De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

De drijfveren van Rens van de Schoot

26 februari 2018

Waarom is iemand de wetenschap ingegaan? En waarom blijft die doorgaan in het onderzoek? We vragen het aan leden van De Jonge Akademie.
Deze keer: Rens van de Schoot

Drijfveren Rens van de Schoot (foto Allard Warrink)
Foto Allard Warrink

In welk vakgebied ben je afgestudeerd?

Ik gaf laatst een lezing aan vwo-scholieren over 'Wetenschap, dat kan ik ook!' binnen het project Kennis op straat. Er werd gevraagd of ik ook vwo had gedaan. Toen ik vertelde dat ik met de hakken over de sloot ‘slechts’ de havo had afgerond met magere zesjes en zeventjes, werd er flink gelachen. Na de havo ben ik medische beeldvormende technieken gaan studeren aan de hogeschool en na een half jaar vrijwilligerswerk gedaan te hebben in Tanzania, ben ik gaan werken op de röntgenafdeling van het UMC.

Werk je nog steeds in je vakgebied?

Nee, na enkele jaren röntgenfoto’s maken ben ik weer gaan studeren. Psychologie. Ik werkte ’s nachts op de spoedeisende hulp en overdag zat ik in de collegebanken.
Pas tijdens mijn onderzoeksmaster kwam ik voor het eerst echt in aanraking met de wetenschap, toen ik werd gevraagd om als assistent mee te helpen bij enkele projecten op de afdeling Methoden en Statistiek. Ik was per ongeluk goed in de statistiekvakken en ik vond het stiekem ook wel leuk. Het baantje als assistent werd al gauw een PhD-project op het snijvlak van ontwikkelingspsychologie en (Bayesiaanse) statistiek. Op dat snijvlak werk ik nog steeds, alhoewel het toepassingsgebied breder is geworden en nu tal van andere maatschappelijk relevante onderwerpen omvat  Ik ben dus pas na wat omzwervingen in de wetenschap terechtgekomen.

Wat was je oorspronkelijke drijfveer om de wetenschap in te gaan?

Mijn drijfveer om in de wetenschap te werken is passie voor een onderwerp voelen, je daar helemaal in verliezen en dan je bevindingen weer met passie kunnen/mogen overbrengen op studenten. Ik maak dan graag gebruik van innovatieve methodes om mijn colleges interactief te maken, bijvoorbeeld door de inzet van mobiele telefoons en software zoals Mentimeter. Ook voeg ik graag een onverwachte beleving toe aan een lessituatie. Bijvoorbeeld door een fles cola leeg te gooien over een klimtouw om vervolgens samen met de studenten een (fictief) onderzoek op te zetten of ik nog wel kan klimmen met dit touw. (Cola heeft waarschijnlijk geen invloed op de breeksterkte van een klimtouw. Dat heeft Wietske, een vwo-student, voor haar profielwerkstuk eens samen met mij uitgezocht.)

Zijn deze drijfveren veranderd in de loop der jaren, bijvoorbeeld tijdens het promotietraject of in latere fases in je carrière?

Nee, deze passie is er eigenlijk altijd geweest. Wat wel is veranderd, is het platform waarmee ik mijn passie kan overbrengen. Zeker door de benoeming tot lid van De Jonge Akademie is de reikwijdte flink vergroot. Als je dan steeds meer bereik hebt, moet je ook steeds beter nadenken over hoe je boodschap overkomt. Veel van de methodes die ik gebruik, test ik eerst uit in een kleiner verband en ik vraag continu feedback van mensen wier kritische blik ik vertrouw. Het ‘verzamelen’ van kritische mensen om je heen die je altijd van feedback durven te voorzien is essentieel om scherp te blijven.

Komen je huidige en oorspronkelijke drijfveren overeen met die van collega’s? Indien niet, welke verschillen zijn er?

Ik zie gelukkig veel andere wetenschappers om me heen die met passie hun vak overbrengen aan studenten, collega-wetenschappers en een breder publiek.

Denk je dat voor jonge onderzoekers bepaalde drijfveren bepalend kunnen zijn voor het wel of niet doorgaan in de wetenschap?

Het hebben van passie is slechts de eerste stap, deze blijven voeden is een veel lastigere stap. Als ik zie dat bij een jonge collega het vuur van de passie langzaam dooft, gaan de waarschuwingslampjes branden. Het is dan zaak om op zoek te gaan naar nieuw brandhout om het vuur van de passie in zijn of haar vak weer op te doen laaien. Als dat niet lukt, dan zie ik helaas vaak dat deze jonge mensen de wetenschap verlaten. Werken in de wetenschap en het doceren hierover kan mijn inziens niet op de automatische piloot gebeuren. De truc is volgens mij dan ook om continu op zoek te gaan naar wat jouw eigen vuur brandende houdt. Ik kies er bijvoorbeeld vaak voor om niet achter mijn bureau te werken, maar een inspirerende omgeving op te zoeken, bijvoorbeeld een klimhal (zie foto). Een inspirerende omgeving opzoeken is slechts één manier om passie te onderhouden, maar ik kan een klimhal zeker aanraden (alhoewel het typen na een tijdje niet meer zo makkelijk gaat)!

Kunnen bepaalde drijfveren bepalend zijn voor een carrière in de wetenschap?

Ja, dat denk ik wel. Volgens mij heb je echt kracht nodig om door te kunnen gaan ondanks mislukte projecten/papers/beursaanvragen etc. Het blijft de kunst om telkens weer op zoek te gaan naar nieuwe manieren om jezelf te motiveren en uit te dagen.

Rens van de Schoot

KNAW


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken