus maar niet in is geïnvesteerd.

Zo werkt wetenschap niet, omdat de wereld niet simpel in elkaar steekt, en vooral omdat de menselijke wetenschappers niet volgens een recept werken. Jazeker, ze gebruiken het getrainde instinct van een bloedhond, de naïviteit en nieuwsgierigheid van een jong kind, de creativiteit van een onaangepaste kunstenaar, enige intelligentie natuurlijk, en dat alles met het uithoudingsvermogen van een topsporter. En dankzij peer-review, doorgaande dialoog en concurrentie onder wetenschappers, maar ook zorg voor de toekomst en idealisme, convergeert de kennis op de waarheid en wordt de kennis objectief. Maar net als kunstenaars en topsporters hebben wetenschappers wel enige vrijheid nodig om dat rare spoor te kunnen volgen, niet in het minst omdat het gevoel verbazing gevolgd door de ‘aha’-erlebnis zo ontzettend motiveert. Succes is niet verzekerd. De wereld wil echter objectieve wetenschappers die geen fouten maken. Bijgevolg vallen ze hard van hun voetstuk bij fouten, terwijl dat hoort bij leren, en worden ze zelfs beticht van pogingen om zichzelf in stand te houden, kortom, ordinaire zakkenvullerij.

Stel nou dat wetenschappers steeds meer moeten inverdienen om de broek van de universiteit op te houden. En stel nou dat kennisinstituten van de overheid dat ook moeten, en de gezondheidszorg. Dan gaat financiele argumenten steeds meer een rol spelen in wat wordt onderzocht, en niet de lange-termijn wensen dat het land droog blijft, gezond blijft, cultureel blijft, en sociaal blijft, en voorzien blijft van gekke ideeen. Bovendien wordt het, ondanks protocollen en idealen, steeds moeilijker voor wetenschappers om open en objectief te blijven. Het eigen bestaan hangt er immers vanaf. Wetenschap moet daarom in de kern onafhankelijk blijven van de markt. Daarmee zeg ik niet dat er geen interactie moet zijn, want soms werkt valorisatie wel en inspireert het zelfs. En dat zou dan een extraatje moeten zijn, en niet een voorwaarde voor het bestaan. In Engeland worden inmiddels keiharde criteria voor kennisvalorisatie opgelegd aan de universiteiten. Deze worden getoetst in het nieuwe Research Excellence Framework bij visitatie en leiden tot verdeling van budgetten over de instituten en universiteiten. De commissie die dit verzon bestond uit 14 leden, waarvan slechts 3 wetenschapper. Blijkbaar konden zij niet uitleggen hoe wetenschap werkt en wat het betekent, of begreep de rest het niet. Is dit ons voorland?

Als Nederland duurzaam wil blijven behoren bij de top 5 van kenniseconomien (en droog, gezond, cultureel en sociaal wil blijven) moet er wat gaan gebeuren. De huidige top 5 geeft ruwweg tweemaal zoveel uit aan onderwijs en wetenschap. We moeten daarom veel meer en veel beter gaan uitleggen aan de maatschappij, inclusief de politici, wat wetenschap betekent voor de maatschappij. En hoe wetenschap werkt. Niet vanaf het voetstuk der onfeilbare objectieve wetenschapper, maar met de erkenning dat wetenschap mensenwerk is. Met de billen bloot dus. Niet aan 5 en 6 VWO om zieltjes te winnen, maar op de basisschool, het wijkcentrum, het voetbalstadion, en het buurthuis. Geen zieltjes winnen voor de studentengelederen, maar actief cultuur dragen en natuur duiden. En natuurlijk geen gortdroog verhaal vol vaktermen, maar enthousiasme over grote vragen en bereikte inzichten. En met zelf ervaren hoe het werkt door bijvoorbeeld publieke experimenten waar men zelf ook aan mag komen. De wereld wordt zoveel helderder, mooier en misschien iets minder gevaarlijk als je er beter naar kijkt. Dat is in ieders belang, of men dat nou door heeft of niet.

 

 

 

Meer informatie over valorisatie

zie ook

KNAW


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken