De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 33: dagboek van Alexander Sack (deel 2)

14 mei 2013

Alexander Sack, fotografie Milette RaatsWeekdagboek van een wetenschapper: Alexander Sack (UM) van 29 april tot en met 5 mei 2013. Alexander onderzoekt de relatie tussen het menselijk brein en gedrag, perceptie en cognitie bij zowel gezonde als zieke mensen.

Woensdag

Onderwijs en Onderzoek: twee zijden van dezelfde medaille

Vandaag bereid ik de vergadering van de onderzoeksmaster voor. Ik ben er sinds 5 jaar nu directeur van deze opleiding. Het is een samenwerking tussen drie faculteiten, de faculteit der psychologie en neurowetenschappen, de faculteit of health, medicine, and life sciences, en de school of business and economics. Het gaat erom te begrijpen hoe de hersenen werken en wat de preciese samenhang is tussen hersen activiteit en menselijk gedrag. Op de agenda staat vooral hoe wij getalenteerde studenten die de financiering van dit 2 jaar master programma niet voor elkaar krijgen, een beurs of steun kunnen geven. Dit lijkt helaas moeilijk omdat er bijna geen beurzen zijn, hoewel dit toch een heel belangrijke studie voor de toekomst is, gezien al de problemen met neuropsychiatrische ziekten zo als Alzheimer, Depressie, Stress, etc.

Op zoek naar iets nieuws

Direct erna heb ik overleg met een van mijn PhD studenten. Hij is een goed voorbeeld ervan hoe onderwijs en onderzoek bij elkaar horen. Hij heeft ons onderzoeksmaster program gevolgd en is daarna met een onderzoekscarrière begonnen. Hij doet het fantastisch, heeft al meer dan 10 internationale belangrijke publicaties op zijn naam staan en zijn onderzoek heeft een belangrijke bijdrage geleverd voor onze kennis over het menselijk brein. Maar vandaag hebben wij het over een aantal nieuwe experimenten die hij recentelijk deed en die iets heel raars hebben laten zien; een tot nu toe onbekend effect. Het gaat grof gezegd erom dat wij niet altijd dat zien wat er eigenlijk te zien is en dat dit ons heel veel kan leren hoe de hersenen een beeld construeren van de wereld om ons heen, een beeld dat van de objectieve wereld soms flink kan afwijken. De vraag is nu wat doen wij met het door ons nu beschreven effect? Wij besluiten het nog even verder uit te zoeken en ook contact op te nemen met collega’s uit Utrecht om de resultaten en hun betekenis met hun te spreken.

Kan ons onderzoek iets betekenen voor mensen met beroerte?

Ik ben van plan mijn bevindingen over de plasticiteit en reorganisatie van de hersenen te proberen toe te passen voor mensen met een beroerte. Het idee is dat wij met elektromagnetische hersenstimulatie de gezonde delen van de hersenen zo kunnen stimuleren dat ze de functie en taken van de beschadigde hersenendelen kunnen overnemen en zo de schade compenseren. Voor een deel gebeurt dat sowieso automatisch, gesteund door een revalidatie training. Maar de hoop is dat wij door individueel toegepaste stimulatie van de hersenen met behulp van elektromagnetische pulsen deze revalidatie kunnen steunen, versnellen, en optimmeren. Spannend! Ik heb contact gelegd met de Neurologie afdeling van het academisch ziekenhuis in Maastricht en ook met een revalidatie centrum in de beurt. Iedereen lijkt heel geïnteresseerd en open te staan voor dit project. Vandaag begin ik het idee op te schrijven en bereid ook een aanvraag voor om de ethische toestemming voor dit soort klinisch experimenteel onderzoek te krijgen.

Even iets anders

Aan het eind van deze dag lees ik nog een artikel over een onderzoeksproject die wij samen met het neuroeconomics groep in Bonn en Maastricht hebben opgezet. Het gaat hier over de neurobiologische grondlaag van strategische fairness. Wij hebben in een experiment een bepaald hersengebied in gezonde proefpersonen tijdelijk verstoord wat ertoe leed dat ze minder goed in staat waren strategisch fair te handelen. Het hersengebied waarover het hier gaat is een gebied dat pas heel laat ontwikkelt in de evolutie van de mens, en dat ook best laat ontwikkelt bij kinderen. Misschien zou dat kunnen verklaren waarom een bepaald strategisch sociaal normgedrag alleen bij mensen en dan alleen vanaf een bepaalde leeftijd te zien is. Onze bevindingen zijn interessant en wij hebben nu een leuk artikel over onze bevindingen geschreven. Nu gaat dit artikel nog tussen ons en onze coöperatie partners heen en weer totdat wij een versie hebben waarmee iedereen tevreden is en die dan ook kan worden opgestuurd naar een wetenschappelijk tijdschrift. Nu ben ik weer aan de beurt, en ik doe het graag; onderzoeksbevindingen opschrijven vind ik een heel leuk onderdeel van onderzoek doen.

Donderdag

Oxford

Morgen vertrek ik naar Oxford voor een congres over hersenstimulatie en neuro-enhancement. Ik ben een van de key sprekers en wil mijn praatje even goed voorbereiden. Omdat de meeste mensen op dit congres vooral geïnteresseerd zijn in de methode van hersenstimulatie, zal ik onze methodische ontwikkelingen laten zien. Wij kunnen nu iemand in de scanner actief een taak laten doen terwijl wij de activiteit in de hele hersenen meten, dan veranderen wij de activiteit in een bepaald gebied door elektromagnetische pulsen toe te dienen en meten op hetzelfde moment de consequentie van deze hersenmanipulatie op het gedrag en ook op de activiteit in de hersenen zelf.

Tussendoor komt altijd iemand anders binnen om even iets te vragen, iets te laten tekenen, of kort data te laten zien of projecten te bespreken. Eigenlijk wist ik het al: als ik zelf echt aan iets moet werken voor een aantal uren (zoals iets schrijven, lezen, of een presentatie maken), kan ik dat eigenlijk niet goed op mijn kantoor. Langer dan een half uurtje heb ik geen rust.

Wat ik vandaag wel nog moet regelen is de lescommissie organiseren voor een van mijn PhD studenten. Hij is nu klaar met zijn scriptie en die moet nu door een onafhankelijke commissie gelezen en beoordeeld worden. Ik moet erover nadenken wie in deze commissie zou kunnen zitten en de mensen dan ook benaderen en hun de procedure uitleggen; zeker als het experts zijn die in het buitenland zitten en niet bekend zijn met het Nederlandse systeem.

Dan snel nog de presentatie op een USB stick, de laptop inpakken, tickets naar Oxford printen, en naar huis….

Vrijdag t/m zondag

Met de trein naar Oxford

Ik pak de trein van Maastricht via Liège naar Brussel, om van daar met de EuroStar naar Londen te gaan, en dan verder naar Oxford. Alles is perfect gepland, maar helaas houd ik geen rekening met de Nederlands-Belgische trein verbinding. De trein vanuit Maastricht rijdt niet naar Liège. Ik moet de bus nemen tot Vise. Maar de bus zal maar 3 minuten voor mijn trein van Vise naar Liège in Vise aankomen. Als die dus maar iets te laat in Vise aankomt, mis ik de trein naar Liège, wat betekent dat ik de volgende trein naar Brussel ook mis en dus ook mijn EuroStar ticket naar Londen. Ik beslis daarom met de taxi naar Vise te gaan om heel zeker mijn trein van Vise naar Liège te pakken en op tijd in Liège te zijn. Het kost 40 Euro, maar is toch beter, denk ik.

Fout gedacht!

Ik ben wel 30 minuten te vroeg in Vise en zit rustig in de trein naar Liège. Maar die rijdt gewoon niet. Het is nu al 5 minuten later dan de eigenlijke vertrektijd. Ik vraag wat het probleem is en er wordt mij verteld dat ze nog op de bus vanuit Maastricht moeten wachten - die heeft vertraging!

Dus, wij wachten op die bus die ik niet wilde nemen omdat ik bang was dat die vertraging zou hebben (!), en vertrekken tenslotte met een vertraging van 15 minuten richting Liège. In Liège mis ik daarom mijn trein naar Brussel, en zo gaat het gewoon door.

Ik weet niet hoe en waarom maar op een bepaald moment ben ik eindelijk in Brussel en met veel geluk en snelle benen had ik zelfs nog de trein naar Londen. Vanaf nu is het wat rustiger reizen.

In Londen werd ik afgehaald door een taxi die mij naar Oxford brengt (wat een service van de organisatoren van dit congres).

Het congres zelf is heel leuk en een groot succes. Er zijn veel collega’s uit de hele wereld met die je goede gesprekken kun hebben over onderzoek en wetenschap. Met sommige had ik vroeger al een keer samengewerkt, dus dat is heel leuk om ze dan weer te zien en te horen waarmee zij nu bezig zijn. Ook leer je heel veel en krijg je heel veel inspiratie door al die goede onderzoeksprojecten die je gepresenteerd krijgt. Het is leuk te zien hoe de wetenschap vooruit gaat en hoe wij dingen nu kunnen doen die wij 5 jaar geleden nog voor onmogelijk hielden.
De rest is netwerking, lezen, luisteren, vertellen, ideeën voor coöperaties en samenwerkingen ontwikkelen, nieuwe technieken leren kennen.

De praatjes zijn allemaal interessant en ik leer er veel van. Mijn eigen praatje loopt ook goed en ik krijg er heel veel positieve feedback voor. Maar toch bleef er een onderwerp en discussie iets langer hangen in mijn gedachten.

Het ging ook over neuro-enhancement, dus de mogelijkheid het menselijk vermogen en gedrag te verbeteren door middel van hersenstimulatie; Dus, niet om mensen die ziek zijn te helpen om weer beter te worden, maar gezonde mensen beter te maken in bepaalde cognitieve vaardigheden. Een onderzoeker uit Oxford liet data zien dat het inderdaad mogelijk is om mensen door hersenstimulatie beter te laten leren en zelfs in hogere cognitieve functies zoals rekenen te verbeteren. Ze hebben laten zien dat vooral kinderen die problemen hebben in, bijvoorbeeld, wiskunde sterk kunnen profiteren van dit soort brein doping. Maar ze probeerden het dan ook met iemand die heel goed is in wiskunde (iemand die wereldkampioen is in rekenen), en ook hij kon via hersenstimulatie nog zijn vaardigheden verbeteren.

Onafhankelijk van de wetenschappelijke waarde van deze bevindingen ontstond direct een interessant ethische discussie. Is dat ethisch te verantwoorden, de menselijke geest met behulp van hersenstimulatie te verbeteren? Willen wij dus niet alleen zieke hersenen weer gezond maken, maar ook gezonde hersenen beter maken, en zo ja, wat betekent dan beter? En is dit niet oneerlijk als wij niet zeker kunnen zijn of regulaties ervoor hebben wie wanneer in aanmerking zou komen voor deze brein doping?

Er was geen conclusie maar gewoon consensus dat wij hier regulering voor nodig hebben en dat er nog veel te doen en te discussiëren is als het over de implicaties van dit soort onderzoek voor de maatschappij en de samenleving gaat. Wetenschap en maatschappij, onderzoek en verantwoording; het hoort allemaal bij elkaar en wij moeten ons continu zelfs afvragen en controleren in een transparant en democratisch systeem. De samenleving moet weten wat er op dit moment speelt in de wetenschap en wij moeten ervoor zorgen dat de resultaten en mogelijke ontwikkelingen duidelijk communiceerd worden. 

Op weg terug naar Maastricht denk ik er nog veel over na en begin met dit dagboek. Wie zal dat lezen, wie interesseert dit eigenlijk? Het was maar een week, vergelijkbaar met andere weken ervoor en toch niet representatief omdat eigenlijk elke week anders is in mijn baan en leven. Nu schrijf ik het op en staat het binnenkort op internet, voor iedereen om te lezen. Het voelt bijna als een soort bericht in een fles die altijd op nieuw door iemand kan worden gevonden. Misschien ontstaat er iets interessants. Ik ben benieuwd…

 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken