De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 8: dagboek van Erik Kwakkel

23 oktober 2012

Hoe verloopt een week (15 oktober tot 21 oktober) van wetenschapper Erik Kwakkel? Erik Kwakkel is als middeleeuws boekhistoricus verbonden aan de Universiteit Leiden, waar hij een Vidi-project leidt over boekinnovatie tijdens de twaalfde-eeuwse renaissance.

Maandag 15 oktober

Dit is een ongewone maandag, de eerste dag van een ongewone week. Gisternacht arriveerde ik in Edmonton, Alberta, een grote stad op de Canadese prairies, na op verschillende campussen in Amerika een kleine week lezingen en masterclasses te hebben gegeven. De komende twee weken zal ik in het kader van het Distinguished Professor programma een twaalftal lezingen verzorgen aan de University of Alberta (35.000 studenten). Terwijl mijn maandagochtend gewoonlijk begint met het naar school brengen van de kinderen, eerst Ben (zeven) en dan Toby (twee), ploeg ik me na het ontbijt door een stroom studenten die zich naar college spoedt. Na lang zoeken vind ik de werkkamer in de Department of History and Classics die ik tijdens mijn verblijf mag gebruiken. Ik heb mijn laptop nog niet neergezet of er wordt op de deur geklopt: een Nederlandse onderzoeker die me welkom heet en neerploft op de stoel naast mijn bureau, gretig haar oude volkstaal proberend. Van het nog even doornemen van mijn eerste optreden komt niet veel terecht.

Een uur later begint mijn eerste seminar, getiteld “A look over the shoulder of the codicologist”, waarin ik mijn vak en haar onderzoeksstrategieën voorstel. Ik ben codicoloog, wat betekent dat ik geïnteresseerd ben in het boek uit de Middeleeuwen, toen boeken nog met de hand werden geschreven. Ik lees niet, maar ik kijk, zoals ik mijn studenten vandaag verschillende keren zal vertellen. Vergeet nu maar even wat er op de bladzijde staat en kijk vooral goed hoe die bladzijde zelf er uitziet: kleur, grootte, hoe het de tekst presenteert. Het voelt allemaal erg vertrouwd, mijn eerste college - hoe studenten zich gedragen, wat ze aan hebben, hoe ze hun vragen stellen - want tot de zomer van 2010 gaf ik één provincie ten westen van Alberta, in British Columbia, acht jaar les aan universiteiten in Vancouver en Victoria. Ik voel me hier thuis.

Na mijn college neemt een collega van History and Classics me mee naar de HUB Mall, alwaar we samen wat eten. Daar is het een drukte van belang want het biedt onderdak aan tientallen kleine restaurantjes, een kapper, een schoenmaker, een advocaat die zijn diensten aanbiedt aan buitenlandse studenten die in Canada willen blijven en hulp nodig hebben met hun immigratie, en een wasserette (waar ik later in de week nog een avontuur zal beleven). Via “eduroam” maak ik contact met het web: ik Skype met de familie thuis en stuur enkele Tweets uit. Ik stel tevreden vast dat verschillende Amerikaanse collega’s en studenten uit Ohio en Missouri, waar ik vorige week was, zich hebben “geabonneerd” op mijn picture stream van middeleeuwse handschriften (@erik_kwakkel).

Na de late lunch neem ik mijn college voor morgen nog eens door, waarna ik de campus verken. In de vooravond ga ik naar de opening van een tentoonstelling over vroeg-moderne Arabische documenten, alwaar ik me tijdens de receptie tegoed doe aan allerlei gerechten uit de Perzische gemeenschap van Edmonton. Lang leve de plurale gemeenschap die Canada heet: een land waar immigranten zichzelf kunnen blijven en waar dat bovendien als een pre wordt gezien. Dit is het succesvolle experiment dat wel als salad bowl wordt aangemerkt, de tegenhanger van de Amerikaanse melting pot, alwaar aanpassing aan het bestaande model juist als wenselijk wordt gezien. Zeer tevreden en me erg Canadees voelend (wat ik feitelijk ook ben, naast mijn Nederlanderschap) loop ik naar mijn appartement en verklaar de eerste dag van deze vreemde week een succes.

Dinsdag 16 oktober

Mijn iPhone maakt me wakker en meldt dat er in Europa weer veel is geretweet tijdens de nacht. Een van de tweets betreft de vraag of ik een Twitter-interview wil afgeven met het tijdschrift Quest: Braintainment. Dat doe ik natuurlijk graag en het gaat tussen douchen en ontbijt door. Ik werk hard aan mijn tweets, die ik zie als onderdeel van mijn missie om het middeleeuwse boek voor te stellen aan een breed publiek. Ik stuur dus geen persoonlijke tweets, maar steeds een verassende afbeelding voorzien van een leuke tekst, altijd in het Engels. Via Bufferapp stuur ik er een drietal per dag uit, automatisch en op gezette tijden, terwijl ik er daarnaast via mijn telefoon nog twee of drie spontaan loslaat: plaatjes van handschriften die ik op mijn pad tegenkom, zoals straks in de bibliotheek. Ik verbaas me over de grote interesse die er onder het grote publiek is voor het middeleeuwse boek (de afgelopen maand kreeg ik maar liefst 300 nieuwe volgers). Er worden veel vragen gesteld door een bijzonder geëngageerd publiek. Dit is precies het medium wat mijn ietwat stoffige vak nodig heeft.

Na het ontbijt spoed ik me naar de universiteitsbibliotheek, waar ik om tien uur een college verzorg. Het is een intieme zaal. Atmosfeer vind ik als docent cruciaal: niet alleen omdat als studenten zich prettig voelen de discussie beter verloopt, maar ik ben bovendien persoonlijk erg gevoelig voor een “gepaste” omgeving, zoals ik later in de week in negatieve zin zal merken. De conservator blijkt enorm enthousiast over het oude boek en vindt het prima dat de studenten de materialen zelf hanteren. Na mijn college duik ik met de conservator de kluis in, op zoek naar fragmenten van middeleeuwse handschriften. Boekbinders in de zestiende en zeventiende eeuw versneden deze handgeschreven boeken, die ze als ouderwets beschouwden, en gebruikten de repen perkament om het boekblok te verstevigen. Recycling dus. Op donderdag zal ik samen met studenten zo’n vijf uur lang dergelijke middeleeuwse verstekelingen te traceren en te beschrijven. Maar de toestand is zorgelijk want een eerste voorbereidende blik in de kluis levert vreemd genoeg niet veel op.

Ik kan er niet al te lang over nadenken want na de lunch staat er een studie van een middeleeuws handschrift op het programma. Er bevindt zich hier een bijzonder boek uit ca. 1460 en twee onderzoekers hebben me gevraagd om een beschrijving te maken. Omdat we niet veel tijd hebben gaat een van hen naast me zitten om mijn observaties onmiddellijk intypt in Word. Dan doen we een geweldige ontdekking, die typerend is voor het Sherlock Holmes karakter van mijn vak. De hypothese is dat dit bepaalde handschrift in Frankrijk werd vervaardigd en daarna in de handen van de Engelse koning kwam. Inderdaad zijn er goede inhoudelijke argumenten voor. Maar als we achteraan het boek zijn gekomen komen we een vreemde notitie tegen, vlak na een uitgescheurd blad. Ik vraag om een spiegel, de fronsende blikken naast me negerend, en nadat ik die tegen het volgende blad heb gezet verwordt de niet leesbare notitie, die in spiegelschrift bleek, al snel tot een notitie over de betaling van het handschrift. Het betreft een prachtig geval van “offset” op de tegenoverliggende bladzijde van een nog natte aantekening - die er zelf dus niet meer is. Payment lezen we duidelijk, waarmee een nieuw argument is gevonden dat dit handschrift inderdaad al vroeg in Engels bezit was.

Aan het einde van de middag duik ik weer de kluis in, maar opnieuw vinden we geen middeleeuwse bindmaterialen. Om vijf uur vind ik het wel genoeg en spoed ik me naar mijn appartement om spijkerbroek en t-shirt aan te doen, waarna ik naar The Three Boars loop, een hippe tent die me door een student is aangeraden. Ik val bijna van mijn stoel als ik zie dat ze daar St Bernardus van de tap hebben, een abdijbier dat je thuis alleen maar op de fles kan nuttigen. Ik vul ter plaatse Bufferapp met tweets voor de volgende drie dagen, waarbij ik hardop moet lachen om een van de doldwaze afbeeldingen die ik heb gevonden: een ridder die een zwembandje opblaast alvorens hij de slotgracht overzwemt. Het is onderdeel van het Krieg’s Buch uit 1490, met vechttips, en was destijds uiterst serieus bedoelt. Die gaat er morgen als eerste uit.

Woensdag 17 oktober

Slecht geslapen. Ik maak me zorgen over de fragmenten. Morgenmiddag om één uur staan tien studenten met geslepen potloden klaar om zich op de collectie te storten - maar er is nog niets om mee te werken. Bovendien doen er twee journalisten mee. Ik zie de krantenkop al voor me: “Gezocht maar niet gevonden”. Mijn eerste actie vanochtend is dus om samen met de conservator nog eens door de kluis te lopen. We beginnen deze keer aan de andere kant, bij de grote folianten. Al gauw hoor ik haar “bingo” roepen: een mooi liturgische handschrift uit de vijftiende eeuw, verborgen in een zeventiende-eeuwse boekband. Dan vind ik zelf ook al snel restanten van twee middeleeuwse boeken: een uit de dertiende en een uit de veertiende eeuw. We stapelen onze schatten op een wagen en rollen hoopvol en vol grappen verder door de kluis. Aan het einde van het uurtje kijken, juist voor de start van mijn college, liggen er 21 vroege drukken op de wagen. Dat is genoeg voor een prachtig avontuur. Ik laat via Twitter weten dat er een live tweet aankomt op donderdag en loop snel naar het klaslokaal waar ik om tien uur college geef.

Na college (goede vragen, geëngageerd publiek) heb ik een uur om mijn emails door te werken, waarna ik lunch met de directeur van het Wirth Institute for Austrian and Central European Studies. Er zijn plannen om subsidie aan te vragen om een collectie zeventiende-eeuwse boeken op campus te digitaliseren (4 miljoen bladzijden) en er is behoefte aan input omtrent de vraagstelling van de aanvraag. Terwijl ik een stuk bizon naar binnen laat galopperen verzinnen we enkele insteken over het nut van zo’n actie. Het is intussen vreselijk koud geworden en terwijl ik terug naar mijn appartement loop mopper ik tegen mezelf dat ik geen winterjas heb meegenomen. Ik zoek via Skype nog snel even contact met het thuisfront. Dat houdt zich weliswaar goed, maar ik merk dat het Ruth, mijn echtgenote, er moe uitziet. Ze fietst zich suf en moet alles zelf doen in mijn afwezigheid. Dit is de keerzijde van mijn frequente buitenlandse reizen: de prijs wordt door anderen betaald en ik voel me er behoorlijk slecht over. We spreken af dat ik niet meer zo lang als nu weg zal gaan (drie weken totaal).

Dan eindelijk de eerste publiekslezing. Hier heb ik naar uitgezien. Ik voer mijn flashdrive aan de hypermoderne apparatuur en al snel staat de Powerpoint te pruttelen. Ik zet tegenwoordig mijn Twitter handle op de “titelpagina” en inderdaad zijn er twee nieuwe volgers: ik kan ze in de zaal zien zitten. Ik spreek een uur en een kwartier voor de bomvolle zaal, de meedraaiende camera negerend (die, zoals later blijkt, niets heeft opgenomen). Na de lezing worden er nog een half uur lang vragen gesteld, waarna ik wat ga eten in de HUB. Dan zoek ik uit waar Transcend ligt, de koffietent die me is aanbevolen door de secretaresse van de opleiding. Daar zit ik nu deze woorden op te schrijven. Het einde van deze dag nadert: een mooi roze lucht wenkt in het westen. Morgen de grote jacht op middeleeuwse fragmenten, waarbij ik hoop op een kleurenplaat in de krant. Mijn soja-latte is op (mijn systeem kan niet tegen lactose) en ik ben blij dat het verslag van deze dag voor dit dagboek ook gedaan is. Ik moet nog een stuk schrijven voor de blog van ons project. Inspiratie, spreek!

Donderdag 18 oktober

Uitstekende nacht gehad, waarbij ijzige winden de slaapkamer in waaiden. Ik maak ontbijt en voltooi mijn blog voor vrijdag. Die gaat over intuïtie, het belangrijkste instrument van de boekhistoricus, maar een waar vakgenoten niet graag over spreken, misschien omdat het dan net lijkt of we maar wat roepen. Ik heb twee uur om mijn voorbereidingen voor vandaag af te maken. Ik stel een formulier samen die de studenten moeten invullen voor elk handschriftfragment dat ze vanmiddag vinden. Dan naar de koffietent om de hoek voor een dark roast - het enige dat hier in de buurt komt van Nederlandse koffie. Met de koffie in de hand loop ik verder campus over, net zoals veel van de studenten dat doen: kleine rookwolkjes waaieren uit naar de verschillende gebouwen, op zoek naar kennis. In Old Arts ontmoet ik de docent bij wie ik vandaag een inleidend college verzorg over het middeleeuwse boek.

Na college loop ik met een student naar de bibliotheek voor het fragmenten-avontuur. De verslaggever, een bekende lokale columniste, is er en haar fotograaf loopt al te knippen. Ik stel me voor en al snel zijn we verwikkeld in een gesprek over deze curieuze objecten. Haar belangstelling is oprecht maar neemt bijna lachwekkende proporties aan als ik haar achter een vroeg-modern boek zet waarin een groot fragment is verborgen: ze wipt op en neer in haar stoel. Terwijl ze het formulier invult strijkt ze zachtjes met haar vinger over het perkament. Dat komt wel goed met die kleurenfoto, denk ik. Na een korte inleiding van mij duikt elk paar studenten in een vroege druk. Al snel wordt er driftig gemeten, gediscussieerd en gelachen. De studenten weten zelfs de meeste teksten thuis te brengen met behulp van Google Books: chapeau! Ik loop van paar naar paar, beantwoord allerlei vragen, en dateer en lokaliseer de stukken. Ondertussen sturen we met z’n drieën tweets uit over onze vondsten (#ualbertafrag). Er wordt veel geretweet, want verschillende volgers werken zelf met dit soort fragmenten. Na drie uur werken hebben we resten van 28 middeleeuwse boeken gevonden en nagenoeg allemaal geïdentificeerd. Helemaal niet slecht.

Om vijf uur ben ik afgepeigerd. Met twee docenten en twee studenten zakken we af naar de Upper Crust voor een bak Chili (ik heb sinds mijn ontbijt niets meer gegeten), waarna we elk ons weegs gaan. Ik ga nog even naar Transcend. Het is er druk en na tien minuten wordt mijn naam geroepen, waarna ik mijn soja-latte van de bar vis en voor het raam ga zitten. Morgen de laatste dag van mijn eerste week.

Vrijdag 19 oktober

Ik heb de ochtend vrij dus zet geen wekker, maar wordt toch gewoon om zeven uur wakker. Na de ochtendrituelen ga ik naar mijn werkkamer om de tweede publiekslezing nog eens door te nemen. Deze is vanavond in de Royal Alberta Museum. Hoewel de zaal zo’n 400 stoelen bevat waarschuwde de directeur ons dat vrijdagen niet erg populair zijn. Mijn lezing vanavond gaat over boekproductie bij de kartuizers, een kloosterorde die erg veel boeken produceerde, ook toen andere kloosterlingen dat al niet meer deden. De monniken zaten evenwel opgesloten in een cel en mochten niet spreken: niet bepaald ideaal voor de productie van een object dat gewoonlijk door een handvol individuen werd vervaardigd. Ik wil laten zien hoe zij via allerlei trucjes toch samen boeken konden maken.

Om één uur geef ik een gastcollege bij de Opleiding Engels. Het gaat over de omslag van de Engels boekcultuur na de komst van Willem de Veroveraar. Ik laat zien hoe na 1066 de boeken in Engeland er net zo uitzien als in Frankrijk: van een Engels boek is in de eerste halve eeuw geen sprake. Dus mogen we wel spreken, stel ik, van een Engels boek met een eigen identiteit? Dat is controversieel en de studenten smullen. Als het college voorbij is, heb ik nog een leuke discussie met de docent. Daarna ga ik verder met het voorbereiden van mijn publiekslezing vanavond. Ook zoek ik in verschillende online databases nog wat leuke afbeeldingen voor mijn Twitter berichten van volgende week: de buffer is bijna leeg. Een is zo leuk dat ik hem onmiddellijk uitstuur.

Om zes uur word ik opgehaald en rijden we naar het museum. Ik sluit mijn iPad aan en pardoes verschijnt een meer dan levensgrote afbeelding van Yoda op het scherm - die als wallpaper dient. De atmosfeer is bedrukt, vanwege de belichting, het pluche, en de afstand tot het publiek. Ik kan nu al voorspellen dat mijn stijl van presenteren er door beïnvloed zal worden, dus ik schrijf bovenaan de eerste bladzijde nog maar even snel “enthousiast!” en “dit is leuk!”. Ik word voorgesteld aan de ongeveer 40 mensen (de voorspelde lage opkomst). De lezing gaat goed maar is rustiger en trager dan de publiekslezing op campus, die spetterde. Een van de studenten die meedeed met het fragmentenavontuur zit in de zaal en terug op campus zie ik dat ze een foto heeft getweet - die goed laat zien hoe ver ik van het publiek sta en hoe leeg de zaal is. In mijn inbox het bericht dat het krantenartikel voor morgen nu al online staat: het is een mooi bericht geworden, voorzien van - jawel - een kleurenfoto, hoewel de geïnterviewde studenten jammer genoeg niet aan het woord komen. Met de hersens uit kijk ik in mijn appartement naar een aflevering van Star Trek Voyager en dan naar bed.

Zaterdag & zondag 20-21 oktober

Het weekend bestaat uit twee dingen: Edmonton verkennen en twee publiekslezingen voorbereiden. Ik besluit de hele zaterdag vrij te nemen zodat ik niet op de tijd hoef te letten. De secretaresse heeft een Google Map met me gedeeld, waarop allerlei leuke eet- en drinkgelegenheden zijn gemarkeerd. Ik besluit te beginnen met brunch in het New York Bagel Cafe, gelegen op Whyte Avenue en zo’n half uur lopen vanaf campus. Het is er druk en ik moet ruim een half uur wachten voor het ontbijt arriveert. Geen probleem want er is hier genoeg om naar te kijken. Na de brunch loop ik naar de Farmer’s Market, een heerlijk Canadees fenomeen waar allerlei kleine ondernemers hun waren aanbieden. Ik koop pesto en verse pasta van de Italiaan, en worsten bij de Duitser: dat wordt mijn avondeten. Ik zie een leuke *** voor mijn echtgenote (ik kan niet zeggen wat want ze leest dit verslag vast voor ik thuis ben), die niet genoeg in de watten kan worden gelegd. Dan loop ik verder langs Whyte Avenue en bezoek enkele winkels met vintage kleren. Ik koop een geweldig blauw ski-jasje uit de jaren zestig. Even verderop koop ik een zak vol autootjes voor Toby, mijn jongste zoon, wiens enig beschikbare woord “auto” is. Dit wordt dus een hit.

Terug op campus ga ik naar de wasserette. Ik deponeer de zak met zo’n beetje alles wat ik bij me heb in een enorme machine. Hoewel ik thuis altijd de was doe, snap ik maar weinig van dit apparaat. Eerst een kaart gevuld met tien dollar, dan een machine geselecteerd, nu de temperatuur instellen. Maar in plaats van nummers zie ik allerlei beschrijvingen. Het lijkt me logisch dat de temperatuur oploopt van links naar rechts. Eerst maar eens proberen. Ik druk de meest linker knop in, waarna de machine twee dingen doet: het klikt op slot en presenteert, voor het eerst, een temperatuur: “hot”. Dit is het langste uur van mijn leven, waarin ik al mijn kleren stelselmatig kleiner zie worden in de machine. Ik Google maar vast “Banana Republic”, waar ik mijn shirts heb gekocht. Als de deur van het slot af springt blijk ik enorm geluk te hebben: de machine is stuk, warmde het water helemaal niet op, en dus heb ik een nieuwe kans om mijn kleren te wassen. Ik verhuis alles naar een andere machine en durf bijna niet een van de andere knoppen in te duwen. Deze keer gaat het goed. Uit pure opluchting begin ik een praatje met iemand die dertig meter touw wast: net terug uit de Rocky Mountains.

Zondag schrijf ik mijn twee lezingen en wandel nog wat rond in de stad. ‘s Avonds ben ik uitgenodigd voor een diner bij een van de docenten, die voor de gelegenheid ook al zijn AIOs heeft uitgenodigd. Een geweldig einde van mijn eerste week op campus. Ik ben benieuwd wat voor avonturen ik volgende week zal beleven.


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken