De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 33: dagboek van Alexander Sack (deel 1)

14 mei 2013

Alexander Sack, fotografie Milette RaatsWeekdagboek van een wetenschapper: Alexander Sack (UM) van 29 april tot en met 5 mei 2013. Alexander onderzoekt de relatie tussen het menselijk brein en gedrag, perceptie en cognitie bij zowel gezonde als zieke mensen.

Maandag

Ik wil eindelijk slapen

De nacht van zondag op maandag was niet goed. Mijn oudste dochter Matilda (4 jaar) had last van een nachtmerrie en begon tegen 01.00 uur opeens heel hard te gillen. Snel ging ik er naartoe om te voorkomen dat ze Rosalie, mijn tweede dochter (2 jaar) wakker maakte die in de kamer naast haar nog wel aan het slapen was. Ik lig een half uurtje bij haar in bed totdat ze weer rustig is; dan terug naar mijn eigen bed. Tegen 04.00 uur begint Oskar (4 maanden) te mopperen omdat hij honger heeft. Wij zijn even weer wakker maar voordat het weer rustig wordt, begint Rosalie hard te huilen. Ze had een aantal weken geleden een operatie waarbij haar neusamandelen weggehaald werden en zij buisjes kreeg omdat ze last had van chronische oorontsteking. Het gaat nu wat beter maar ze slaapt nog steeds niet door. Ik lig naast haar bed en houd haar hand vast. Vanaf 05.00 uur is de nacht voorbij en een nieuwe dag begint.

Vandaag hebben de kinderen vakantie zodat ik ze niet naar school of naar de kinderopvang moet brengen. Dat maakt het iets makkelijker. Ik pak mijn fiets en fiets tegen 8.30 uur naar ons nieuwe gebouw naast het universitair ziekenhuis in Maastricht. Ik ben als psycholoog en neurowetenschaper werkzaam bij de Faculteit der Psychologie en Neurowetenschappen aan de Universiteit Maastricht. Onze afdeling, Afdeling der Cognitieve Neurowetenschappen, is een aantal maanden geleden naar een nieuw gebouw verhuisd in verband met de installatie van 3 nieuwe en bijzonder sterke hersenscanners. À propos hersenscanners, wat doe ik überhaupt de hele dag?

Wat ik normaal gesproken doe…

Globaal gezegd probeer ik te begrijpen hoe de hersenen van gezonde mensen werken. Met behulp van fMRI-scanners breng ik in beeld welke hersengebieden en netwerken precies actief zijn tijdens het uitvoeren van verschillende taakjes. Maar met fMRI resultaten alleen heb je het probleem dat je nu nog steeds niet weet of dat nu ook betekent dat deze gebieden echt noodzakelijk zijn voor het succesvol oplossen van de taakjes. De gebieden zijn wel actief maar zou dat ook betekenen dat als ze niet actief waren, er iets mis zou gaan op gedragsniveau? Om dit experimenteel te onderzoeken combineer ik altijd fMRI met hersenstimulatie technieken. Met niet-invasie hersenstimulatie (dat betekent de hersenen met elektromagnetische pulsjes te stimuleren; veilig en zonder pijn of schade voor de proefpersoon) kun je de hersenen plaatselijk en tijdelijk of stimuleren of verstoren. Door een bepaald gebied te verstoren tijdens het uitvoeren van een taak, kun je vaststellen of dit gebied echt causaal verbonden of functioneel noodzakelijk is om de taak te kunnen uitvoeren. Op deze manier kunnen we de diverse functies van hersengebieden in kaart brengen, zonder schade voor proefpersonen. Met deze aanpak heb ik al heel veel fundamentele onderzoekresultaten kunnen genereren door het testen van gezonde proefpersonen (meestal studenten) op het gebied van visueel waarnemen, aandacht, geheugen en leren. Het is een ontzettend leuk en dynamisch onderzoeksgebied. En elke dag komen wij dichter bij het antwoord hoe de hersenen nu daadwerkelijk werken.


Afbeelding: De hersenen in actie. Te zien is de hersenen van een gezond proefpersoon en de activiteit in bepaalde gebieden tijdens het uitvoeren ven een bepaald taakje in de scanner. Links boven zie je een elektromagnetische spoel waarmee wij een bepaald gebied in de hersenen tijdelijk kunnen verstoren of stimuleren (gesymboliseerd door een rode straal). Door deze niet-invasieve hersenen stimulatie kun je het gedrag, het denken en de waarneming van de proefpersoon veranderen.

Wat ik vandaag doe…

Ik loop het gebouw binnen. Alles is nog zo nieuw en mooi. Voordat wij naar dit gebouw verhuisden, zaten wij gewoon in het midden van de Faculteit der Psychologie. Hier waren wij samen met honderden studenten, en onze collega’s van de andere afdelingen binnen onze faculteit. Naar werk gaan leek daarom ook erg op naar de universiteit gaan zoals een student dat doet. Maar dit voelt nu anders. Nu zijn wij alleen maar met de afdeling cognitieve neurowetenschappen hier in dit nieuwe professionele gebouw, met de hersenscanners, een receptie, en een biopartner gebouw voor kleine bedrijven rondom de biomedische industrie. Het lijkt iets meer op een echt bedrijf, een baan, alsof ik opeens volwassen geworden ben en geen student meer.

09.00 - De dag begint met een overzicht over mijn financiële portfolio. Als je vandaag onderzoek wilt doen, heb je heel veel geld nodig. Dit geld krijg je niet van de universiteit (ze hebben geen geld). Maar je moet het zelf werven door bijvoorbeeld subsidies van de Nederlandse overheid of de Europese unie. Dat werkt zo: in het begin heb je een idee voor nieuw onderzoek, iets wat nog nooit is gedaan, wat goed bedacht is, wat belangrijk zal zijn voor de wetenschap en/of maatschappij en/of industrie. Dat schrijf je in alle details op, samen met een soort business plan over hoeveel geld dit project zal kosten, zowel voor materiaal en apparaten die je nu moet kopen als ook voor personeel dat je moet aanstellen (meestal wetenschappelijk personeel zoals PhD studenten of PostDocs). Dit stuur je dan op als jouw subsidie aanvraag.  Je stuurt het naar een programma dat qua beschrijving dit soort onderzoek dat jij voor ogen hebt wil steunen. Dan start de evaluatie periode. Jouw projectvoorstel wordt gestuurd naar meerdere internationale experts op dit gebied die het evalueren en er cijfers voor geven. In deze fase vallen er al ca. 70% van de aanvragen af. Als je geluk hebt en nog steeds erbij bent omdat je goede commentaren kreeg van de experts, wordt je uitgenodigd voor een interview (bijvoorbeeld in Brussel of Utrecht). Hier heb je dan 10-15 minuten om jouw projectidee zelf voor te stellen, en daarna wordt je door een paneel kritisch bevraagd. Daarna moet je wachten, een aantal maanden, tot de finale beslissing. Uiteindelijk krijg je dan de financiering of niet; jouw statistische kans ligt ergens rond de 10%.

Als het niet is gelukt, moet je het gewoon verder proberen, altijd verder en verder, want zonder subsidie geen geld voor onderzoek, en het onderzoek dat wij doen met hersensscanners is heel erg duur.

Goed, ik had in de afgelopen 10 jaar wel heel veel geluk en heb op dit moment een aantal subsidies lopen. Met dit geld kon ik 2 eigen labs opzetten in Maastricht en een onderzoeksgroep opbouwen van inmiddels 14 jonge wetenschappers. Maar dat betekent ook dat ik continue de financiële situatie en het budget in de gaten moet houden. Wanneer loopt een contract van een van mijn medewerkers uit, en heb ik nog geld om haar / zijn aanstelling te verlengen? Welke apparatuur moet vervangen worden en heb ik er nog budget voor? Als ja, waar krijg ik de apparatuur vandaan en kan ik een offerte aanvragen en een kleine discount verhandelen? Hoe ziet het er in 1, 2,  of 5 jaar uit; is het alweer tijd om een nieuwe aanvraag in te dienen om het overleven van de groep en het onderzoek te garanderen? Een financiële planning en overzicht is hier van heel groot belang, en ik moest er wel even aan wennen om dit gedeelte van mijn werk onder de knie te krijgen. Je wordt er niet op voorbereid. Je begint als wetenschapper en opeens ben je manager van een klein bedrijf met een multi-miljoen budget en medewerkers die wel ook financieel afhankelijk zijn van het projectgeld.

Op dit moment ben ik bezig met het opzetten van een derde hersenstimulatie lab. Ik bespreek met onze technische dienst en de afdeling voor inkoop wat de plannen zijn: wat voor apparatuur hebben wij nodig, wat is de toekomst, welke ruimte binnen het nieuwe gebouw is geschikt hiervoor, welke installaties zijn hier nodig, etc..

Skype interview met Mexico

In een van onze projecten proberen wij de hersengebieden te identificeren die belangrijk zijn voor de controle van impulsen en agressie. Dit doen wij in samenwerking met een klinische psychologie groep die ook met psychopaten werkt. Wij willen kijken of wij iets in de hersenen kunnen vinden dat misschien bij kan dragen aan de predictie of een violent offender opnieuw agressief reageert als hij/zij in een bepaalde situatie terecht komt. Het project heet dan ook “Will he aggress again and if so how can we stop it?”

Een Master student uit Mexico heeft mij gecontacteerd en interesse getoond om hier mee te werken als PhD studente. Zij heeft al een eigen beurs van de Mexicaanse overheid en wil graag in ons lab komen werken. Ik sta er wel open voor en heb nu een skype interview met haar in mijn agenda staan om te zien of zij in onze groep zou passen.

Maar voordat ik met het interview begin loopt nog even een PhD student de deur binnen. Ik heb een open deur policy voor de mensen uit mijn groep, dus als ik er ben kunnen ze ook zonder afspraak gewoon binnen lopen om dingen te vragen. Dan gaat het meestal puur om onderzoek, hun projecten, data die er goed of juist niet goed uitziet, nieuwe studies; eigenlijk vind ik dat het leukste gedeelte van mijn werk. Ze komen binnen met hun laptop en wij zitten er over de data en de grafieken en bespreken wat dit alles nu eigenlijk zou kunnen betekenen. Er zijn dagen waarop er zeker elke 30 minuten iemand binnen komt; dat maakt het andere werk soms moeilijk, maar ik wil het toch zo blijven houden als het nog kan.

Goed, 30 minuten later is hij de deur uit, en ik begin met Mexico te skypen. Het gesprek is prettig en stemt mij optimistisch dat dit in principe goed zou kunnen werken. Haar achtergrond in psychologie en biologie past goed in mijn groep, zij is gemotiveerd, goed opgeleid, en brengt haar eigen financiering mee. Er lijkt weinig mis mee. Nu moet ik alleen nog maar ons bestuur van dit plan overtuigen. Maar ik ben er heel optimistisch over.

Daarna nog overleg met twee van mijn PhD studenten over het verloop van een onderzoeksproject over bewustzijn en waar de bewuste waarneming in het hersenen eigenlijk ontstaat en tot stand komt. Wij hebben hier al jaren geleden een onderzoekslijn voor opgericht met een flink aantal leuke publicaties over dit onderwerp. Maar hoe meer data wij verzamelen hoe meer vragen wij eigenlijk hebben. Wij praten maar door, kijken weer naar de resultaten en denken na over nieuwe studies… Maar het wordt langzaam tijd om naar huis te gaan… morgen is ook nog een dag. Oh nee, wacht even, morgen is Koninginnedag in Nederland. Leuk!

Dinsdag

Beatrix, Willem-Alexander, Maxima, en een anachronisme

Vandaag is Koninginnedag en ik word getuige van een historisch moment in Nederland. Beatrix treedt af en Nederland heeft een nieuwe Koning, Willem-Alexander. Wij bekijken alles op TV en zijn wel onder de indruk van wat dit toch betekent voor Nederland. Oh ja, dat was ik eigenlijk helemaal vergeten om te zeggen: Ik ben geen Nederlander. Ik kom uit Duitsland en ben pas 2003 naar Nederland gekomen om hier voor de universiteit te gaan werken; gestudeerd, mijn PhD en mijn eerste PostDoc jaren heb ik allemaal in Duitsland en de VS gedaan. Mijn vrouw is ook Duits en dus zijn het ook onze 3 kinderen, alhoewel ze alle drie in Maastricht geboren zijn.

Tegen middag gaan wij samen met vrienden naar het park om te vieren. Het is erg leuk. Er is muziek, eten en drinken, een spring kasteel voor de kinderen.

Ik ben heel blij met en in Nederland. Er zijn heel veel dingen die Duitsland van Nederland kan leren. Op een dag als deze begin ik soms even erover na te denken hoe lang ik nu eigenlijk al hier ben, hoe lang ik nog zal blijven, of ik wel of juist niet goed geïntegreerd ben. Dan denk je ook na over de verschillen tussen Duitsland en Nederland. Toen ik 2003 naar Nederland kwam was Nederland voor Duitsland een groot voorbeeld. Nederland deed het heel goed in onderzoek en wetenschap, ook de werkomstandigheden waren gewoon fantastisch, er werd geïnvesteerd, kinderopvang was heel goed geregeld. Elk kind kon een plek krijgen in een kinderdagverblijf, ook kinderen jonger dan 3 jaar (in Duitsland was dit toen heel erg moeilijk of bijna onmogelijk). Als wetenschapper kon je beurzen aanvragen om jouw eigen onderzoekslijn op te starten, altijd passend op waar je precies op dit moment staat in jouw carrière (VENI, VIDI, VICI). Zo een programma bestond gewoon niet in Duitsland. In deze tijd ging het ook niet goed met Duitsland, de internationale pers sprak toen nog van de “German Disease”, geen flexibiliteit op de arbeidsmarkt, hoge werkloosheid, weinig investering in onderzoek, geen goed systeem voor kinderopvang voor een goede combinatie van familie en werk. In deze tijd heeft Duitsland heel veel foute beslissingen genomen, en er was een tijd van exodus van de academische elite, waar de beste en best opgeleide mensen gewoon ergens anders gingen werken. Van mijn vroegere groep aan het MPI in Frankfurt is er bijna niemand in Duitsland gebleven, ze werken nu allemaal ergens anders, Nederland, Engeland, of Zwitserland.

Maar nu gaat het toch duidelijk beter. Duitsland heeft wel van zijn fouten geleerd. In de afgelopen jaren werd er ook in tijden van crisis geïnvesteerd in onderzoek en innovatie, het probleem van te weinig plekken in kinderopvang voor kinderen beneden de 3 jaar is aangepakt, veel subsidie programma’s zijn opgestart om gewoon ook het fundamenteel onderzoek te steunen dat op lange termijn zal leiden tot nieuwe innovatie en dus ook nieuwe banen. Het duurde wel even, maar wij beginnen nu het eerste succes van deze maatregelen te zien; het gaat vooruit.

Wat wel raar is en mij toch behoorlijk zorgen maakt, is dat Nederland nu precies dezelfde fouten lijkt te maken als Duitsland 10 jaar geleden. Er wordt bezuinigd op het gebied van onderzoek en onderwijs. Ik begrijp de noodzaak van bezuiniging in financieel moeilijke tijden. Maar wat mij toch erg belangrijk lijkt is dat we allemaal moeten beseffen dat Nederland geografisch gezien misschien een klein land is, maar wetenschappelijk gezien één van de topspelers in de wereld. Als bezuinigingen de academische werkcondities en het onderzoeksklimaat negatief gaan beïnvloeden, verlies je ten allereerste die toponderzoekers die ook overal elders een aanstelling kunnen krijgen. Maar dat zijn precies die mensen, die je moet willen houden. In een land zoals Nederland, waar wij van de kennis, educatie, creativiteit, en innovatiekracht van de mensen afhankelijk zijn, is het voornamelijk in tijden van crisis geen goed idee op het gebied van hoger onderwijs te bezuinigen. Je bezuinigt dan in onze toekomst en de kennis van de komende generaties.

Hetzelfde verhaal met kinderopvang. Duitsland heeft eindelijk begrepen hoe belangrijk dit is en probeert de achterstand met landen zoals Scandinavië, Frankrijk of Nederland in te halen. Maar in Nederland gebeurd in principe nu het tegendeel. Ik heb zelf 3 kinderen (4 jaar, 2 jaar, en 4 maanden). Wij hadden de twee grote kinderen altijd in een heel goed kinderdagverblijf. De kinderen waren heel blij en wij waren heel erg tevreden met de kwaliteit. Maar de laatste jaren heeft de overheid minder en minder bijdrage willen leveren aan kinderopvang zodat het continue duurder en duurder voor de ouders werd. Het is nu tot een punt gekomen waar de meeste ouders die ik ken, het gewoon niet meer kunnen financieren (vooral als ze meerdere kinderen hebben). Op het kinderdagverblijf waar wij zitten (die trouwens absoluut fantastisch is), melden elke maand meer en meer ouders hun kinderen af, puur om financiële redenen, omdat zij het bijna niet meer kunnen betalen. Dit leed binnen 1 jaar ertoe dat het nu heel slecht gaat met de meeste organisaties van kinderopvang, met noodzaak voor reorganisatie waar heel goede leidsters worden ontslaan. Het is gewoon verdrietig om te zien. Sommige proberen hun kinderen dan naar België op school te sturen (kan in België al vanaf 2,5 jaar), of naar de grootouders, of, wat ook vaak gebeurd, vrouwen (en het zijn meestal weer de vrouwen) moeten nu toch stoppen met werken en hun carrière om thuis bij de kinderen te blijven. Het lijkt ook onzinnig als bijna je hele salaris aan de kinderopvang besteed moet worden.

Wij zitten met onze drie kinderen nu ook in de problemen. Wat wij op dit moment moeten betalen is bijna niet meer te doen. Daarom moesten ook wij besluiten om onze middelste dochter Rosalie van de KDV te halen en onze zoon er niet eens te brengen. Wij zijn er heel verdrietig over, omdat de kwaliteit gewoon zo hoog was, Rosalie zo blij en wij zo tevreden zijn met alles wat ze in de kinderopvang kon leren (sociale interactie met andere kinderen, Nederlands, volgen van pedagogische programma’s). Toen wij onze afmelding doorgaven vroegen zij ons wat ze beter zouden kunnen doen om de ouders en kinderen te houden. Eerlijk gezegd niets. Zij doen het perfect. Het is gewoon niet meer betaalbaar in Nederland. Het zal ertoe leiden dat meer mensen (vrouwen) nu weer thuis blijven. Het is een absoluut anachronisme. Het maakt mij verdrietig om te zien dat voor snelle bezuinigingen op korte termijn, foute beslissingen worden genomen die op lange termijn Nederland ter nadeel zullen rijken. Het gebeurt nu al: vele kinderopvangen gaan dicht, mensen verliezen hun baan. Er zullen nog meer dicht moeten gaan. Als niet heel snel iets gebeurt en het beleid erop reageert, gaat het helemaal mis. Alles hangt met alles samen en het begint met een goede en betaalbare kinderopvang. Als die wegvalt, krijg je een domino-effect die in 5-10 jaren zijn effecten laat zien in het hoger onderwijs, onderzoek, en kracht van de Nederlands economie. 

Lees verder deel 2
 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken