De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 41: dagboek van Dolf Weijers

10 juli 2013

Dolf Weijers, fotografie Henk ThomasWeekdagboek van een wetenschapper: Dolf Weijers (WUR) van 1 - 7 juli 2013. Dolf onderzoekt hoe verschillende celtypes worden aangelegd in het plantenembryo en hoe deze communiceren om een functioneel orgaan te maken.

Maandag

De week begint als iedere andere met het naar school brengen van dochters Puk (8) en Sam (7). Het grote voordeel van het wonen en werken in een klein provinciestadje als Wageningen is dat alles (!) zich binnen een straal van een paar kilometer bevindt, dus ook de school van de kinderen. Na de dames te hebben afgeleverd ga ik terug naar huis om wat vragen uit te werken voor een promotie waarbij ik later vandaag zal opponeren. Het gaat om een proefschrift op de grens van wiskunde, natuurkunde en biologie. Als bioloog gaat een deel van de inhoud boven mijn pet, maar met name de implicaties van het wiskundig modelleren voor de biologie, en de aannames die daarbij gemaakt worden zijn voor mij interessant.
Dit proefschrift is een goed voorbeeld van de ontwikkeling die in de natuurwetenschappen gaande is. Veel problemen zijn van een zodanige complexiteit geworden dat het vaak onmogelijk is om met de methodologie uit enkel één specifiek veld oplossingen te vinden. In ons eigen onderzoek, dat van nature biologisch en biochemisch is, werken we dan ook inmiddels samen met wiskundigen, natuurkundigen en informatici.

Ik rond de vragen af, pak mijn toga en ga naar mijn laboratorium om samen met een post-doc zijn presentatie voor later vandaag door te nemen. Deze jongen is een kei in electronenmicroscopie en heeft in de afgelopen maanden een methode ontwikkeld om naar de kleinste details van de prilste stadia van plantenontwikkeling, het planten-embryo, te kijken. Ondanks dat is hij erg onzeker over zijn presentaties. Het ziet er goed uit, en meer dan een bemoedigend woordje heeft hij niet nodig. Ik beantwoord nog wat emails voordat ik naar de aula ga voor de promotie. Ik ben altijd verrast over hoe goed zo'n promotiecommissie een proefschrift in de volledige breedte  onder de loep neemt. Vooraf wordt altijd doorgenomen wie welke vragen wil gaan stellen, en merkwaardig genoeg zit daar zelden veel overlap tussen. Als Wageningse hoogleraar mag ik beginnen met vragen stellen. De verdediging verloopt goed, en nadien wordt er wat met collega's na/bij-gepraat.

Na een lunch met promovenda, commissie en familie snel terug naar het lab. Later deze week spreek ik op een conferentie in Frankrijk, en ik moet daarvoor nog een presentatie voorbereiden. Aangezien ik er niet van houd om dezelfde presentatie twee keer te geven, zorg ik er altijd voor dat er tenminste 1 of 2 nieuwe dia's inzitten. Dat houdt me scherp en voorkomt sleur en verveling, maar betekent ook dat er toch altijd wel voorbereiding aan een lezing vooraf gaat. Met meer dan 15 lezingen per jaar is dat best een (leuke) uitdaging.

Ik spreek nog met een paar promovendi en post-docs over hun resultaten en planning voordat ik Puk en Sam van de na-schoolse opvang ophaal en naar huis ga. Maandag en dinsdag zijn vaak wat hectische dagen. Mijn vrouw Marieke werkt die dagen, en is meestal niet vroeg thuis. Omdat we allebei graag sporten bedrijven we die dagen de hogere kunsten der logistiek. Samen eten, dan nummer 1 sporten, vervolgens bij de voordeur het stokje wisselen en nummer 2 sporten. Na afgepeigerd thuis te komen lees ik nog een manuscript ter beoordeling voor een tijdschrift en dan is het wel weer mooi geweest.

Dinsdag

Op het lab aangekomen heb ik eerst een gesprek met een student over een stage in het buitenland. Wanneer studenten van Wageningen Universiteit een buitenlandse stage doen als onderdeel van hun Master studie (en dat doen er veel!), wordt dit begeleid door een Wageningse hoogleraar. Het is altijd leuk om samen met studenten na te denken over waar hun interesse ligt, waar ze graag naar toe willen, en welk instituut daarbij past. Het is minstens net zo leuk om deelgenoot te zijn van de ervaringen die studenten elders opdoen, en te zien hoe snel ze zich ontwikkelen.

Daarna werk ik wat aan een manuscript dat we volgende week voor publicatie willen indienen. Ons onderzoek richt zich op de vroegste stappen in de plantenontwikkeling. Vlak na de bevruchting ontstaat vanuit een enkele bevruchte eicel een hele nieuwe plant. Wij willen graag begrijpen hoe de verschillende weefsels en stamcellen worden aangelegd. Planten hebben wanden om hun cellen, en het plaatsen van die wand tijdens celdeling is enorm belangrijk voor het bepalen van vorm en functie. In het manuscript waar we nu aan werken brengen we voor het eerst de vroege embryo-ontwikkeling in 3D in kaart, waar dit tot nu toe enkel in 2D (plakjes of dwarsdoorsnedes) is gedaan. Het is een leuke en mooie samenwerking van biologen (wij), wiskundigen (Bern en Keulen) en informatici (Calgary), en door deze mix van expertise hebben we een theorie uit 1886 kunnen bewijzen. We hebben gevonden dat plantencellen zich als zeepbellen gedragen tijdens de deling, door de kortste celwand door het midden van de cel te bouwen. Tenminste, wanneer er geen controle wordt uitgeoefend. Factoren die de ontwikkeling sturen verhinderen deze simpele regel. Het wachten is nu op de laatste feedback van de mede-auteurs uit Canada voordat we het artikel kunnen indienen. Altijd een spannend en leuk moment in het proces van onderzoek doen.

Dagboek Dolf Weijers

Ik rond mijn beoordeling van het manuscript af waaraan ik gisteren was begonnen, en breng wat tijd door samen met promovendi en post-docs achter de microscoop. Er zijn mooie resultaten die voorspellingen uit eiwit-kristalstructuren bevestigen die we vorige week hebben ingestuurd voor publicatie. Erg motiverend voor de medewerkers!

Vervolgens een leuk telefoongesprek met iemand van Kennislink over wetenschapscommunicatie. Zij willen graag een rol spelen die verder gaat dan de journalistiek, en willen feedback van wetenschappers over de wensen en behoeftes die er leven. Hoewel ik altijd heb gedacht dat ons onderzoek niet erg mediageniek is, heeft mijn ervaring bij De Jonge Akademie me geleerd dat dat niet zo is. Er is een oprechte, intrinsieke interesse en nieuwsgierigheid bij velen, van basisschoolkind tot bejaarde, het is enkel een vraag van hoe en wat te communiceren. Ik kijk altijd vol bewondering naar wetenschappers die hun onderzoek goed weten te populariseren, en zet langzaam stappen in die richting. De redacteur van Kennislink en ikzelf zitten duidelijk op een lijn.

Vervolgens belt een medewerker van een Tweede Kamerlid waar ik eerder dit jaar een gesprek mee heb gevoerd. Ik ben blij dat dit kamerlid zich goed wil laten informeren over zaken die in de wetenschap spelen en zeg met plezier mijn medewerking toe.

Ik werk nog wat aan mijn lezing die ik later deze week zal geven voordat ik onderweg ga naar een bespreking met het team van Science Café Wageningen. Ongeveer 2 jaar geleden hebben een oud-medewerker van Wageningen Universiteit en ikzelf een science café opgericht om een podium te bieden waar iedereen die daar in geïnteresseerd is kan horen wat de laatste ontwikkelingen in de wetenschap zijn, en daarover mee kan debatteren. We doen dit in een plaatselijk café, hebben altijd fantastische sprekers, goede live muziek en een goede presentator. Deze informele setting blijkt een schot in de roos! Of we het nu hebben over het technologisch ingrijpen in de mens, over neutrino's of over klimaatverandering, de kroeg zit steevast vol, en de discussies zijn zeer boeiend. We zijn nu de programmering voor het najaar aan het voorbereiden, en hebben daarvoor met enige regelmaat vergaderingen in een café. Omdat het lekker weer is kunnen we onze bespreking buiten op het terras houden. Ons team is heel divers, en bestaat uit vrijwilligers die allen in een andere hoedanigheid aan de universiteit verbonden zijn. Het is altijd zeer inspirerend om te zien hoe zulke mooie dingen kunnen ontstaan uit enkel oprechte interesse in wetenschap en een wil om hier een mooi podium voor te bieden. We zijn er snel uit en hebben een aantal belangrijke knopen doorgehakt. De rest van de avond staat er gelukkig niets op het programma.

Woensdag

Op tijd naar het lab voor een Skype gesprek met onderzoekers in Australië die graag ons advies willen inwinnen over een methode die we recent hebben ontwikkeld. Ik houd vaak Skype- of telefoon conferenties met collega's of onderzoekspartners elders ter wereld, en dat werkt heel goed. Het is toch fijn om naar een gezicht te kunnen kijken tijdens een overleg. Ik sta zelf niet vaak stil bij hoe wonderlijk het eigenlijk is dat we tegenwoordig op deze manier in verbinding staan met een netwerk van onderzoekers. Mijn Australische collega, voorbij pensioengerechtigde leeftijd, is hier duidelijk nog wel erg van onder de indruk, zeker wanneer we wat bestanden heen en weer sturen om onze woorden kracht bij te zetten.

Ik kijk nog even naar de samenvatting die een post-doc in gaat sturen naar een conferentie deze zomer en maak hier wat correcties op. Vervolgens zet ik me ertoe om de tekst van mijn oratie die ik een paar weken geleden heb gehouden te verwerken tot een boekje. Al met al is dit een behoorlijk zonderlinge operatie. De oratie zelf, hoewel een fantastische ervaring en heel leuke uitdaging, voelt wat onnatuurlijk omdat ik het grotendeels had uitgeschreven. Nu moet die uitgeschreven tekst die bedoeld was om uitgesproken te worden, veranderd worden in een tekst die als verhaal gelezen kan worden. Daarnaast is ons onderzoek zeer visueel. We maken veel gebruik van microscopie, maar ook van schema's en animaties om processen die op de schaal van moleculen en cellen plaatsvinden duidelijk te maken. Ik heb daarom bij mijn oratie heel veel beeldmateriaal gebruikt, en de uitdaging is nu om dit te reduceren tot een paar afbeeldingen die (in zwart-wit) in de tekst opgenomen kunnen worden. Dat blijkt nog een serieuze opgave te zijn.

Terwijl ik hiermee bezig ben word ik gebeld door een verslaggeefster van een landelijk dagblad om uit te leggen hoe het kan dat een stuk groente vrolijk verder kan groeien nadat het een tijd in de groentela heeft gelegen. Ik leg uit dat planten meesters zijn in het maken van nieuwe organen (wortels, scheuten, bladeren, bloemen) wanneer daar noodzaak voor is. Anders dan mens of dier die kunnen verkassen wanneer de plek niet meer bevalt of gevaarlijk is geworden, heeft het plantenrijk in haar evolutie andere oplossingen moeten bedenken. Dit is er zo een.

Later deze middag heb ik gesprekken met 2 studenten die beide overwegen om een afstudeervak te komen doen in onze onderzoeksgroep. We hebben meestal zo'n 4 of 5 MSc of BSc studenten die een onderzoeksproject van 6 maanden doen onder begeleiding van een promovendus of post-doc in de groep. Ik vind dat geweldig leuk, want er is steeds nieuw bloed en fris enthousiasme. De aanwezigheid van deze studenten maakt ons laboratorium tot een volwaardige leeromgeving.

Ik werk nog wat verder aan het boekje voor mijn oratie en heb een gesprek met een deelnemer uit het Wageningse Tenure-Track programma van een andere afdeling. Deze persoon is op zoek naar een coach om voortgang in dit programma regelmatig te bespreken. Het is een leuk gesprek, en ik hoop dat ik in de toekomst nuttige feedback kan geven. Zelf ben ik ook door dit ontwikkelingspad gewandeld, met als eindpunt mijn benoeming tot hoogleraar vorig jaar. Dit is een mooi initiatief van Wageningen Universiteit om de ruimte te geven aan ambitie, zodat onderzoekers zichzelf snel kunnen ontwikkelen. Er worden natuurlijk wel scherpe eisen gesteld op het gebied van onderzoek, onderwijs, beheerstaken en wetenschapscommunicatie. Die eisen zijn alleszins redelijk, maar het is niet altijd en voor iedereen gemakkelijk om aan alle eisen te voldoen.

Bij thuiskomst beleef ik een nostalgisch moment. Op school bij Puk en Sam is er een knikker-manie gaande, en een buurman heeft een knikkerpotje ingegraven voor ons huis. Hoewel ik nog wat werk af wilde ronden weet Puk me te overtuigen dat ik met haar een potje ga knikkeren. Dat is nog best lastig, want ik ben het in de afgelopen 30 jaar een beetje verleerd. Puk maakt me dik in, en is nog zo aardig om me een paar extra knikkers te lenen zodat we verder kunnen spelen…

's Avonds pak ik mijn koffer in, aangezien ik morgenochtend vroeg op pad moet.

Donderdag

Vandaag vroeg op om met de bus/trein/vliegtuig naar Parijs te reizen. In de trein onderweg neem ik een beslissing over een manuscript voor een tijdschrift waarvan ik sinds kort hoofdredacteur ben. Dat is een interessante ervaring. Na jaren zelf te publiceren en als referent op te treden, krijg ik nu inzicht in het gehele publicatieproces. Daarnaast is het dankbaar om een rol te kunnen spelen in de ontwikkeling van een tijdschrift. Dit blad bestaat al een paar decennia, en is wat specialistisch van aard. Mijn opdracht is om het tijdschrift wat te verbreden, en daarnaast strenger te selecteren voor artikelen die binnen dit veld (voortplantingsonderzoek bij planten) een wezenlijke bijdrage leveren. Een mooie uitdaging die ik met plezier aanga.

Na een korte vlucht naar Parijs word ik in de metro geconfronteerd met mijn gebrekkige kennis van het Frans. Kaartje gekocht van de luchthaven naar Parijs, na meer dan een uur aangekomen op het station van bestemming in Evry, maar ik kom met geen mogelijkheid het station uit. Mijn kaartje blijkt toch niet het juiste... Het probleem is echter dat er geen loket is waar ik me kan melden en ook geen automaat om een ander kaartje te kopen. Na een paar minuten vertwijfeld rond te lopen heb ik voldoende moed verzameld om over de poortjes te springen en tussen een schot door te glippen. Nu naar mijn hotel en vervolgens naar de conferentie. Het gaat om een bijeenkomst van plantenwetenschappers in Parijs. Een paar honderd mensen uit 4 instituten die voor het eerst samen een conferentie organiseren, en hier ook een paar buitenlandse sprekers voor hebben uitgenodigd. Al snel na de middagsessie blijkt het nadeel van dit type conferentie. Vliegensvlug haasten de Parijzenaren zich naar huis, en blijven de buitenlandse sprekers verloren over…Na een diner beland ik aan de bar met collega's uit Keulen en Cambridge.

Vrijdag

Een lange dag met 20 lezingen over een waaier aan thema's binnen de plantenwetenschappen: "everything you always wanted to know about plant science but were afraid to ask…". Wat ik daar altijd leuk aan vind is dat je bijgepraat wordt over thema's die je niet actief bijhoudt. Het nadeel is dat mijn spanningsboog wat aan de korte kant is… Een mooie gelegenheid om, achterin de zaal gezeten, wat werk te verzetten en dit dagboek bij te werken.

Tussen de sessies door en tijdens de lunch valt me op dat de Franse wetenschappers nogal op andere Franse wetenschappers gericht zijn, en dat ook in het gezelschap van internationale gasten Frans gesproken wordt. Heel begrijpelijk, maar wel jammer, omdat dit ontmoetingen in de weg staat. Tijdens de lunch heb ik een leuk gesprek (met een Fransman!) over een gezamenlijke interesse, en we spreken af gegevens uit te wisselen en eventueel samen te gaan werken.

Na een boeiende middagsessie is er een poster-sessie met pizza en bier. Geen slecht idee! Jammer alleen dat om half 9 vrij abrupt alles wordt opgeruimd en iedereen ineens verdwijnt. Ik beland met een paar mensen, waaronder een manager van een Nederlands bedrijf in de plantenveredeling, in een bar. Erg interessant om de wetenschap te bekijken door de bril van de commerciële sector. We blijken veel meer gemeenschappelijke interesses en visie te hebben dan ik dacht, en spreken af dat ik later dit jaar dit bedrijf bezoek om een lezing te geven en te verkennen of er samenwerkingen mogelijk zijn. Een onverwachte ontmoeting met mooie uitkomst!

Zaterdag

Omdat er een spreker niet kon komen begint het programma vandaag pas om half 10. Dat was mooi geweest wanneer het hotel waarin ik verblijf niet zo luidruchtig was. Ik heb slecht en weinig geslapen, en werd steeds wakker door lawaai. Van uitslapen komt hierdoor ook niets.

Ik spreek direct na de lunch, en mijn presentatie verloopt goed. Ik bespreek onze recente bevindingen over de zeepbel analogie van deling in plantencellen en krijg zeer goede respons. Het kan heel nuttig zijn om een verhaal te presenteren op een conferentie vlak voor we het voor publicatie indienen. Vaak komen er goede punten van kritiek die we nog kunnen verwerken, en daar worden de artikelen doorgaans beter van.

Enige tijd geleden werd ik er door een bevriende Franse wetenschapper op gewezen dat een onderzoeksgroep in Parijs zeer vergelijkbare resultaten had als wij, en kort daarna hebben we via Skype en email de zaken besproken en ook afgesproken dat we onze manuscripten tegelijk ter publicatie zullen aanbieden. Dit om te voorkomen dat slechts 1 van de 2 groepen een publicatie heeft. De tijd van indiening is nu nabij, en we hebben afgesproken om vandaag de details door te nemen. Dat is voor ons beide best spannend omdat we tot nog toe nog geen gegevens van de andere groep hebben gezien. Na mijn lezing hebben we een heel goed gesprek. Het blijkt dat, daar waar onze studies overlappen. we dezelfde resultaten hebben. Dat is fantastisch, want geeft heel veel vertrouwen in de resultaten. Het blijkt ook dat onze manuscripten behoorlijk verschillen in focus, wat betekent dat het niet dramatisch zal zijn wanneer 1 van de artikelen eerder gepubliceerd wordt dan het andere. We besluiten om na de zomer, wanneer de drukte rondom de manuscripten voorbij is, in alle rust af te spreken en onze strategie en eventuele samenwerking in de toekomst te bespreken. Fantastisch wanneer op deze manier concurrentie omgebogen kan worden in gemeenschappelijk werk!

Om 6 uur is de conferentie afgelopen en stappen we met zo'n 7 deelnemers in de bus naar het nabijgelegen paleis (Vaux le Vicomte) dat de minister van financiën van Louis XIV liet bouwen. Het is een kolossaal en zeer bombastisch paleis, met mooie stijltuinen en zeer de moeite waard om te bezoeken. We hebben een heerlijk diner in een bijgebouw van het paleis, waarna er de gelegenheid is om het paleis en de tuinen te bezichtigen. De avond wordt afgesloten met een spetterend vuurwerk, dat we met een glas Champagne in onze hand bewonderen.

Al met al een boeiende conferentie met een paar nuttige en veelbelovende uitkomsten. Ik ga tevreden weer naar mijn hotel.

Zondag

Om 6:15 uur gaat mijn wekker. Ik moet op tijd op het vliegveld zijn voor mijn vlucht terug naar Nederland. Het probleem is dat ik weer heel slecht heb geslapen. Te warm en te luidruchtig. Ik ben daardoor flink gesloopt, en kijk er dan ook naar uit naar huis te gaan. Ik kom zonder complicaties op tijd op het vliegveld aan en heb even rustig de tijd om dit dagboek bij te werken.

Ik word op Schiphol verwelkomd door een zeer Nederlands fenomeen…geen treinen vanaf Schiphol, er worden bussen ingezet. Die vertrekt gelukkig snel, en in de bus ontmoet ik een oud-lid van De Jonge Akademie. We moeten dezelfde kant op, en hebben het restant van de reis een leuk gesprek over wetenschapscommunicatie naar kinderen. Ik heb nooit uitgerekend hoe groot de kans is dat je bekenden ongepland tegenkomt, maar heb het gevoel dat dat behoorlijk vaak is.
De rest van de dag staat in het teken van het genieten van het heerlijke weer. Er is weinig van het weekend over, maar genoeg om volledig ontspannen klaar te zijn voor de komende week!

 

 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken