De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 6: dagboek van Maarten Kleinhans

8 oktober 2012

Hoe verloopt een week (1 oktober tot 7 oktober) van wetenschapper Maarten Kleinhans (Universiteit Utrecht)? Maarten Kleinhans doet onderzoek naar het ontstaan en veranderen van patronen van rivieren en delta's op Aarde en op Mars.

Maandag 1 oktober

Om half zeven gaan mijn kinderen af en begint de race om de juf, mijn vrouw Hester, en de kinderen om 7:30 de deur uit te krijgen naar school. Het smeren van 24 boterhammen is inmiddels routine maar een zoon die met twee verkeerde benen uit een bed stapt is dat niet. Dan werk ik gauw thuis nog email af en fiets naar de universiteit. Van 9 tot 13 uur geef ik onderwijs over rivieren voor Masterstudenten aardwetenschappen, en dat is een nieuw vak dus dat kost veel voorbereidingstijd en improvisatie. Vandaag gaan ze een wetenschappelijke vraag bedenken en die met eigengemaakte computerprogramma’s (matlab) beantwoorden. Maar de meeste kinderen en studenten stellen veel te grote vragen die je niet kan onderzoeken en ik heb de hele ochtend lol met het uitpellen van die vragen tot ze zo klein zijn dat het echt nog maar één enkelvoudige (maar niet eenvoudige) vraag is die je met een onderzoekje kan beantwoorden. Dat doe ik door vragen terug te stellen. Het grappige is dat het net zo werkt op de basisscholen waar ik kinderen zelf wetenschap heb laten doen, en het bijzondere is dat het voor de studenten voor het eerst zo ging -- dus blijkbaar doen we het niet vaak genoeg.

Daarna ren ik als twee gesmeerde bliksems naar een vooroverleg en een vergadering. Ik werk veel met experimenten in grote zandbakken met meetapparatuur erboven om rivieren en delta’s na te bootsen en zo hun gedrag te gaan begrijpen en leren voorspellen. Eens in de zoveel tijd is er een commissie nodig die uitlegt waarom je daar ruimte en technische ondersteuning voor nodig hebt.

De rest van de middag spreek ik met een postdoc en een mede-begeleider over een artikel over een catastrofale gebeurtenis op planeet Mars zo’n 3.6 miljard jaar geleden. We gebruiken computermodellen, resultaten uit die zandbakken en foto’s genomen vanuit de ruimte en een hele berg creatief denken om als Crime Scene Investigators uit te vogelen wat er toen gebeurde. We denken dat een 200 km groot ondergronds bevroren meer langzaam smolt en zich plotseling een weg baande door het deksel van grond, en daarbij een enorm dal uitsleet. Kan dat eigenlijk, een fontein van honderden meters hoog? Hoe snel smolt dat ijs? Waarom daar en niet ergens anders? Geweldige middag en net voor zessen scheur ik op de fiets naar huis met het gevoel dat ik die gekke planeet weer iets beter snap.

Thuis gauw koken en met het hele gezin aan tafel. Dat klinkt als een plaatje uit de catalogus van een meubelwinkel maar het heeft in de praktijk meer weg van een woest kolkend meer waar ik een breekbaar deksel bovenop moet zien te houden. Daarna leggen we de kinderen in bed en is het tijd om even nieuws te kijken en aan de slag te gaan. Ik schrijf aan een artikel waarin we in detail uitleggen hoe we die experimenten in zandbakken precies ontwerpen en doen, zodat anderen ons werk beter kunnen begrijpen en nadoen en we zelf betere vergelijkingen maken met andermans werk. Ik denk dat er een tiental laboratoria over de hele wereld op enigszins vergelijkbare manier rivieren en delta’s nabootsen. Ik moet wel oppassen met computerwerk want mijn polsen doen pijn. 10 uur computer uit, even zitten en dan in horizontaal gestrekte positie.

Dinsdag 2 oktober


Na het ochtendritueel ga ik snel naar de universiteit. We hebben een prettig gesprek bij de grootste zandbak met een wetenschapsjournalist van het NRC, omdat er aanstaande zaterdag een pagina in de wetenschapsbijlage komt over ons werk. We zijn erin geslaagd om een meanderende rivier (zoals de IJssel) na te bootsen, wat de afgelopen 70 jaar ondanks vele pogingen niet lukte. Andere rivierpatronen (die we tijdens de IJstijd hadden in Nederland) lukt veel makkelijker, maar dit niet. We praten ook over wat je hier nou mee kan, zoals nieuwe natuur laten ontstaan bij beken en beter leren voorspellen waar woonhuizen in het woeste kolkende water gaan verdwijnen (maar niet in Nederland). We hebben daar net over gepubliceerd in een goed wetenschappelijk vaktijdschrift en dat is het begin van de oogst van 4 jaar hard werken van twee promovendi en mij.

Tijdens de lunch praat ik nog met collegae over die rots die de robotkar Curiosity op Mars heeft gefotografeerd. NASA zegt dat dat het bewijs is dat er water stroomde en dat het er ongeveer een halve meter diep was. Maar ik weet zeker dat de NASA allang wist dat daar water stroomde want je kon op de foto’s vanuit de ruimte al zien dat er een waaier van zand en grind ligt die door water is gemaakt. Dat is namelijk de reden dat dat ding daar geland is. Gisteravond onder de douche had ik die waterdiepte nog even nagerekend want dat is niet zo moeilijk.

Op ditzelfde moment zijn twee van mijn promovendi met een Engelse collega in Chili aan het werk om daar foto’s te maken van hetzelfde soort waaiers als op Mars. Ze gebruiken daar een onbemand vliegtuigje voor. Na zo’n driehonderd emailtjes kregen we toestemming van de Chileense luchtvaartautoriteiten om dat ding, dat nauwelijks groter is dan een vlieger, te gebruiken. Zoals gebruikelijk bij vliegtuigen is het landen het lastigst, vooral op een hellende bodem met grote rotsblokken. Met heel hard werken en na tot vier keer toe de stukjes vliegtuig weer aan elkaar gelijmd te hebben zijn ze er dan toch in geslaagd foto’s te maken en monsters te nemen die we kunnen gaan bestuderen en vergelijken met die van Mars. En dan print ik nog even snel een aantal artikelen om te lezen voor het schrijven van een nieuw onderzoeksvoorstel voor NWO over Mars.

’s Middags is een bul-uitreiking van de Master of Science in de Aula in het Academiegebouw. Ik spreek een studente toe die bij mij twee grote onderzoeken heeft verricht aan beken, de natte en natuurlijke ruggengraat van het land. Dat is feest, en daar hoort een receptie bij. Maar geen drank voor mij, want na de ouders gefeliciteerd te hebben moet ik snel naar het station waar ik met een promovenda van een collega-instituut heb afgesproken om bij te praten en af te spreken hoe en wanneer we samenwerken. Dat onderzoek gaat over de rivier de Maas en hoe breuken en aardbevingen de rivierloop hebben veranderd. Nieuw onderwerp voor mij en daarom heel leuk, want met elk nieuw inzicht worden er ook nieuwe verbanden duidelijk. Na het eten en het kinderen in bed doen werk ik nog gauw wat email weg en dan ga ik vroeg naar bed.

Woensdag 3 oktober

Net voor de regen naar de universiteit fietsen en dan 4 uur college geven samen met een collega. We vertellen niet alleen over hoe Nederlandse rivieren zich de afgelopen 8000 jaar verlegden, maar discussiëren ook onderling over de verklaringen. Twee verschillende disciplines geven daar soms nog twee verschillende verhalen over. Daarmee doen we de studenten voor wat ze volgende week zelf gaan doen met een andere rivierdelta als onderdeel van het onderwijs.
Gauw tussendoor kijk ik nog even bij een experiment van de Martiaanse postdoc. Dat was die ochtend gedaan, maar ik kon nog net de resten ervan zien.

De rest van de dag ben ik druk met korte overleggen met promovendi en studenten, en met het regelen van vliegtickets en hotel voor een reis naar Southampton in Engeland. Daar gaan we samen met Engelse onderzoekers experimenten doen in een lange zandbak die twintig jaar lang niet gebruikt is. Hier is nu een natuurlijk bos in is gegroeid. Dat bos wordt deze herfst gerooid en voor die tijd meten wij nog even gauw hoe een overstroming door begroeiing in zijn werk gaat. Helaas moet dat dan wel weer precies in de herfstvakantie.

’s Avonds werk ik nog wat email af en dan moet ik alweer toegeven aan de slaap. Het lijkt wel of de griepvirussen weten dat de 'r' weer in de maand zit.

Donderdag 4 oktober

Vanochtend breng ik de kinderen naar school want Hester gaat naar een onderwijsconferentie. Eerst spelen we nog even met LEGO en dan gaan we de regen in. Daarna werk ik thuis aan artikelen en onderzoeksvoorstellen. Die laatste zijn het leukst om te doen want daar is de meeste creativiteit bij nodig. Daar heb ik wel wat rust bij nodig en die is er niet op de universiteit. Ik zie collegae wel rust voor zichzelf maken door muziek te luisteren, maar dat kan ik niet. Gek genoeg kan ik wel goed nadenken als ik zelf piano speel en zo denk ik nu bij sommige onderzoeksprojecten dan automatisch aan Rachmaninov of Debussy of wat ik dan ook oefende. Plotseling moet ik terug naar school voor de medicijnen van een van de kinderen – einde oefening.

’s Middags werk ik nog aan een revisie van wat een artikel moet gaan worden en dan reis ik naar Amsterdam naar het Trippenhuis van de KNAW voor een bijeenkomst met jonge enthousiastelingen uit het bedrijfsleven die proberen vanuit die hoek duurzaamheid een grotere plaats in de samenleving te geven. Werktitel is Shaking up NL. Boeiende conversaties over productie en consumenten, onderwerpen waar ik ongeveer niets vanaf weet. Grappig dat juist het bedrijfsleven ook stelt dat de topsectoren van Verhagen alleen middle of the road onderzoek in bedrijven betalen en de echte wetenschappelijke en maatschappelijke vernieuwing van de toekomst niet. Dat denk ik ook en ik ben niet de enige wetenschapper die er zo over denkt.

Volgende week gaan we verder en eind oktober moet er een knetterend idee worden gepresenteerd in de Ridderzaal in Den Haag. Liefst ook een wetenschappelijk zinnig idee… Nu dingt koude kernfusie nog mee naar de eer en ik dacht dat dat geen experimenteel herhaalbaar resultaat was en ook geen theorie als onderbouwing had, waarmee het wetenschappelijk gezien wel wat onwaarschijnlijk lijkt dat het überhaupt bestaat. In de trein terug lees ik nog artikelen over Mars en hoor ik een meisje naast me zeggen dat ze klaar wil zijn met studeren voordat ze echt heel oud is, namelijk 30. Ik, 40 jaar oud en nog net lid van de Jonge Akademie, denk nu midden tussen wieg en graf in te zitten. Maar gelukkig mag ik morgen weer even in mijn zandbak spelen met rivieren, en met die gedachte hoor ik nog net de kerkklokken 12 uur slaan.

Vrijdag 5 oktober

Yes! Zandbaktijd! Er liggen weer prachtige rivieren in de Eurotank. De Masterstudente heeft er op sommige plaatsen gekleurd zand bijgedaan om te zien waar dat terecht komt als de rivier zijn oevers afslaat. Denkend aan Holland zie ik woeste rivieren zich vraatzuchtig door natuurlijk landschap slaan. Dan, naast de meetapparatuur, een overleg voor een boekje dat we gaan maken om wetenschappers te verleiden om af en toe een basisschool te bezoeken en kinderen kennis te laten maken met hun wetenschap. Op het eerste gezicht lijken het net wandelende babies, maar het zijn in werkelijkheid klein uitgevallen wetenschappers met grote creativiteit. Toen we in Ermelo op basisschool De Klokbeker de kinderen op gang hielpen in de zandbak vonden ze prompt drie wetten uit de aardwetenschappen opnieuw uit. Niet dat mijn vakgebied nou zo simpel is of wij dom, denk ik, maar die kinderen kunnen gewoon veel slimmere dingen aan dan de CITO van ze vraagt.

Na de lunch help ik nog even twee studenten met hun computerprogramma en doe ik wat correcties op het krantenartikel dat morgen verschijnt, en dan moet ik alweer naar het volgende overleg. Computerwerk en email komt vanavond wel weer.

Het is een mooie dag vandaag. Met twee onderzoekers uit een heel ander vakgebied uit de aardwetenschappen maar met een voor mij begrijpelijk soort experimenten met zand, plakband, gekke gel en veel koffie hebben we een tweeëneenhalf uur durende hersenstorm om een nieuw onderzoek op te zetten naar een mogelijk verband tussen die ongelooflijk grote kloof op Mars, de Valles Marineres, en die net zo onvoorstelbaar grote rivierdalen die ernaast liggen. Door zo samen te praten en elkaar dingen uit te leggen en vragen te stellen gebeurt dat waar mijn hele week mooi van wordt: we hebben een nieuw idee. Een goed idee? Dat zien we later wel, maar fascinerend is het inzicht nu wel en we weten ook al ongeveer hoe we het moeten uittesten met experimenten. Hier word ik nou heel erg blij van. Deze maand moeten we het goed opschrijven, indienen bij NWO en dan hopen dat we het geld krijgen om een nieuwe wetenschapper op te leiden op dit onderwerp.

Het laatste uur van de middag is ook mooi: ik praat met een geoloog. Ik leer iets over klimaat van miljoenen jaren geleden en hij iets over rivieren en hoe die iets met elkaar te maken hebben. Wie weet wat daar weer voor nieuw inzicht uitrolt. Als wij wetenschappers op ivoren torens wonen hebben we er wel een super world wide web op poten van weten te maken met al die bruggen en snelverkeer tussen alle torens.

’s Avonds verder met email en een presentatie maken voor zaterdag, het Weekend van de Wetenschap in het Universiteitsmuseum in Utrecht.

Zaterdag 6 oktober

Na een rustige ochtend en boodschappen doen breng ik mijn dochter naar een verjaardagsfeestje en ga dan naar het Universiteitsmuseum om de lezing te geven. Er zijn ongeveer 35 mensen waaronder gelukkig veel kinderen. Terwijl ik door de gang loop word ik al herkend door het publiek. Veel collegae denken dat ik sterallures heb en graag in het middelpunt van publieke aandacht sta, en dat is dus grote kletskoek. Het gaat niet over mij. Ik vertel over water op Mars, ons werk in de woestijn van Chili en in onze eigen zandbakken. Ik leg leg uit hoe wetenschappers te werk gaan en dat kinderen zelf ook onderzoek kunnen doen. Ik zie dat ze het snappen en boeiend vinden. Daar doe ik het voor en daar kwamen ze voor.

Niemand heeft me gek genoeg ooit gevraagd of ik Mars mooi vind. Op de terugweg via de botanische tuin naar huis zie ik zonlicht spelen door de bomen die beginnen te verkleuren. Dat vind ik mooi. Dat en natte landschappen met rivieren en estuaria en veel bomen en planten. Het gortdroge Mars is fascinerend en ik wil die raadsels rond het water daar oplossen, maar mijn laatste bezoek aan een woestijn mag best echt mijn laatste zijn. Thuis zou ik eigenlijk aan het werk moeten, maar ik spijbel en lees een boek. ’s Avonds na het eten koken en naar bed brengen van de kinderen ga ik wel weer aan het werk.

Zondag 7 oktober

Vandaag was het mijn beurt om uit te slapen en dat lukt ook nog. Dan kinderen naar de zwemles, wat huishouden, boekje lezen en eten koken. Ze eten het nog op ook. Rustig dagje. ’s Avonds weer aan het werk want morgenochtend is er weer onderwijs en de klussen komen nu sneller binnenvliegen per email dan ik ze weer terug kan kaatsen, terwijl ik eigenlijk tijd probeer vrij te maken voor het schrijven aan onderzoeksvoorstellen en artikelen. Nu eerst hoofd voorover mijn bed in en dan morgenochtend weer hoofd voorover de week in. Gezocht: raket met ruimtepak waarvan de radioverbinding stuk is.

Onderzoek Maarten Kleinhans

KNAW


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken