De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 2: dagboek van Peter-Paul Verbeek

15 september 2012

 Peter-Paul VerbeekHoe verloopt een week (3 september tot 9 september) van wetenschapper Peter-Paul Verbeek? Met het project De week van een wetenschapper willen we een realistisch beeld schetsen van hoe het leven van jonge, ambitieuze wetenschappers er uit ziet. 50 weken lang zullen leden van De Jonge Akademie een week lang een dagboek bijhouden.

Maandag

De overgang had niet groter kunnen zijn. De eerste maandag van het academisch jaar is tegelijkertijd de eerste schooldag van onze kinderen: een abrupt einde van een heerlijk ontspannen zomerperiode. Drie weken kamperen en een weldadige periode met weinig afspraken en veel tijd om artikelen te schrijven maken plaats voor de gebruikelijke hectiek van het aankleden, ontbijten en naar school en crèche brengen van vier kinderen, met een overvolle werkagenda voor de boeg. Maar het blijkt vooral heerlijk om weer in die flow van activiteiten terecht te komen. Ik herken me helemaal in wat Louise Fresco eens zei in een radio-interview: dat ze het liefst functioneert als personal computer, multitaskend met meerdere windows tegelijkertijd open.

Zondagnacht tot 1 uur doorgewerkt om een stuk af te krijgen voor de deadline, wat helaas niet gelukt is. Desondanks vol energie opgestaan. De werkdag begint met overleg over een onderzoeksaanvraag die ik samen met een collega wil doen. We willen de ethische aspecten van hersenimplantaten onderzoeken, waarvoor we een nieuwe methode willen ontwikkelen in samenwerking met een bedrijf dat een radicaal nieuw implantaat heeft ontwikkeld. Onder druk van het topsectorenbeleid moeten bedrijven meefinancieren, en dat is lastig te organiseren. Er is bovendien haast bij: de deadline is over 2 weken. Het wordt dus een huzarenstukje om het af te krijgen. Daarna een telefonische afspraak met een promovendus die volgende week zijn proefschrift verdedigt. Ik zit in zijn commissie; hij hoopt mij de vraag te ontfutselen die ik zal stellen maar ik houd me op de vlakte - niet alleen omdat dat leuker is tijdens de verdediging maar ook omdat ik het eerlijk gezegd nog eens goed moet doornemen om een mooie vraag te bedenken.

Tussen de email en de telefoon door neem ik deel aan het twitterdebat dat is georganiseerd ter gelegenheid van de opening van het academisch jaar. De nadruk ligt wel erg eenzijdig op de economische betekenis van de wetenschap, maar dat is dan ook meteen een thema om in te brengen in de discussie. 's Middags een gesprek met een promovenda in mijn VIDI project, over haar voortgang en planning voor de komende maanden. Daarna komt een student langs die overweegt om een zelf-gefinancierd promotieproject te beginnen. Tussendoor bel ik met het bedrijf waarmee we onze onderzoeksaanvraag willen doen: een heel enthousiast en energiek gesprek. Dat belooft veel goeds! Daarna ga ik door met het verder afwerken van de berg email die ik in de vakantie heb verzameld. Email ontwikkelt zich tot een ware kwelling: ik krijg meer mail dan ik fysiek kan beantwoorden, en te vaak glippen er dan dingen doorheen die ik vergeet. Gelukkig vinden de meeste mensen dan de weg naar de telefoon van onze secretaresse... Om 17.30 snel naar het kinderdagverblijf. Een van de heerlijkste momenten van de dag: mijn jongste zoontje dat waggelend naar me toe rent en me om de hals vliegt.

Thuis snel samen koken en alle verhalen van de kinderen over hun eerste schooldag horen. Na het verhaaltjes voorlezen, afwassen en even bijkletsen met mijn geliefde om 21 uur weer achter de laptop. Die onderzoeksaanvraag moet in de steigers gezet, en ik moet mijn college voor morgen voorbereiden. Om middernacht kruip ik met de NRC in bed; net te laat voor Pauw en Witteman, dat deze week overigens is omgedoopt tot ‘1 Voor de verkiezingen’, vanwege de Tweede Kamerverkiezingen op 12 september.

Dinsdag

's Ochtends eerst de drie oudste kinderen naar school brengen; de jongste blijft elke dinsdag thuis met mijn vrouw, en elke vrijdag met mij. Vervolgens gaat de hele ochtend op aan de tenure track beoordelingscommissie van onze faculteit. Vier kandidaten moeten beoordeeld worden om toegelaten te worden tot een traject dat in een aantal jaren zal leiden tot een benoeming als hoofddocent of als hoogleraar, mits zij aan de gemaakte afspraken voldoen. Een delicate klus: je wil iedereen recht doen en verdiept je dus zo goed mogelijk in ieders werk. De bijeenkomst duurt de hele dag, maar ik woon alleen het eerste deel bij omdat ik ’s middags college geef: het vak 'Philosophy of Technology', dat een van de introducerende vakken is van onze masteropleiding Philosophy of Science, Technology, and Society. Leuk om te geven en beginnende studenten enthousiast te maken voor het vakgebied. Onderweg naar college pik ik een student uit Mainz op, die ik heb leren kennen op een congres en die als een soort onderzoeksstage anderhalve maand komt meedraaien in onze onderzoeksgroep en colleges bijwoont. In de zaal blijkt één van de studenten enkele jaren geleden via Facebook contact met me te hebben gezocht om vragen te stellen over een boek dat ik toen net gepubliceerd had; nu heeft ze besloten om in Twente te komen studeren. Heel bijzonder allemaal.

Het college duurt de hele middag. Afgedraaid fiets ik om 17.45 naar huis en pak snel de NRC om te kijken of het opiniestuk al is geplaatst dat een collega Jonge Akademie-lid en ikzelf hebben ingestuurd. We leveren onder andere kritiek op de voorstellen van VNO-NCW voorzitter Bernard Wientjes om het wetenschapsbeleid onder te brengen bij het ministerie van EL&I omdat het dan beter zou aansluiten bij de behoeften van het bedrijfsleven. We hopen dat ons stuk de politiek zal stimuleren om niet uitsluitend op een economische manier naar wetenschap te kijken, en te zien dat wetenschap op veel meer manieren maatschappelijk waardevol is. Helaas: hoewel de redactie zou proberen het vandaag te plaatsen, staat het er nog niet in.

De avond is voor mijn onderzoek – naast alle bestuurlijke klussen, promovendi, en onderwijs is dat paradoxaal genoeg vaak de enige ruimte die een dag biedt voor mijn eigen onderzoek. Ik schrijf verder aan het artikel dat ik zondag had willen indienen – helaas komt het ook nu niet af. Om 0.30 uur kruip ik zo zachtjes mogelijk naast mijn geliefde, en lees de NRC op de iPad in plaats van op papier om haar niet wakker te maken.

Woensdag

’s Ochtends een gesprek met een getalenteerde afstudeerder die moeite heeft om zijn scriptie goed in de steigers te zetten. Hij komt bij mij thuis langs, dat geeft net iets meer ruimte voor een rustig gesprek. Het duurt veel langer dan gepland, maar het was nodig en nuttig – dat artikel moet dan in de avonduren maar af. Daarna snel de telefoontjes en mailtjes afhandelen die ik gisteravond had laten liggen om aan mijn artikel te kunnen werken, en mijn college van vanmiddag voorbereiden. Het is mijn favoriete vak: een onderzoeksseminar in het tweede jaar van onze masteropleiding, gekoppeld aan mijn eigen onderzoek. Studenten lezen teksten die ik momenteel ook lees, en schrijven daar een researchpaper over. Heel inspirerend, voor beide partijen. Ik warm ze vandaag nog op met een hoorcollege over de hoofdlijnen van ons onderzoek, en vanaf volgende week bediscussiëren we alleen teksten. Erg leuk, want ik gebruik als basis de lezing die ik ooit op de Lowlands University gaf, voor een enorm publiek van festivalgangers. Veel afbeeldingen en filmpjes, en ook nog een tour langs de belangrijkste aspecten van de relaties tussen mens en technologie: een ideale basis voor zo’n college.

Thuis vlieg ik weer direct op de brievenbus af – maar nog steeds staat ons stuk niet in de NRC. Als de kinderen ’s avonds slapen – moe van voetbal- en hockeytraining, en spelen bij vriendjes – eerst twee vrienden bellen, van wie er één erg ziek is. Daarna verder met het voorbereiden van de onderzoeksaanvraag over hersenimplantaten. Morgenochtend heb ik een afspraak met mijn collega om de aanvraag verder voor te bereiden. Tussendoor nog even een half uur achter de piano; volgende week neemt onze vorige decaan afscheid, en die heeft mij gevraagd bij die gelegenheid een paar stukken te spelen. Ik besluit de avond met het voorbereiden van de bestuursvergadering van De Jonge Akademie die ik morgen zal voorzitten. Er staat veel op de agenda en zo wordt het, ondanks de goede voornemens die ik tijdens de vakantie maakte, toch weer later dan middernacht.

Donderdag

Mijn vrouw zit vandaag in Amsterdam, dus ik breng eerst onze kinderen naar hun drie locaties: de twee vestigingen van hun basisschool en het kinderdagverblijf. Daarna full speed naar mijn werkplek op de universiteit voor die afspraak over onze onderzoeksaanvraag. We overleggen snel en efficiënt, want om 10 uur stap ik op de fiets naar het station om de trein van 10.30 te halen, zodat ik op tijd ben voor twee vergaderingen in het Trippenhuis in Amsterdam – de thuisbasis van de Akademie van Wetenschappen. In de trein realiseer ik me dat dit deze week mijn enige dag in het Westen van het land is, terwijl dat er doorgaans gemiddeld 2 of 3 zijn: heerlijk om even rustig op te starten. Enschede-Amsterdam duurt 2 uur, en dat levert heen en terug 4 uur ongestoorde werktijd op. Comfortabel in de eerste klas, gewapend met iPad en draadloos toetsenbord, werk ik me door wat email heen en ga ik verder met dat artikel dat op 1 september ingediend had moeten zijn.

In de trein word ik gebeld dat de eerste van twee vergaderingen niet doorgaat. Dat blijkt maar goed ook, want mijn vertraging is ruim een kwartier. Opeens heb ik wat extra werktijd die ik benut in de bibliotheek van het Trippenhuis, totdat mijn collega-bestuursleden van De Jonge Akademie binnendruppelen. Door het uitvallen van de eerste vergadering is er ruim tijd om even gezellig bij te praten, voor we onze lange agenda gaan afwerken. We bespreken de stand van zaken van onze acties ten aanzien van het wetenschapsbeleid van dit kabinet: onze reacties op het topsectorenbeleid, ons plan om een bijeenkomst te organiseren met belangrijke beleidsmakers en wetenschappers over de brede maatschappelijke waarde van wetenschap, ons artikel voor de NRC.  Ook bespreken we zaken als de agenda van de komende ledenvergadering, de stand van zaken van een project rondom publicatietradities in de diverse wetenschapsgebieden, en de ontwikkelingen rondom ons wetenschapsspel Moendoes. We lopen vreselijk uit, want er is teveel te bespreken. Een half uur later dan gepland beëindigen we de vergadering en we spreken af aanstaande maandag ’s avonds van 22 tot 23 uur per Skype de laatste punten te bespreken.

In de trein terug eet ik één van mijn vaste maaltijdsalades van de AH-to-go; als die winkel niet bestond, zou al dat treinreizen erg ongezond worden, want door de grote afstand vanuit Enschede zit ik heel vaak tijdens etenstijd in de trein. Tot Amersfoort (het eerste half uur) neem ik even rustig de tijd om te eten, met de NRC op de iPad. Ons stuk staat er nog steeds niet in, verdorie. Na de overstap in Amersfoort wordt het altijd een stuk rustiger in de trein. Ik zie op mijn telefoon dat ik dringend moet bellen naar de collega met wie ik die onderzoeksaanvraag schrijf. Ze heeft slecht nieuws: hoewel het bedrijf ontzettend enthousiast is om de ethische aspecten van deze nieuwe technologie te doordenken met onze nieuwe methode, blijkt het financieel onhaalbaar. Volgens de nieuwe regels in het programma ‘Maatschappelijk Verantwoord Innoveren’ moet het bedrijf zelf een ton bijdragen; dat wilden we doen door uren die ze ook al maken binnen andere projecten tevens bij te laten dragen aan ons project. Maar dat blijkt tegen de regels. En een startup bedrijf, dat grotendeels afhankelijk is van subsidies en investeerders, kan niet zomaar een ton op tafel leggen. Wat een frustrerende ontwikkeling. Het topsectorenbeleid maakt de wetenschap veel te afhankelijk van het bedrijfsleven. We hebben een prachtig project, samen met een bedrijf dat nota bene zelf enthousiast meewerkt aan een ethisch onderzoek, en nu moeten we dat afblazen, niet omdat we er wetenschappelijk niet uitkomen maar omdat het bedrijf niet mee kan betalen… Zonde van deze mooie kans. We besluiten onze aanvraag om te bouwen tot een andere aanvraag in een ander programma, maar veel kans geven we het niet meer.

Eenmaal thuis blijkt het een dag van afzeggingen te zijn. Na een vergadering en een onderzoeksaanvraag gaat nu ook een eetafspraak met een vriend niet door: hij is ziek. Onze oudste twee kinderen spelen nog buiten als ik aan kom lopen vanaf het station: gezellig dat ik ze nog even zie! Na alle slapengaan-rituelen weer achter de laptop om alles wat we in gang gezet hadden rondom onze onderzoeksaanvraag weer stop te zetten. De frustratie maakt het onmogelijk om mijn hoofd te houden bij dat artikel dat nog af moet. Maar ik moet gelukkig ook nog werken aan het ‘dagboek van een wetenschapper’ dat ik deze week bijhoud. Daarna even gezellig bijkletsen met mijn geliefde en naar Pauw en Witteman kijken.

Vrijdag

Op vrijdagen ben ik altijd thuis met de kinderen. Officieel door mijn 36 uren werktijd als 4x9 uur in te vullen, maar officieus lopen werk en vrije tijd natuurlijk voortdurend door elkaar heen. Gelukkig maar, want als dat niet het geval was, zou ik veel minder tijd hebben voor mijn kinderen en ook veel minder productief zijn in mijn werk. Door ’s avonds veel te doen en werk en zorg goed te combineren kan ik veel meer dan 36 uur werken, en tegelijkertijd voldoende tijd met onze kinderen doorbrengen. ’s Ochtends ben ik thuis met onze jongste van bijna 2; ’s middags is ook onze op één na jongste van 6 vrij van school, en vanaf 15 uur voegen zich de twee oudste jongens van 8 en 10 erbij.

Deze ochtend zorg ik voor een goede mix van spelen met onze jongste en werk-klusjes die daarmee te combineren zijn. Na een gezellig half uurtje met liedjes achter de piano en met een boekje op schoot komt een promovendus langs voor een gesprek van zo’n anderhalf uur over de voortgang van het project. Heerlijk dat dat zo informeel kan: ik kan tussendoor ook aandacht geven aan mijn zoontje, en we bespreken heel veel. Als hij weer weg is, help ik het jochie even op gang in de zandbak en ruim ik de kamer en de keuken op, terwijl ik ondertussen telefonisch met onze secretaresse doorneem welke klussen er allemaal nog op me liggen te wachten en hoe de komende week eruit ziet. Om 11.45 haal ik de andere jongens op van school om thuis te komen lunchen. Ze nemen ook nog vriendjes mee; het tosti-ijzer en ikzelf moeten hard werken om het eet-tempo bij te houden.

Als de oudsten weer terug naar school gaan, gaat de jongste slapen en heb ik even gezellig tijd met ons zesjarig zoontje. Als hij in de hut gaat spelen die we deze zomer in de tuin hebben gebouwd, heb ik nog even een kort telefonisch overleg. Daarna is alle tijd voor de kinderen: spelen, naar gitaarles, voetbal- en hockeytraining, ondertussen koken. ’s Avonds werk ik aan een manifest dat we met een aantal Europese filosofen schrijven over de impact van informatietechnologie op de samenleving; we komen om de maand in Brussel bij elkaar, maar de afgelopen keer was ik verhinderd en het blijkt een aardige klus om weer aan te haken bij het proces. Dus Pauw en Witteman zit er niet meer in.

Zaterdag

Om 6 uur sta ik op om nog even te werken aan het artikel dat nog steeds af moet, met een heerlijke cappuccino aan de keukentafel. Heerlijk, zo’n rustige weekendochtend zonder school die om 8.30 begint. Na het ontbijt snel naar de markt voor verse sinaasappels en groente, en dan splitsen we ons in twee groepjes voor een voetbalwedstrijd, een hockeywedstrijd, pianoles en zwemles. De zaterdagmiddag is lekker rustig: er waaien wat vrienden aan, we doen wat boodschappen. We koken lekker uitgebreid, en hebben een gezellige avond. Op zaterdagavonden wordt er in principe niet gewerkt.

Zondag

Vandaag naar het Openluchtmuseum in Arnhem, met mijn zus en haar gezin. Heel gezellig om weer eens bij te praten, en ondertussen dit mooie museum te bekijken. Als de kinderen in bed liggen, begint de nieuwe werkweek. Morgen moet ik naar omroep HUMAN om te praten over een idee voor een wetenschapsprogramma dat vanuit De Jonge Akademie is ontstaan; dat gesprek moet ik voorbereiden. Daarna doe ik nog een klus voor een boek dat ik met een Delftse collega heb geredigeerd, over de morele lading van technologie. Er is een nagekomen hoofdstuk dat we nog mogen invoegen van de uitgever, zodat het naar de reviewers kan; ik moet daarvoor nu ook het inleidende hoofdstuk aanpassen. Dat gaat redelijk vlot. En daarna rond ik dan eindelijk het artikel af dat al de hele week achter me aan sleept.


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken