De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 30: dagboek van Femius Koenderink (deel 2)

18 april 2013

Weekdagboek van een wetenschapper: Femius Koenderink (FOM-Amolf) van 8 tot en met 14 april 2013. Femius Koenderink doet onderzoek naar het zenden en ontvangen van lichtbundels op nanoschaal.

Donderdag

Casimir is ’s ochtends vroeg blij me weer te zien na twee dagen – zodra hij me ziet drukt hij me gelijk zijn favoriete knuffel-eend in handen. Vandaag met de trein naar AMOLF, want mijn auto staat nog in Amsterdam. Ik ben het strakke tijdsschema van de OV-reiziger (waar ik tot twee jaar terug ook toe hoorde) duidelijk niet meer gewend, want ik mis de trein en doe er al met al van deur tot deur 80 minuten over om met trein en bus aan te komen, in plaats van de 40 minuten die het met de auto kost. Zonde van de tijd, want zitten is er nog steeds niet bij rond deze tijd in de trein.

Er zijn direct zaken om af te handelen: een Leidse promovendus in wiens promotiecommissie ik zit, wil per direct weten wanneer ik in juni vrij ben, omdat hij binnen 24 uur zijn promotiedatum moet zien vast te leggen waarop alle commissieleden kunnen. Een wetenschapper uit Philadelphia die in Zweden mijn voordracht zag heeft me ge-emaild omdat hij mijn slides graag voor zijn onderwijs gebruikt, en hij me omgekeerd graag van theoretische ideeën en methoden voorziet. Leuk! Ik handel het snel af, want ik moet vanmiddag weer van 13 tot 17 onderwijs geven, en moet me nog even in het materiaal verdiepen. Hiervoor heb ik precies tot 11 uur – omdat dan een OiO langskomt voor haar wekelijkse bespreking over haar onderzoek naar ultrakleine ‘plasmon’ lasers. Ze is erg ontevreden over de kwaliteit van haar data van deze week – een stel referentiemetingen die ze in een andere dan haar gebruikelijke opstelling heeft gedaan. Zover ik zie is echter alles dik in orde. Ik stel dan ook voor komende week vooral deze data uit te werken en vooreerst niet nog meer metingen te doen. Ze kijkt buitengewoon sceptisch bij dit advies. Ben benieuwd.

De hele middag geef ik onderwijs. Er zijn gelukkig veel vragen, maar daardoor heb ik teveel materiaal. Niet erg. Liever begrip, dan alles behandelen. Na vijven ga ik terug naar AMOLF. Ik loop direct langs in het lab bij een stagestudente die haar HBO Technische Natuurkunde afrondt door bij ons een “spectrale donkerveld-microscoop” te bouwen. Ze loopt over van enthousiasme als ze vertelt over haar verrassende en handige oplossing voor een naar probleempje dat haar opstelling de laatste week achtervolgde, waarbij ze willekeurige piekjes niet-reproduceerbaar in haar data kreeg. Een van de mooiste dingen in mijn werk: zoveel enthousiasme bij jonge mensen! Gelijk signaleren we de volgende uitdaging voor haar. Dan ga ik snel naar huis - waar ik direct aan de slag ga met ons verwarmingssysteem. Dit lekt al tijden een heel klein beetje, getuige het feit dat het elk half jaar bijgevuld moet worden. Nu is het echter wel heel erg en hebben we een gestaag lekkende thermostaatradiatorknop. Ik moet eindeloos zoeken naar een waterpomptang en ander gereedschap voor ik aan de slag kan.

Vrijdag

Gelukkig heeft de verwarming na de noodreparatie vannacht niet een hele plas water gelekt. Ik kan dus met een redelijk gerust hart op weg naar Amsterdam, nadat ik thuis brood heb gesmeerd en cosmetisch wat heb opgeruimd. Op vrijdag ruimen we altijd extra op, omdat dan de schoonmaakhulp komt, en bovendien het huis een beetje leefbaar moet zijn voor mijn schoonouders die elke vrijdag oppassen op Casimir. Echt opruimen zit er deze keer niet, want overal ligt wel gereedschap, plastic en verfspullen, omdat we sinds half maart in de weekeinden en ’s avonds de ‘klusjeslijst’ aan het afwerken zijn. Afgelopen en komend weekend betekent dat: plamuren en dan muren witten.

In de auto naar AMOLF hoor ik van alles over het “Sociaal Akkoord”, maar geen duidelijke contouren van wat dat dan inhoudt. Op het werk heb ik eerst een uurtje tijd om de review commentaren voor onze Physical Review Letters in detail te bekijken. De referees zijn bijzonder aardig, en het gaat louter om taalkundige haarkloverijtjes, en niet over de fysische inhoud. Alhoewel semantiek altijd gevaarlijk is, denk ik dat als we het qua uitleg nog niets verduidelijken het paper het zeker gaat redden. Ik e-mail mijn gedachten naar de eerste auteur: een promovendus die momenteel in Zürich werkt.

Om 10 uur krijg ik bezoek van een jonge onderzoeker die na tweeëneenhalf jaar als postdoc in Harvard komt peilen hoe hij in Nederland een volgende carrière stap kan maken. Het klikt goed – jammer genoeg is het in het huidige financieringsklimaat echter moeilijk te zien hoe er ruimte voor zijn fundamentele onderzoek te vinden is. Niets is echter onmogelijk – in mijn groep is het onderzoek ook als puur fundamenteel, nieuwsgierigheidsgedreven onderzoek begonnen, en vertakt het zich nu zodat we ook heel interessant fundamenteel maar toepassingsgedreven onderzoek doen, in een gezamenlijk project met Philips.

Zodra hij weg is heb ik werkoverleg met een afstudeerstudent. Ik begeleid sommige afstudeerstudenten zonder tussenkomst van een OiO, en dat geeft de studenten veel vrijheid. De student heeft veel bereikt in mijn afwezigheid in de drie deelprojecten waar hij aan werkt, momenteel verdeeld over theorie, numerieke berekingen, en het maken van samples. De numerieke berekeningen, gedaan met een commercieel pakket kloppen nog niet erg met wat we verwachten, precies indachtig het congres van donderdag! We stoffen samen een programma af om voor het simpele benchmark-geval dat hij doorrekent de exacte oplossing uit te rekenen.

Na de lunch bespreken we met de hele groep een uur lang gezamenlijk een artikel uit de internationale literatuur. We slagen er redelijk in om te reconstrueren hoe een groep Amerikanen hun experiment hebben gedaan, en stellen vast dat ze de claim uit hun artikel eigenlijk niet helemaal waarmaken. Direct aansluitend blijven we in klein committee zitten omdat een van mijn promovendi volgende week een korte voordracht moet geven en graag op ons oefent. Zoals gebruikelijk bij ons krijgt hij nadat hij zijn nog wat ruwe diamant gepresenteerd heeft bijna drie kwartier van iedereen feedback op hoe het nog beter kan. En dat voor een praatje van 12 minuten! Presentaties zijn nu eenmaal belangrijk, en bovendien geldt: hoe korter, hoe moeilijker.

Aan het eind van de middag zet ik een vijfde OiO onder druk om uit zijn winterdepressie te komen. De tijd dringt voor hem, en hij moet zo snel mogelijk met zijn nieuwe project aan de slag gaan. We bespreken hoe ik hem hiertoe nog meer ruimte kan geven door hem zoveel mogelijk andere nare klusjes uit handen te nemen (die helaas in mijn avonduren terecht zullen komen). Tot slot bespreek ik met een postdoc de inhoud van een college dat ik haar over een paar weken laat geven in het nanofotonica vak aan de UvA, zodat ze ook wat belangrijke onderwijservaring op doet. Om kwart over zeven ben ik thuis zodat ik er nog net bij ben als Casimir met zijn opa en oma een toetje eet. De rest van de avond werk ik aan dit dagboek, op de bank met een wijntje en een film in het gezelschap van mijn vrouw.

Zaterdag

Om een uur of acht sta ik op. Gelijk mijn kluskleren maar aan, zodat ik na twee dubbele espressos en een plagerijtje met Casimir aan de slag kan. Er moet het een en ander afgeplakt worden en daarna ga ik aan de slag met het witten van plafonds en muren op de eerste verdieping van mijn huis, en dan met de steile trap mee tot beneden in de hal aan toe. We weten nog niet of we dit nu eigenlijk doen voor onszelf, of omdat we het huis dan makkelijker kunnen verkopen. Hoe dan ook, een extreem lage luchtvochtigheid in huis de hele winter en het feit dat de man van wie we het huis 6 jaar terug kochten op sommige plekken wel erg goedkope verf gebruikt heeft, betekent dat we vol aan de bak kunnen om naden, kieren en krakelee in muren en houtwerk weg te werken. Ik ben nog wel een paar weekendjes zoet met louter de muren.

Terwijl ik schilder gaat mijn vrouw de stad in met Casimir voor de wekelijkse boodschappen. Om een uur of half twee heb ik het hele stuk dat ik wilde schilderen gehad, en lees ik een tijd in het meesterlijke boek “Het Goddelijke Monster” van Tom Lanoye. Dit is een herlezing – ik had het op vakantie al gelezen. Na een kort ritje naar de bouwmarkt smeer ik nog een plafond in met voorstrijk. Zo tegen vijven heb ik er genoeg van, en mijn vrouw is haar vlonder-ontalg-klusje ook zat. Even met lego spelen met Casimir, biertje erbij, en bij gebrek aan krant tot slot maar aan de slag met het omwerken van de tekst van het “Franse” artikel. Daarna maken we “Clam Chowder” - een typisch Bostonse soep waarvan we fan zijn sinds mijn zus het uit haar tijd in Harvard bij ons geïntroduceerd heeft. Casimir vindt het fantastisch, en eet er een hele emmer van. ’s Avonds ga ik verder met dit dagboek en het ‘Franse’ artikel.

Zondag

Van hetzelfde laken een pak als gisteren: we staan om 8 uur op, en ik trek gelijk mijn kluskleren aan. Twee dubbele espresso’s, en een broodje oude kaas met sambal zijn de brandstof om tot 13:00 plafonds te witten. Op zich houd ik er wel van om te klussen en even lekker met mijn handen, materiaal, gereedschap en zonder computer te werken. Na 4 uur ben ik het echter wel zat om met mijn handen boven mijn hoofd op een trapje te staan kwasten.

Na een uurtje pianospelen (Debussy, Ravel, Chopin, Couperin, net zo lang dat ik denk dat mijn buren het nog aan kunnen) en het doorlezen van de NRC (gisteren pas om vijf uur (na)bezorgd) is het tijd om bij vrienden op bezoek te gaan. Een studievriend en zijn gezin. Precies als ik is hij zo’n 15 jaar terug afgestudeerd in experimentele natuurkunde, en een jaar later in wiskunde, allebei in Utrecht. We zijn gelijk begonnen, en bijna gelijk afgestudeerd. Een rijke gedeelde historie dus, met naast eindeloos veel college-uren ook verschillende vakanties waarbij we met zware rugzakken (een-derde van mijn toenmalige lichaamsgewicht) dagelijks tussen 20 en 30 kilometer door de Provence liepen. Na zijn promotie in Delft (‘fietsenmaker’ zeiden we toen gekscherend) heeft hij de keuze gemaakt zijn talent aan de high-tech industrie te wijden, eerst bij Philips Research en al snel daarna een vaste baan bij NXP (terwijl ik pas sinds een halfjaar mijn eerste vaste dienstverband ooit heb). Veel mensen weten dat misschien niet, maar NXP is een enorm wereldwijd opererend halfgeleider bedrijf van Nederlandse bodem, met een CMOS-chip productiefaciliteit in Nijmegen die een van de grootste in West-Europa is. Dat zo’n getalenteerde jongen als mijn studiegenoot (twee studies cum laude in vijf jaar – iets waar een jaar geleden sprake van was dat je er als student geloof ik extra voor zou moeten betalen) met al zijn kennis veel bijdraagt in zo’n bedrijf laat zien dat universiteiten eigenlijk al decennia lang en ook zonder topsectoren succesvol ‘valoriseren’.

Hoe dit zij, het is weekend en mooi weer, en het gesprek aan de zijlijn van de speelplaats gaat dan ook over die dingen waar het in Nederland bij alle gesprekken over gaat. Hoe kom je van je huis af, leg je wel of geen zonnecellen op het dak, en wat voor school kies je voor je kinderen. Intussen verliest Casimir zich in de ‘Fischer Technik’ (een slimmere vorm van technisch lego – ik had het vroeger ook en besluit ‘s avonds gelijk op Marktplaats te kijken en enkele dozen tweedehands te bestellen). Eenmaal thuis ruim ik mijn e-mail inbox op. Morgen weer vroeg dag met de eerder genoemde Amerikaanse gast op bezoek om te overleggen over samenwerking, mijn studenten van het college op rondleiding in het instituut, een artikel om af te maken, en referee-rapporten voor twee andere te beantwoorden!


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken