De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 3: dagboek van Appy Sluijs

16 september 2012

De week van 10 tot 16 september 2012 van Appy Sluijs, Universitair Docent aan het Departement Aardwetenschappen, Universiteit Utrecht. Met het project De week van een wetenschapper willen we een realistisch beeld schetsen van hoe het leven van jonge, ambitieuze wetenschappers er uit ziet. 50 weken lang zullen leden van De Jonge Akademie een week lang een dagboek bijhouden.

Het leven van een universitair wetenschapper gaat alle kanten op, vooral als hij/zij het belangrijk vindt om wetenschap uit te dragen naar een groot publiek en ook bestuurslid is van De Jonge Akademie. Maar soms is de hoofdzaak het onderwijs; deze week verzorg ik 20 uur onderwijs voor het vak ‘Mariene Wetenschappen’. Maar de TamTams van de wetenschap en de outreach gaan door!

Maandag 10 september

Half 8, wekker-scheren-douchen-aankleden-brood kopen bij de bakker-boterhammen snijden en kaas erop. Boerenkaas uit Stolwijk; vaste prik. Ik word regelmatig uitgelachen om mijn boterhammen omdat ik ze zelf snijd en ze daarom dikker zijn dan die van anderen; niet alleen in de universiteitskantine maar vooral in de voetbalkleedkamer op zondag.

Om 8:30 bij de huisarts vanwege een knie die mij al enige tijd parten speelt. Blijkt geen band- of kraakbeenblessure maar een onwillige pees. Dit is gunstig: geen operatie nodig, slechts rust en dat kan ik. Vervolgens snel door naar de Uithof, de universiteitscampus aan de oostkant van Utrecht. Hier is het groepsochtendritueel, inclusief goede espresso, gaande. Ik leid samen met een collega een onderzoeksgroep van 3 man vaste staf, met 8 promovendi, een postdoc, zo’n 20 MSc studenten, en een lab, die het onderzoek naar de zee beslaat. De focus van de groep is het reconstrueren van de omstandigheden van de oceaan in het verleden op basis van fossiele algen. We onderzoeken klimaatveranderingen in het verleden, tussen ongeveer 400 miljoen jaar geleden en nu.

In het eerste uur ruim ik wat e-mail puin en leg ik de een-na-laatste hand aan een artikel. Dan is het tijd voor onderwijs. Ik geef het vak Mariene Wetenschappen 1 waar vooral biologiestudenten aan deelnemen; een stuk of 70. Deze week behandel ik basale natuurkunde van de oceaan en atmosfeer, te beginnen vandaag met de structuur van de oceaan. Net als balsamicoazijn op olijfolie in een glas waarin je saladedressing maakt, drijven lagen water van verschillende dichtheid op elkaar in de oceaan. De bovenste laag wordt verwarmd door de zon waardoor de dichtheid laag is. Het zonlicht dringt maar tientallen meters het water in waardoor de rest van de gemiddeld 3500 meter diepe zee verstoken blijft van zonne-energie. Het moet een depressief bestaan zijn voor het leven daar beneden.

Na twee uur hoorcollege ben ik uitgewoond. Na elk college voel ik enorme bewondering voor middelbare school docenten die dit week-in-week-uit uren per dag doen. Ik moet een half uur bijkomen met nog meer espresso voor ik mij om half 5 weer achter mijn computer zet om ditmaal de laatste hand aan het artikel te leggen en het in te sturen naar Nature Geoscience. Met dit soort tijdschriften weet je nooit of de editors het interessant genoeg vinden; het kan vriezen en het kan dooien. Hierna maak ik het college van morgen af en sluit mij aan bij de BBQ van het Departement Aardwetenschappen in de binnentuin van ons gebouw. Daarna ga ik op huis aan. Om 22:00 uur nog een vergadering van het bestuur van De Jonge Akademie via Skype over open-access publicatie, crowdfunding en de procedure voor de bestuursopvolging van komend jaar. Daarna is het bed een niet te ... zzzz

Dinsdag 11 september

Vandaag is geheel in het teken van het onderwijs. Ik begin met het op een rij zetten van alle Bachelor cursussen die we bij biologie en aardwetenschappen aanbieden binnen de Mariene Wetenschappen. Deze cursussen moeten zo goed mogelijk op elkaar aansluiten en complementair aan elkaar zijn. Ze moeten ook een heldere lijn hebben van basis, verdiepend en gevorderd niveau. Omdat ik tot dit jaar bij Biologie werkte en nu bij Aardwetenschappen, ben ik het best op de hoogte. Ook bij Natuurkunde zijn goede cursussen in deze richting. Het totaal is een zeer compleet beeld over de zee. Een en ander moet vervolgens gaan leiden naar een MSc Marine Sciences waar we komend jaar mee van start willen gaan.

Vervolgens geef ik college over atmosfeer circulatie. Waarom is er eigenlijk wind? En wat is de systematiek daarachter? Het komt neer op een college over de distributie van zonlicht op het aardoppervlak, hoge en lage drukgebieden, de invloed van de draaiing van de aarde op de circulatie van de atmosfeer. Er komen twee studenten te laat binnen. Die moeten een mop vertellen, anders mogen ze niet naar binnen (vaste regel bij mij, geleerd van voormalig bondscoach Marco van Basten). Na het hoorcollege en een snelle lunch geef ik werkcollege waarbij de studenten papieren opgaven maken over de hoorcollegestof. Voor de biologiestudenten zijn de grote ruimteschaal en de verschillende tijdschalen in deze cursus lastig. Zoveel mogelijk over praten dus om ze te laten wennen aan het abstractieniveau.

Wederom blijkt het onderwijs slopend, zeker als het van 11 tot 17 uur is. Even bijkomen dus met een espressootje en daarna weer aan de slag. Goed nieuws in de inbox. Vorig jaar maart had ik met twee collega’s een symposium georganiseerd bij de KNAW over de gevoeligheid van het klimaat op variaties in de CO2 concentratie in de atmosfeer, en met name om die gevoeligheid te reconstrueren voor klimaatveranderingen in het verleden. Deze ‘klimaatgevoeligheid’ is ook voor de toekomst nog onzeker; het IPCC rapport meldt een gevoeligheid tussen de 1.5 °C en 5 °C per verdubbeling in de CO2 concentratie. Dat is nogal een onzekerheid (dat is het wellicht het verschil tussen de ijskap op Groenland afsmelten of niet) en wij denken dat we deze, door het verleden te bestuderen, kleiner kunnen maken. In dit nieuwe vakgebied moeten hard-core fysici kunnen praten met geologen en dat is niet triviaal. We hebben een paper geschreven dat hier een standaard voor ontwerpt en dat is vandaag geaccepteerd als een lang ‘Analysis’ artikel in het tijdschrift Nature. 

Om een uur of 7 besluiten een collega en ik om een (EEN) pils te drinken bij Café Jan Primus, nabij het Wilhelmina Park, de laatste keer (?) op het terras. Even later schuift Ralph, een goede vriend van mij, aan. Hij werkt bij de Rabobank en valt enigszins uit de convectietoon in zijn maatpak. Na het bier eten we een pizza uit de houtoven en bekijken we de tweede helft van Hongarije – Nederland. We zijn weer helemaal optimistisch over de toekomst van Oranje!

Woensdag 12 september

Ik begin vandaag thuis met werken om rond half 10 te gaan stemmen. Ik had verwacht dat de ochtenddrukte dan wel over was. Ik arriveer bij de locatie; blijkt een bejaardenhuis te zijn. Slechts vier wachtenden voor me maar die bewegen met 0.3 kilometer per uur met behulp van hun rollator naar de tafel om hun oproepkaart voor een stemformulier te ruilen, waarna de eindeloze gang naar het stemhokje begint. Ik ben niet ongeduldig aangelegd en gun iedereen zijn/haar stem maar om 10 uur staat een journalist, Jop de Vrieze, voor mijn kantoor voor een interview voor NWT Magazine. Ik informeer hem via sms dat ik in een wat trage rij sta en wellicht een weinig later ben. Direct na het rode potlood te hebben neergelegd en mijn stemformulier de grijze bak inglijdt, spring ik op de fiets en draai om 9:58 mijn kantoor open.

Jop wil een stuk schrijven naar aanleiding van een artikel over de zuurgraad van de oceaan over de afgelopen 53 miljoen jaar, wat we vorige week in Nature publiceerden met een grote groep collega’s. Al deze collega’s waren betrokken bij een expeditie in 2009 waarmee we sedimenten van de oceaanbodem met behulp van een boorschip in boorkernen aan het oppervlak brachten en onderzochten. Dit is een van de eerste papers van deze expeditie; oftewel, onze onderzoekscyclus speelt op tijdschalen van meerdere jaren. Ons gesprek gaat over klimaatverandering, verzuring van de oceaan en zuurstofgebrek in de oceaan als losse gevolgen van de menselijke uitstoot van CO2 en andere stoffen. En vooral, hoe we betere projecties voor de toekomst kunnen maken door het verleden te bestuderen. Ik vertel Jop “dat het grootste voordeel van het verleden is dat het al gebeurd is.” Ook ging het gesprek over wat de verantwoordelijkheid van de wetenschap is wat betreft communicatie naar politiek en maatschappij. Ik heb daar uiteraard een heleboel ontzettend goede dingen over gezegd dus lees vooral het stuk dat Jop hierover aan het schrijven is.

Voor de lunch heb ik in ‘De Basket’ op de Uithof afgesproken met mijn biologie collega Liesbeth Sterck. Zij is net als ik een van de cursisten in een Academisch Leiderschap programma dat de universiteit extern uitbesteedt. We overleggen over wat we wel en niet gedaan hebben van de zomer; en hoe we dat gaan inhalen voordat de cursus over twee weken weer verder gaat. Verder coachen we elkaar maar hebben het ook over van alles en nog wat.

’s Middags maak ik de colleges van donderdag en volgende week af. Verder beoordeel ik een MSc scriptie over een nieuwe methode om het zoutgehalte van vroegere oceanen te reconstrueren op basis van fossiele algen. Ook heb ik met een promovendus overlegd over een artikel dat hij schrijft over klimaatverandering direct na de impact van een asteroïde op wat nu Yucatan, Mexico is, 66 miljoen jaar geleden, die het uitsterven van de dinosauriërs veroorzaakte, op basis van sedimentmonsters uit Texas, USA.

Om een uur of half 7 race ik naar huis, haal de geleende taartvorm op en spring op de trein om mijn ouders te bezoeken. Die zijn beiden gepensioneerd en deze weken voor een welverdiend loon druk aan het perenplukken in de boomgaard van een neef; prachtig mooi. Om een uur of half 10 realiseren we ons dat de prognoses van de verkiezingsuitslag op tv zijn en bekijken we die. Blij dat het campagnecircus over is, stap ik de trein en even later mijn bed in.

Donderdag 13 september

Vandaag is dag twee die geheel in het teken van het onderwijs. Vandaag oceaancirculatie. Tot oprechte verbazing van de studenten wordt deze door de wind en, wellicht contra-intuïtief, door de zwaartekracht, aangedreven. “Wie had dat gedacht?”, vraag ik. Het resultaat is een stuk of 5 vingers van derdejaars aardwetenschappenstudenten die dit al een keer eerder hadden geleerd. 

’s Avonds, nadat ik na het onderwijs nog wat puin heb geruimd in de inbox aan lopende zaken rond onderwijs, onderzoek en organisatie, stap ik op de fiets naar huis en breng een bezoek aan de supermarkt. Vandaag kook ik een curry maar al snel blijkt dat ik veel te veel maak. Ik bel Ralph op, die net het licht uitdoet in de verrekijker van de Rabobank. Hij wil me wel van het overschot afhelpen.  Na het diner nuttigen wij nog een of twee zeer goede whisky’s. Als Ralph naar huis is, stuur ik een mailtje aan mijn voetbalteam over mijn onwillige pees. Ook stuur ik nog een mail naar vier promovendi over een werkcollege inorganische chemie van de oceaan, dat ze volgende week dinsdag en donderdag moeten assisteren. Dit schrijvende denk ik aan een meermalen terugkerend einde van hoofdstukken in een aantal boeken van Herman Brusselmans, een schrijver die ik graag lees: “Staande at hij een worst”. In plaats daarvan ging ik naar bed.

Vrijdag 14 september

Vrijdag moet alles gebeuren wat door het onderwijs niet eerder kon, deze week. Ik overleg met Richard Zeebe, een hoogleraar aan de Universiteit van Hawaii, die op een beurs van NWO bij mijn groep een sabbatical doet. We hebben overleg over een aantal artikelen waar we mee bezig zijn, met name een over het vooralsnog mysterieuze ‘Middle Eocene Climatic Optimum, een periode van klimaatverandering 40 miljoen jaar geleden. Ik heb over deze periode al flink wat nagedacht over de afgelopen jaren en begrijp er weinig van. Toen Richard kwam heb ik uitgelegd wat ik niet begreep en hij heeft er vervolgens ook over nagedacht vanuit zijn expertise. Hij begrijpt het ook niet. Dat is aan de ene kant fijn (waarschijnlijk ben ik niet gek) maar vooral heel vervelend want ik wil gewoon weten wat er gebeurde, 40 miljoen jaar geleden! Maar goed, we schrijven een paper om het probleem überhaupt uit te leggen en over een mogelijk maar enigszins vergezocht scenario om een aantal zaken tijdens MECO te verklaren.

Na het overleg met Richard spreek ik met een MSc student die haar schema een beetje kwijt is voor haar resterende jaar. Ik laat haar inzien dat het eigenlijk best goed gaat. Later in de middag spreek ik met een BSc student die graag een afstudeeronderwerp wil doen in de mariene biologie. Voor haar spreek ik mijn contacten bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek de Zee (NIOZ) aan. Deze collega’s, op Texel, en doen hardcore mariene ecologie, en draaien al jaren met ons mee in het onderwijs. Ik krijg bijna direct antwoord van Corina Brussaard, die wellicht een onderwerp heeft waarbij het praktisch werk aan boord van een van de NIOZ schepen kan worden gedaan; super dus.

Tussen de twee studenten spreek ik met Johannes Boonstra, de onderwijsdirecteur van het Departement Biologie, waarvoor wij een aantal cursussen verzorgen. Johannes is bezig het BSc onderwijs te herstructureren en ik ben het geheel eens met zijn lijn. We kunnen nu ook voor de eerste keer een heel heldere en volledige BSc lijn mariene wetenschappen neerzetten op het grensvlak tussen de biologie, fysica, chemie en aardwetenschappen. Enorm goed voor de studenten, en dus voor de Universiteit. 

‘s Middags stuur ik een bericht naar een curator van het Integrated Ocean Drilling Program, HET internationale academische oceaanboorprogramma, waar niet alleen mijn carrière voor 50% aan te danken is, maar die van vele collega’s van mij. De monsters voor een van mijn promovendi laten te lang op zich wachten dus worden we ongeduldig. Ook regel ik samen met collega Lucas Lourens een ruimte om over 10 dagen interviews op te nemen. We maken met NWO een filmpje over de Nederlandse bijdrage aan het IODP: duidelijk maken dat we voor een dubbeltje op de eerste rij zitten als Nederland. ‘s Avonds ga ik naar Nijmegen; er moet ook wat plezier gemaakt worden buiten de Universiteit.

Zaterdag en zondag 15 en 16 september

Ik start rustig op op zaterdag. Vroeg in de middag koop ik mijn Stolwijkse kaas bij Hoofd, een fantastische zaak op de Burgemeester Reigerstraat. Ik koop een extra stuk voor Ingrid Robeyns, een collega van De Jonge Akademie, die dit dagboek-project bedacht heeft en coördineert. Ingrid is jarig geweest en ik ga even langs om haar te feliciteren.. Daarna ga ik snel door naar Richard; hij en zijn meegesleepte gezin gaan binnenkort verder reizen. De komende drie maanden zitten ze in Barcelona. Hij organiseert een afscheidsetentje.

Op Zondagochtend loop ik 12 kilometer hard met Ralph door het prachtige park Amelisweerd. ’s Middags ben ik bij mijn zus en speel ik met mijn drie kleine blonde neefjes. Ontzettend leuk altijd. Na het eten ga ik terug naar Utrecht en repeteer ik met mijn multinationale folkbandje Polkanaria in mijn huiskamer (zelfs de buren vonden het leuk dus check vooral even de facebookpagina). Geeft mij altijd energie. Na de laatste noot, edoch, lig ik snel in mijn enorme bed, lees nog een paar bladzijden en val in een diepe slaap, op weg naar het college van maandag...


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken