De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 22: dagboek van Frank van Tubergen

11 februari 2013

Weekdagboek van een wetenschapper: Frank van Tubergen (Universiteit Utrecht) van 4 februari tot en met 10 februari 2013. Frank doet onderzoek op het gebied van verschillende sociale verschijnselen zoals sociale ongelijkheid, taalverwerving, gemengde huwelijken, onderwijsloopbanen en sociale netwerken.

Maandag

De ochtend begint om 6.50 uur, als de wekkers en lampjes in de slaapkamers aan gaan. Voor mij en Anne Marleen het sein om op te staan, douchen en eten. Onze kinderen Max (8) en Lea (4) hebben daar andere ideeën over: speeltijd! Max gaat heerlijk in bed de Heksen lezen, Lea bouwt op haar kamer duplokastelen. Gelukkig gaan we om 8.10 uur de deur uit met aangeklede kinderen die hebben gegeten. De school is 5 minuten lopen. Ik fiets vervolgens naar mijn werk, in een half uur ben ik op de Uithof, het universiteitscentrum van Utrecht en sinds 2011 bekend als Utrecht Science Park. Ik begin met het beantwoorden van e-mails. Ik krijg er zo’n 30-40 per dag. Er zitten vandaag veel e-mails bij van studenten over het tentamen Inleiding Sociologie –er waren veel onvoldoendes dit jaar. Hoe communiceerden studenten vroeger over dit soort kwesties met docenten? Kwamen ze langs? Of wordt er tegenwoordig gewoon méér gecommuniceerd tussen studenten en docenten? Ik sluit Outlook af en neem nog een keer de slides door van het college dat ik vanmiddag zal geven. Ik bereid mijn colleges meestal een paar dagen van tevoren voor en op de dag zelf vlak voor het college. Het verhaal zit goed in mijn hoofd, de slides zijn duidelijk.

Ik heb nog een uur voordat het college begint en dat geeft me nog even tijd om aan een artikel te werken waar ik al lang niet meer aan toe was gekomen. Met recent verzamelde data probeer ik een antwoord te krijgen op de vraag hoe we individuele verschillen in taalverwerving van immigranten kunnen verklaren. Voor de positie op de arbeidsmarkt is het cruciaal om de taal te leren, maar waarom leren sommige immigranten snel Nederlands, terwijl anderen daar jaren over doen? Met unieke data onder 2000 recent aangekomen immigranten uit Turkije, Marokko, Polen en Bulgarije hoop ik daar meer over te weten te komen. Ik borduur voort op een theoretisch model dat ik eerder heb ontwikkeld en getoetst. Ineens schiet me te binnen: zou het niet interessant zijn de patronen die ik in Nederland vind te vergelijken met die in andere landen? Ik mail direct een collega uit Duitsland, waar in het kader van hetzelfde project identieke data zijn verzameld onder Polen en Turken. Ik vraag haar om samen aan dit artikel te werken, met data uit beide landen.

Om 12 uur begint het college. Het is de eerste bijeenkomst van de cursus. Het is een selectieve groep van Research Master studenten, negen in totaal, enkelen uit Nederland, de meesten uit het buitenland. Het is de ideale omvang voor een docent: de kleine groepen maken het gemakkelijk om de stof intensief door te nemen met de studenten. Ik verzorg de tien bijeenkomsten afwisselend met een collega. Het is 14.00 uur als ik weer achter mijn PC ga zitten en met een broodje in mijn hand de tweede ronde van emails beantwoord. Een half uur later heb ik met een collega een afspraak met één van mijn promovendi. Een artikel dat we hadden opgestuurd naar een internationaal tijdschrift is helaas afgewezen. Dat is altijd even slikken, zeker voor een AIO die nog niet zoveel ervaring heeft met het competitieve wereldje van artikelen publiceren (zo’n 90% wordt afgewezen). Gelukkig vat ze de afwijzing goed op. Het commentaar van de drie referenten is bovendien overwegend positief, dat geeft ons vertrouwen, en met hun kritiekpunten kunnen we ons onderzoek verder verbeteren. We bespreken in detail door hoe we dat gaan doen: welke analyses we gaan uitvoeren, hoe we tekstuele wijzigingen aanbrengen. Uiteindelijk zijn we ervan overtuigd dat met deze veranderingen ons artikel nog beter wordt. Nog een paar weken werk en we kunnen het opsturen naar een ander tijdschrift. Om 16.00 uur ga ik weer verder met het artikel over taalverwerving totdat ik om 17.00 uur de computer afsluit en naar huis ga. ‘s Avonds lees ik verder in het proefschrift van één van mijn promovendi. Aanstaande donderdag hebben we één van de laatste besprekingen voor zijn proefschrift naar de drukker gaat.

Dinsdag

De dag staat in het teken van een workshop die ik samen met dagblad Trouw en twee collega’s heb georganiseerd. Aanleiding voor de bijeenkomst is een aanvraag die ik met mijn twee collega’s heb ingediend voor de NWO subsidieronde Religie in de Moderne Samenleving. Van de 53 voorstellen is onze aanvraag als één van de 15 door de vooraanmelding gekomen en we worden nu in de gelegenheid gesteld om onze ideeën verder uit te werken. Dat doen we mede op grond van de input die we in deze bijeenkomst krijgen, waarvoor we vertegenwoordigers van verschillende maatschappelijke organisaties hebben uitgenodigd. Het is een interessante formule die opgenomen is in de call van NWO: wetenschappers moeten input uit “de praktijk” meenemen in hun definitieve aanvraag, en dat gebeurt in een workshop met maatschappelijke partners. Ik geef een presentatie over ons voorstel, waarna een interessante discussie volgt over waar we onze onderzoeksvragen, ideeën en methoden kunnen aanscherpen en uitbreiden. Mijn collega’s en ik krijgen veel nuttige suggesties. We zijn de deelnemers dankbaar voor hun inzet. De formule van NWO is wat ons betreft geslaagd. Nu nog snel gaan uitwerken, want op 3 maart is de deadline voor het indienen van de definitieve aanvraag.

Om 16.00 uur ben ik weer thuis en begin ik aan de 31 e-mails in mijn inbox. Goed nieuws: een artikel van één van mijn AIO’s is onder voorwaarden geaccepteerd voor publicatie in een internationaal peer-reviewed tijdschrift. Ik ben heel blij voor mijn AIO en ook wel zelf een beetje trots. Na het eten lees ik weer verder in het proefschrift.

Woensdag

Ik breng de kinderen naar school in de sneeuw. Vandaag is ook voor mij een onderwijsdag. Om te beginnen komen er tussen 10 en 11.30 uur 20 studenten langs die hun tentamen Inleiding Sociologie willen inzien. Ik neem de antwoorden met ze door, leg uit wat er fout ging, en geef aan wat wij van ze verwachten. Bij drie tentamens twijfel ik of we sommige antwoorden wel juist hebben beoordeeld. Ik kijk ze na afloop nogmaals na. Na de lunch begin ik met de gebruikelijke lijst aan emails. Daarna ga ik me voorbereiden op het college van vanmiddag. Ik heb de slides al grotendeels gemaakt, maar zoals altijd denk toch dat het nog wat beter kan. Ik geef een college aan de ongeveer 100 eerstejaars sociologiestudenten over Youth in Europe! (YES!), een grote dataverzameling die ik coördineer. Samen met collega’s uit Duitsland, Engeland en Zweden ben ik in 2010 een longitudinaal onderzoek begonnen naar jongeren. In ieder land volgen we zo’n 5.000 adolescenten, verspreid over 100 scholen. De eerste keer dat de respondenten deelnamen, in 2010-2011, zaten ze in de derde klas en waren ze ongeveer 14 jaar oud. In het schooljaar 2011-2012 hebben we deze jongeren opnieuw ondervraagd, en dit jaar volgt de derde meting. Het unieke van het onderzoek is dat in alle landen identieke vragen en procedures worden gebruikt, zodat we de levenslopen van jongeren tussen de vier landen kunnen vergelijken. Het is een breed opgezet onderzoek waarin we onder meer kijken naar hun onderwijsloopbaan, sociale netwerken en contacten, religie en identiteit, afwijkend gedrag, opvattingen, en nog veel meer.  De data vormen een schat aan gegevens voor mijn VIDI onderzoek, twee van mijn AIO’s, tientallen AIO’s uit andere landen, postdocs, en senior onderzoekers. Om de AIO’s te beschermen, ligt er tot twee jaar na de dataverzameling een embargo op deze data.  Daarna worden ze beschikbaar gemaakt voor de rest van de wetenschappelijke gemeenschap.

Het verzamelen van de data kost mij en mijn teamgenoten veel tijd, aangezien we alles zelf doen: van het ontwerpen van de vragen en het survey design tot en met het uiteindelijke veldwerk (scholen bellen, naar klassen toe, vragenlijsten uitdelen, data invoeren, variabelen coderen, veldwerkrapport schrijven, etc.). Op het hoogtepunt van de dataverzameling vorig jaar hadden we zo’n 35 student-assistenten die ons hielpen. Met een onlangs verkregen subsidie van NWO Middelgroot zijn we in staat om nog drie vervolgmetingen te doen, zodat we de jongeren in Nederland in ieder geval tot hun 20e blijven volgen. Vanmiddag vertel ik de studenten over deze YES! dataverzameling. In het kader van de cursus Leeronderzoek zullen ze meehelpen met het afnemen van de vragenlijst bij de respondenten. In deze cursus leren studenten zelf data te verzamelen en vervolgens te analyseren. Dit jaar laten we studenten voor het eerst meedoen met het grote YES! project, zodat ze mooie data krijgen voor hun eigen onderzoek, en tegelijkertijd leren wat er bij zo’n groot project komt kijken. Ik denk dat het een goed voorbeeld is waarbij lopend onderzoek in het onderwijs wordt geïntegreerd.

Op de woensdagavonden ga ik normaal gesproken tennissen, maar de banen blijken door de kou nog niet bespeelbaar te zijn.

Donderdag

Het is 9.00 uur als een oud-student mijn kamer binnenkomt. We hebben met elkaar afgesproken om te werken aan haar artikel, dat een bewerking is van haar afstudeerscriptie voor een research master. Als begeleider ben ik als co-auteur aan het artikel verbonden. Het commentaar van de drie referenten is positief en we mogen het artikel aanpassen en opnieuw indienen (revise-resubmit). We moeten flink aan de slag. Ik heb er de hele ochtend voor uitgetrokken om met haar alle stappen door te nemen voor deze revise: wat moeten we opnieuw analyseren? Waar moeten we tekstuele aanpassingen doen? We gaan bij twee collega’s langs voor advies over de tamelijk ingewikkelde methoden die we willen toepassen, maar waar we niet helemaal zeker van zijn.

Na de lunch met mijn collega’s in de kantine bespreek ik van 14.00 tot 16.00 uur de vrijwel complete dissertatie van één van mijn promovendi. Aan het einde van de bijeenkomst overleggen we de laatste stappen: we gaan nog één keer het gehele proefschrift doornemen, mensen vragen voor de leescommissie, promotiedatum vastleggen. Daarna werk ik nog aan de revise van het artikel.

Vrijdag

Het is een mooie winterse dag; koud, maar helder en zonnig. Ik breng onze kinderen naar school. We hebben de grootste lol als we onderweg het omaatje naspelen dat ontsnapt uit een angry asylum, een spelletje op de iPad (Angry Gran Run!) waar we aan verslaafd zijn geraakt. Ik werk vandaag thuis en stort me op de emails. Er komt weer van alles voorbij. Zo mailt een collega mij over de cursus Sociale Netwerken in de research master die ik coördineer en waarvoor zij gisteren het eerste  college heeft gegeven. Van een andere collega krijg ik een verzoek om een bijdrage te leveren aan een nieuwe aanvraag voor NWO Zwaartekracht. Wat ik dan maar meteen doe. Vorig jaar hadden we goede commentaren ontvangen, maar visten we net achter het net. Hopelijk dit jaar meer geluk.

Tussen de emails zit ook een verzoek of ik “Distinguished Visiting Professor” wil worden aan een universiteit in een ver, exotisch, land en daar drie weken per jaar les wil geven. Eerst denk ik: dit is vast een grap van mijn vrienden of malware. Ik zoek de universiteit op, deze blijkt tot mijn verbazing echt te bestaan, net als de persoon die mij mailt. Is dit serieus? Ik moet er over nadenken. Er blijkt ook weer een nieuwe aanmelding te zijn voor de Summer School die ik jaarlijks geef met een paar collega’s . We hebben al veel inschrijvingen ontvangen. Ik beoordeel alle aanmeldingen voor onze cursus op basis van hun vooropleiding en motivatie om deel te nemen. Het fascineert me ieder jaar weer dat de studenten de hele wereld afreizen voor onze cursus: Brazilië, Azerbeidzjan, Singapore, noem maar op. Ik heb er nu al weer zin in.
Verder nog een paar emails over de grote YES! dataverzameling onder jongeren. We zoeken naar sponsors voor dit project, bedrijven die interesse hebben om ons financieel voor enkele jaren te steunen. Het is nieuw voor mij om daar actief naar te zoeken, maar ik zie het als een interessante uitdaging. Ten slotte komt er nog een email over de voorlichting van de Masteropleiding die ik sinds kort coördineer. Volgende week zal ik presentaties geven voor Bachelor studenten en pre-master studenten die interesse hebben in deze één-jarige Master. Hopelijk weten we veel studenten te trekken komend jaar.

Ik haal de kinderen ’s middags uit school. Ze komen er allebei opgewekt vandaan. Lea heeft in haar tas een tentoonstelling aan tekeningen meegenomen, maar ik mag ze pas thuis bewonderen. Max vertelt over hoe leuk hij met zijn vriendjes in de pauze heeft gespeeld. We halen kibbeling bij de viskar, Max wil graag iets anders proberen en bestelt een broodje met haring.  Ze zijn de hele middag vrij en spelen heerlijk met elkaar samen.
In de middag buig ik me over een puzzel waar ik de laatste weken mee rondloop: hoe kan ik de onderwijsuren verhogen in het vak Inleiding Sociologie, terwijl de onderwijsinzet gelijk moet blijven? Achtergrond is het Strategisch Plan 2012-2016 van de Universiteit Utrecht, waarin prestatieafspraken zijn opgenomen om ervoor te zorgen dat “studenten hun studieverplichtingen als intensief ervaren en dat de samenleving waar voor haar onderwijsgeld krijgt.” Ik kan me vinden in het verhogen van de onderwijsuren, lastig is dat de docentformatie gelijk blijft. De coördinator van onze Bachelor opleiding heeft me gevraagd om met een plan te komen voor het vak Inleiding Sociologie. Ik neem de voorbeelden door van andere vakken waar men heeft geprobeerd om de onderwijsintensiteit te verhogen zonder de docent-inzet te verzwaren, en aan het eind van de middag heb ik een plan geschreven. Volgende week zal ik het voorleggen aan mijn collega’s.

Zaterdag

Op zaterdag rijd ik met Max naar mijn moeder in Amersfoort. Een paar maanden geleden heeft ze besloten dat ze wil verhuizen en we gaan met z’n drieën een huis bekijken dat haar interesse heeft. Als we na de bezichtiging weer buiten staan concluderen we dat dit hem niet wordt. De foto’s op Funda waren wel héél erg mooi –respect voor deze fotograaf! We halen nog wat boodschappen en na de lunch is het tijd om naar huis te gaan. Max blijft een nachtje logeren, en hij kan niet wachten totdat het logeerpartijtje begint. “Ga je nou pap, als je blieft?” Ik vind het mooi om te zien hoe hij en Lea steeds onafhankelijker aan het worden zijn, hun eigen identiteit aan het vormen zijn, en een leven ontwikkelen waar Anne Marleen en ik soms geen weet van hebben. Lea gaat ook logeren vanavond, bij haar tante. Ze heeft er enorm zin in. ’s Avonds gaan Anne Marleen en ik naar vrienden in Nijmegen die we hebben leren kennen in onze studententijd. Met 16 inmiddels jonge vaders en moeders hebben we een verlaat nieuwjaarsdiner. In de nacht rijden we over een glibberige snelweg weer terug naar huis. 

Zondag

Ook vandaag blijken de tennisbanen nog niet bespeelbaar. Ik zou eigenlijk iets anders moeten gaan doen, hardlopen of zo, maar ik vind het te saai en besluit maar niet te sporten. Het wordt een rustige zondag. We halen Max en Lea op. Ze zitten vol verhalen over wat ze hebben gedaan. Ik maak met Lea een grote puzzel en word zoals altijd ingemaakt met Stratego. Ik lees nog wat in een nieuw boek over netwerkanalyses, en check nog even mijn email. Gelukkig blijkt mijn Duitse collega mee te willen doen met het artikel over taalverwerving. Ik doe de was en strijk nog wat. Het is een mooie week geweest. Ik ben benieuwd naar het dagboek van de volgende!

 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken