De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

De drijfveren van Lotte Jensen

25 december 2017

Waarom is iemand de wetenschap ingegaan? En waarom blijft die doorgaan in het onderzoek? We vragen het aan deze week aan Lotte Jensen.

Drijfveren-Lotte-Jensen-Kopenhagen
Foto Thomas Tolstrup

In welk vakgebied ben je afgestudeerd?

Ik heb Nederlands en wijsbegeerte gestudeerd in Utrecht. Ik was geïnspireerd door het literatuuronderwijs van mijn middelbare schooldocenten en twijfelde sterk tussen Engels en Nederlands. Het werd uiteindelijk Nederlands, omdat ik verslingerd was aan taalrubrieken in de krant en moderne Nederlandse literatuur. Na een jaar ben ik er filosofie bij gaan doen en ook die studie heb ik afgemaakt. Tijdens mijn studie trokken vooral de historische vakken mij: de colleges over de letterkunde van de Gouden Eeuw trokken mij definitief over de streep voor de historische Nederlandse letterkunde. Bij wijsbegeerte ben ik afgestudeerd op de receptie van Spinoza in Nederland.

Werk je nog steeds in je vakgebied?

Ja, ik werk nu als hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis. Dat is een mooie mix van de vakgebieden waarmee ik al tijdens mijn studie in aanraking kwam: letterkunde, geschiedenis en wijsbegeerte. Als onderzoeker profiteer ik van de interdisciplinaire wind die de laatste jaren is gaan waaien: het is steeds gebruikelijker geworden om verschillende disciplines met elkaar te verbinden en om hedendaagse vraagstukken ook vanuit een cultuurhistorisch perspectief te onderzoeken. Mijn vakgebied is dus steeds breder geworden. Ik ben weliswaar begonnen als traditioneel historisch letterkundige, maar heb me steeds meer ontwikkeld tot een breed georiënteerde cultuurhistoricus. Op dit moment doe ik onderzoek naar de rol die rampen hebben gespeeld in lokale en nationale identiteitsvorming in Nederland. Nationalisme, identiteit en klimaatverandering: het zijn allemaal onderwerpen waarop een cultuurhistoricus relevante kennis kan genereren. Welke rol spelen media in de berichtgeving rondom rampen? In hoeverre fungeren rampen als bind- of splijtmiddel in gemeenschappen?

Wat was je oorspronkelijke drijfveer om de wetenschap in te gaan?

Ik wist eigenlijk al na de eerste colleges bij Nederlands dat ik zelf ook wetenschapper wilde worden. Kennis opdoen, lezen en interpreteren, ik vond het allemaal geweldig. De motivatie om verder te gaan in de wetenschap wordt gevoed door goede docenten tijdens je studietijd. Ik genoot ervan om met oude teksten bezig te zijn en net zo lang te puzzelen totdat ik begreep wat er stond. Voor filosofie gold hetzelfde. Die studie heeft niet voor niets de naam de moeder van alle wetenschappen te zijn: het leren denken staat daarbij centraal.

Zijn deze drijfveren veranderd in de loop der jaren, bijvoorbeeld tijdens het promotietraject of in latere fases van je carrière?

Nee, eigenlijk niet. Ik word nog steeds het meest gemotiveerd door de inhoud van het vak: het doorgronden van teksten uit het verleden en deze in een bredere, historische context plaatsen. Er is de laatste jaren meer nadruk komen te liggen op valorisatie-activiteiten. Dat vind ik een positieve ontwikkeling, want het daagt je uit om specialistische kennis relevant te maken voor een breder publiek. Wel is de inrichting van het onderwijs sterk veranderd. Door de bachelor-master structuur is de traditionele neerlandicus of historisch letterkundige verdwenen. Studenten waaieren na hun bachelor uit naar heel uiteenlopende masters. Dat vind ik wel eens jammer, want er is weinig gelegenheid meer over om echt de diepte in te gaan met een coherente groep studenten.
Er is wel een nieuwe drijfveer bijgekomen, namelijk de strijd om het behoud van mijn eigen vakgebied, de Nederlandse taal en cultuur. De toenemende verengelsing in het academische onderwijs vormt een reële bedreiging, omdat je steeds moet verdedigen waarom het Nederlands als academische onderwijs- en onderzoekstaal relevant is.

Komen je huidige en oorspronkelijke drijfveren overeen met die van collega’s? Indien niet, welke verschillen zijn er?

Sommige collega’s worden meer gedreven door onderzoeksambities dan andere; de een wil meer publiceren dan de ander. Maar wat de collega’s in mijn vakgebied bindt, is de overtuiging dat de studie van de Nederlandse taal en cultuur niet alleen van grote intrinsieke waarde is, maar ook een grote maatschappelijke waarde heeft.

Denk je dat bepaalde drijfveren bepalend kunnen zijn voor een carrière in de wetenschap?

Je moet over een flinke portie doorzettingsvermogen beschikken, want je kiest voor een onzeker bestaan. Ik was al 36 toen ik mijn eerste vaste baan kreeg als universitair docent. Ik had talloze tijdelijke functies vervuld, ook in niet-wetenschappelijke gremia. Maar ik wist zeker dat ik maar één ding wilde en dat was terug de wetenschap in. Doorzettingsvermogen is dus wel bepalend. Dat geldt ook voor het indienen van aanvragen. Tegenover elke gehonoreerde aanvraag staan drie of meer afwijzingen. Maar laten we eerlijk zijn: carrière maken doe je niet in je eentje en hangt niet alleen af van je eigen drijfveren of doorzettingsvermogen. Je moet ook het geluk hebben dat je in een stimulerende, collegiale omgeving verkeert, waarin mensen elkaar verder helpen en iets gunnen.

Lotte Jensen

KNAW


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken