De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 29: dagboek van Rianne Letschert

15 april 2013

Weekdagboek van een wetenschapper: Rianne Letschert (UvT) van 1 tot en met 7 april 2013. Rianne richt zich in haar onderzoek op grootschalige mensenrechtenschendingen en genocide.

Maandag

Tweede paasdag; in plaats van voor de tweede keer eieren zoeken, zit ik met Joep van zes in Eurodisney, samen met de buurvrouw en haar zoontje van 3. Nu is Eurodisney niet mijn meest favoriete plek op aarde, maar in de herfstvakantie, toen ik eigenlijk vrij was maar toch ineens weer in Parijs wilde gaan werken, had ik het goedgemaakt (oftewel het schuldgevoel afgekocht) met kaartjes Eurodisney. Helaas begaf de auto het onderweg; geen werkbezoek in Parijs en geen Eurodisney. Aangezien de kaartjes binnen 6 maanden besteed moesten worden dan toch maar met Pasen naar Mickey Mouse. Heerlijk zo’n extra dag met mijn oudste zoontje, terwijl zijn zusje Julia van anderhalf bij opa en oma mag slapen. Joep geniet ook van de aandacht voor hem alleen en snapt niet waarom we niet ieder weekend naar Eurodisney gaan… 

Dinsdag

Vandaag heb ik de luxe nog een dag thuis te kunnen werken. Joep heeft een extra studiedag, en is behoorlijk vermoeid na het geslenter en gewacht van de dag ervoor en onze late thuiskomst. Ik trouwens ook. Ik probeer vandaag wat achterstallige mail weg te werken na de paasdagen, lees een aantal teksten van een van mijn aio’s over collectieve herstelbetalingen, en probeer tussendoor nog tien kilometer te rennen. Ik doe een poging te trainen voor de hele marathon in Berlijn eind september, maar tot nu toe kom ik niet verder dan 13 km. Het moordende reisschema van de afgelopen weken gooit mijn hele schema in de war. Zo zat ik van 28 februari tot 5 maart in Rwanda, en van 10 maart tot en met 18 maart in Israël. Het programma tijdens zulke reizen zit vaak zo vol dat van rennen niet veel komt. En ’s ochtends om zes uur opstaan om eerst een uurtje te rennen is me helaas nog steeds niet gelukt. De paasdagen gaven me wel de tijd te reflecteren op deze bijzondere reizen, en deden me weer beseffen wat een bevoorrechte positie ik toch heb. In Rwanda hebben we met collega’s het African-Low Countries Network opgericht, dat als doel heeft het verwerven en uitwisselen van kennis ten aanzien van het thema ‘internationale misdaden’, waarbij zowel criminologische, victimologische en juridische perspectieven betrokken worden. Ook sprak ik daar met slachtoffers van de genocide, die onder andere steun krijgen via Stichting Mukomeze.

Ongelofelijk wat een kracht mensen kunnen hebben ondanks dat ze de meest vreselijke dingen hebben meegemaakt. Dit soort ontmoetingen doen alledaagse Nederlandse beslommeringen relativeren. Ik twitter er dan ook op los (ook in Rwanda hebben ze gratis wifi in de meest eenvoudige guesthouses) dat eigenlijk iedere middelbare scholier een verplichte maatschappelijke stage in een naoorlogs gebied zou moeten lopen. Grote kans (of ijdele hoop?) dat als jongeren zo’n stage zouden lopen, dat die generatie én onze leiders van de toekomst wellicht anders kijken naar ‘de huidige crisis’ in Nederland en er ruimte komt voor ‘het glas is half vol gedachtegoed’.

Vandaag denk ik ook veel terug aan mijn ervaringen in Israël tijdens het nakijken van de tentamens. Ik gaf daar een intensief seminar over victimologie en internationale misdrijven bij het Interdisciplinary Center Herzliya (Radzyner School of Law). Wat een genot om college te mogen geven aan een groep actieve, gemotiveerde studenten, met wie de discussies soms intens waren en gevoelige onderwerpen betroffen. Van religieuze orthodox gelovigen tot links liberalen (labels die ze op henzelf plakten), die op een constructieve manier hun visie gaven op de situatie in hun eigen land en respect toonden voor de mening van hun soms andersdenkende studiegenoten en gezamenlijk naar oplossingen zochten. Ik hoop van harte dat deze studenten de toekomstige leiders van Israël worden.

Tijdens mijn verblijf in Israël ben ik ook een dag naar Ramallah in de Palestijnse gebieden geweest. Ik mocht daar een workshop geven aan Officieren van Justitie over slachtofferrechten in Europese strafrechtelijke systemen. Hopelijk levert dit korte bezoek meer samenwerking op in de toekomst, want ik vond Ramallah een erg aangename stad, waar ik aan het eind van de middag een heerlijke Palestijnse pizza heb gegeten samen met een collega van de Birzeit University. Aan het eind van de dag reed ik weer terug naar Israël, langs kleine jongetjes die steentjes gooiden over de muur die Ramallah van Israël scheidt.

Ik kijk naar mijn kinderen die buiten aan het spelen zijn, en die het geluk hebben hier geboren te zijn, net als ik. En besluit een ijsje te gaan kopen bij de net weer geopende ijssalon. Zou het dan toch nog lente worden? Tijdens het ijsje eten spring ik een gat in de lucht. Op mijn iphone (wij moeders zijn goed in multitasken) lees ik het goede nieuws dat een ingediend projectvoorstel over victimisatie in de MENA regio verder uitgewerkt mag worden in samenwerking met het Haagse Institute for Global Justice. Met veel plezier heb ik vorig jaar aan een haalbaarheidsstudie gewerkt, samen met collega’s van de Engelse organisatie REDRESS, en het lijkt nu zijn vruchten te gaan afwerpen.

Woensdag

Een volle dag in Tilburg voor de boeg, met alleen maar afspraken. De laatste tijd zeg ik gekscherend tegen mijn onmisbare secretaresse dat het bij ons soms net een huisartsenpraktijk lijkt, en dat ik uit kijk naar ook daadwerkelijke onderzoeksdagen in Tilburg. Nu lijken deze soms beperkt tot mijn thuiswerkdagen. De laatste tijd ben ik veel bezig met de evaluatie van onze net opgerichte master in Victimology and Criminal Justice. De studentevaluaties van het eerste semester zijn goed. Toch besluiten we het curriculum voor volgend jaar aan te passen en alleen nog maar verplichte vakken voor te schrijven. Dit is deels op inhoud en deels op financiële gronden gebaseerd. Helaas is het interne facultaire financiële verdeelmodel voor ons dermate ongunstig dat we ook financiële overwegingen moeten laten meewegen. Ik probeer in al mijn beslissingen altijd de inhoud te laten voorgaan; ook ik moet echter, na zeven jaar management ervaring bij INTERVICT, toegeven dat dit soms lastig wordt gemaakt. Ik blijf ernaar streven kwaliteit voor kwantiteit te laten gaan, en inhoud voor financiën, maar de toenemende schaarste van middelen voor ons soort onderzoek (niet vallende onder de door het kabinet geoormerkte topsectoren) en voor hoogwaardig specialistisch master onderwijs baart mij zorgen.
Laatst gaf ik een workshop voor onze beginnende promovendi en toen werd mij de vraag gesteld wat mijn huidige functie is en mijn ambitie of wens ten aanzien van mijn ideale loopbaan. Gechargeerd maar met een serieuze ondertoon zei ik dat ik met name fondsenwerver, personeelsmanager en beleidsmedewerker ben, en in de toekomst graag hoogleraar zou worden…

Ik lunch met mijn promotor Willem van Genugten, de professor die mij uit de collegebanken plukte en aan de wieg van mijn carrière heeft gestaan. Altijd aangenaam weer bij te praten over van alles en nog wat.
Na de lunch plan ik een reis naar India voor in augustus. Ik ben gevraagd een key note te geven en zal daarnaast een aantal bezoeken brengen aan instellingen die slachtofferhulp verlenen. In India ben ik nog nooit geweest, en naast het feit dat Indiase curry mijn lievelingseten is…, is er nog een wereld te winnen op het gebied van omgang met slachtoffers, met name van seksueel geweld, dat ik ernaar uit kijk lopende initiatieven ten aanzien van mogelijke verbeteringen te kunnen bezoeken.

Aan het eind van de dag nog een laatste afspraak met onze College Voorzitter. INTERVICT heeft als eerste interdisciplinaire en interfacultaire onderzoeksinstituut het kwaliteitskeurmerk Centre of Excellence gekregen. Het beleid omtrent een dergelijk keurmerk en een visie over de duurzaamheid ontbreken echter altijd nog. In de komende maanden zal het nieuwe strategische plan van onze universiteit hier meer duidelijkheid over moeten geven. Het proces hier naar toe is transparant en helder; we worden uitdrukkelijk gevraagd mee te denken en onze ervaringen te delen. Dit geeft hoop voor de toekomst.  

Rond half zes rij ik naar huis, waar ik na een file om kwart voor zeven binnen stap. Kindjes natuurlijk vermoeid en hongerig… snel een hapje eten en naar bed. Ik zit rond half negen achter mijn computer om een voorstel te schrijven voor het Special Court inzake Lebanon (een van de vele tribunalen die in Den Haag zit), die mij willen inhuren als expert rondom slachtofferschap en terrorisme. Ik werd gelokt met het verhaal dat ze in Beiroet, waar ik voor enkele veldstudies naar toe moet, heerlijke cocktails hebben, maar moet eerlijk zeggen dat deze opdracht al zonder cocktails in het vooruitzicht erg aantrekkelijk lijkt.
Ik probeer ook nog wat tijd vrij te maken voor het schrijven aan het lokale verkiezingsprogramma van D66 waaraan ik mijn medewerking heb toegezegd. Een zeer leerzaam proces met een club enthousiaste mensen!    

Donderdag

Vandaag weer een Tilburgse dag, beginnend met een overleg met een collega over haar onderzoek ten aanzien van het probleem van staatlozen. We verkennen mogelijkheden tot samenwerking, wetende dat voor de grote groep staatlozen in de wereld slachtofferschap van criminaliteit en machtsmisbruik slechts een van de vele problemen is waar deze kwetsbare groep mee te kampen heeft.

’s-Middags lunch ik in de faculty club op uitnodiging van de voorzitter van het College van Bestuur. Hij heeft een middag gepland over de thema’s onderzoek en valorisatie die input moet leveren voor datzelfde strategisch plan waar ik het eerder over had. Iedereen is gevraagd mee te denken, en de zaal is goed gevuld. Het thema valorisatie leeft, en er wordt flink gediscussieerd over de exacte betekenis van dit woord en hoe we moeten meten of aan valorisatie voldaan wordt. Ook komt het Europese Onderzoeksprogramma Horizon 20-20 ruimschoots aan bod. Aanwezigen dringen erop aan dat het College van Bestuur veel meer werk maakt van het beïnvloeden van de Europese onderzoeksagenda, en van het professioneel ondersteunen van onderzoekers die een subsidie aanvraag schrijven en binnenhalen.

Ook bij INTERVICT dienen we veel Europese aanvragen in. Ik bespreek vandaag ook nog de onderzoekscapaciteit met onze projectmanager, om te kijken of we überhaupt nog capaciteit over hebben voor de 2e en 3e geldstroom. Het ziet er naar uit dat iedereen aardig vol zit, en dat we bij toekomstige projecten weer mensen moeten aantrekken.
Aan het eind van de middag komen twee studenten hun scriptie bespreken. Een schrijft over het Palestijnse vluchtelingenprobleem in Libanon, de ander over de impact van amnesties op slachtoffers. Prachtige thema’s en twee zeer goede studenten. Zo is scriptiebegeleiding een waar genoegen! 

Na een heerlijke maaltijd (ik kook thuis nooit…wat misschien ook maar goed is) duik ik nog even achter de computer. De afgelopen weken zitten de dagen in Tilburg zo vol dat het soms lijkt dat ‘s avonds het echte werk pas kan beginnen. Ik stop als het zogeheten Marokkanendebat begint. Wat een vreselijke benaming en wat een inhoudsloos debat. Het raakt me dat we in ‘mijn’ land tolereren dat er op een dergelijke denigrerende manier over bepaalde groepen wordt gesproken. Hebben we dan niks geleerd van het verleden? Ik denk terug aan mijn bezoek aan het Yad Vashem museum in Jeruzalem, nog geen twee weken geleden, waar de slachtoffers van de Holocaust herdacht worden. En over twee dagen, op zeven april, begint de honderd dagen durende herdenking van de slachtoffers van de genocide in Rwanda, nog geen 19 jaar geleden. 

Vrijdag

Ik rij niet naar de universiteit maar ga eerst op de koffie bij een dierbare collega die al enige tijd thuis zit en voor wiens re-integratie traject ik mede verantwoordelijk ben. Ik vind dat ik veel te weinig tijd heb vrijgemaakt de afgelopen maanden, hetgeen een knagend schuldgevoel met zich meebrengt. We hebben een fijn gesprek over de werk- en prestatiedruk bij INTERVICT en ik vertel haar over de laatste ontwikkelingen binnen ons Instituut en binnen de universiteit.
Daarna rij ik naar ’t Woud, voor diegenen die er ook nog nooit van gehoord hebben; dit is een idyllisch plekje vlakbij Den Haag, waar in een prachtig kerkje een van mijn aio’s het jawoord aan haar geliefde gaf. De predikante verwelkomde ieder aanwezig in de kerk; de gelovigen, de ongelovigen, de zoekenden, en de andersgelovigen. Zo hoort het! Na een feestelijk diner in Den Haag kom ik ‘s nachts rond twee uur thuis en duik meteen mijn bed in. Ik voel een opkomende keelpijn, en hoop maar dat het niet doorzet. Want ziek worden past zeker niet in mijn schema, vooral niet in wat een heerlijk zonnig weekend lijkt te gaan worden!

Zaterdag

Normaal ga ik ’s ochtends mee naar het voetbalveld om Joep aan te moedigen. Als net beginnende F7 voetballer is het (meestal) een genot te gaan kijken. Ze snappen inmiddels dat ze niet allemaal tegelijk naar de bal moeten rennen, en ook wat een eigen goal is… Wat ik overigens minder waardeer zijn de vroege aanvangstijden. Met kinderen die altijd willen uitslapen is het dus ook zaterdag weer een gevecht. ’s Middags boodschappen doen, en thuis een beetje rommelen en zelfs stiekem een dutje doen terwijl de kleine ligt te slapen. Geen grootse plannen dus vandaag!

Zondag

Vandaag is het heerlijk weer dus gaan we fietsen. We gaan naar oma die een dorp verder woont, en we trakteren op een ijsje. Ook stoppen we nog even bij Joep zijn favoriete klimboom in het bos. Het lijkt echt of de lente begint. En gelukkig… gaat pas na het eten de computer weer aan ter voorbereiding van wat weer een leuke week zal worden.

 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken