De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 19: dagboek van Jeroen Geurts (deel 1)

28 januari 2013

Weekdagboek van een wetenschapper: Jeroen Geurts (Vrije Universiteit medisch centrum) van 14 tot en met 20 januari 2013. Jeroen doet onderzoek naar neurodegeneratieve aandoeningen en cognitieve stoornissen.

Maandag

Vijf voor half negen alweer. Met rasse schreden loop ik de medische faculteit van de VU binnen. Ik knik nog even naar de portier in uniform en laat een groepje geanimeerde studenten passeren, terwijl ik op mijn telefoon de vers binnengekomen mailtjes screen. Geen urgente berichten deze ochtend. Ik loop snel door naar mijn geliefde werkkamer. Al ben ik reeds in 2010 verhuisd naar de afdeling  Anatomie & Neurowetenschappen, nog elke dag geeft het een warm gevoel om mijn kamer met vintage interieur binnen te treden. De sfeer doet een klein beetje denken aan de New York Public Library, maar dan op vijfentwintig vierkante meter; twee leren kuipstoeltjes, een antiek houten tafeltje met groen leer op het blad, twee groene bibliotheeklampen en een groot donkerhouten bureau in een winkelhaak-opstelling. En ja, ‘beauty is in the eye of the beholder’. Planten heb ik wel gehad (orchideeën zelfs), maar die hebben al snel het loodje gelegd en ik heb het niet opnieuw geprobeerd. Achter mijn bureau hangt een ingelijste zwart-wit foto van New York uit de jaren ’30. Daarnaast een schilderijtje van een man die met een klein meisje aan de hand loopt. Dat schilderijtje heb ik gekregen van een promovenda, die dat toepasselijk vond: ook zij werd immers aan de hand meegenomen (door mij ditmaal) in het wetenschappelijk onderzoeksveld. Call me sentimental, maar dat schilderijtje blijft er hangen tot het einde der tijden. Aan de andere muur een white board, naast mijn boeken, en een ingelijste collage met foto’s van congressen en groepsuitjes door de jaren heen. Gekregen van mijn onderzoeksgroep voor mijn verjaardag. Hilarische collectie foto’s die menigeen doet stilstaan om even te kijken naar al die maffe wetenschappers.

JeroenGeurtsdagboek2.jpg

Ik ben een beetje moe. Heb het weekend doorgewerkt in Leusden, waar ik een opleiding tot filosofisch practicus volg. Dat is een fantastische verdieping van mijn kennis. Ik ben gek op filosofie. Ik pluis, al naar gelang de vraag die me bezig houdt nu eens de ene dan weer de andere wijsgeer of wijsgerige stroming uit. Maar soms wordt het vak voor een niet-intimus erg abstract. De onderwerpen lijken zich dan soms te verliezen in details die mijn interesse overstijgen. Is de klasse van klassen die niet lid is van zichzelf nou eigenlijk lid van zichzelf? Dat soort. Een leuke exercitie natuurlijk, maar mijn voeten raken na een tijd de grond niet meer en dan snak ik naar een toepassing. De practische filosofie biedt dat juist wel: een probleem wordt centraal gesteld en er kan uit verschillende filosofische bronnen of stromingen worden geput bij het zoeken naar een oplossing.

Ik check mijn emails nu in meer detail. Goed nieuws en slecht nieuws. Een artikel dat ik samen met collega’s uit Buffalo, New York, en twee van mijn eigen promovendi schreef is geaccepteerd na revisie, maar helaas is een van onze ingediende beursaanvragen afgeketst. Ik baal even. Zo gaat het nu eenmaal in de wetenschap. Soms moet je een tijdje leuren met je ideeën. Ondertussen staan nog andere pannetjes op het vuur. Better luck next time. Er wordt af en toe geklopt voor kort overleg of het bekijken van een weefselcoupe (dat is vakjargon voor een dun plakje hersenen) onder de microscoop. Ik krijg een kop koffie en ik neem op mijn iPad de stukken door voor de eerstvolgende vergadering. Het is een financieel overleg, waarbij de lopende projecten worden besproken. Ik had vroeger een hekel aan financiën, maar heb er eigenlijk steeds meer schik in gekregen. We zijn in een uurtje klaar. Ik bedenk dat ik nog een bericht moet twitteren voor Brein in Beeld, de stichting die ik samen met twee collega’s heb opgericht en die zich sterk maakt voor vertaling van wetenschap naar de maatschappij en voor interdisciplinariteit binnen de academie. De tweet betreft de aankondiging van de Art of Neuroscience prijs van de KNAW, die Brein in Beeld dit jaar mede mag organiseren. Ik twitter het berichtje tijdens de rondvraag (ik had er geen).

Terug op mijn kamer een snel belrondje: we gaan samenwerken met een farmaceutisch bedrijf en ik wil de opzet van de studie even doorspreken met mijn collega’s van de neurologie. Ook kort overleg met P&O over een aantal personele problemen en een inschatting maken van een conflict dat zich voordoet binnen een onderzoeksprogramma dat ik leid (ik zal er hier niet teveel over zeggen). Een van mijn senior onderzoekers klopt aan en ik wenk haar binnen, we gaan de laatste versie van haar onderzoeksaanvraag bespreken. Ik rond het laatste telefoontje af, we nemen een kop Nespresso en gaan aan de slag. Tijd voor lunch is er niet. Ik neem een broodje mee naar de volgende vergadering waar resultaten worden gepresenteerd door een van mijn promovendi. Hij heeft een enorme hoeveelheid data verwerkt tot nette plaatjes en grafieken. Als ik naar zijn presentatie zit te kijken voel ik trots. Hij komt er wel. Wat is het toch mooi om mensen zo te zien groeien in hun onderzoek. Er volgen nog twee gesprekken die beide uitlopen, waardoor mijn secretaresse me komt melden dat ik toch echt mijn gezicht moet laten zien bij mijn laatste afspraak. Daarna krijg ik nog een lijstje van mensen die hebben gebeld. Ik ga op weg en bel mobiel on the go. In de avond handel ik na het eten nog wat papierwerk af en beantwoord de e-mails waar ik niet aan toekwam. Ik plof op de bank en zet ‘Borgen’ aan op tv (een Deens politiek televisiedrama). Het is niet saai, maar het was een drukke dag en ik val pardoes in slaap. Prima dagje.

Dinsdag

Midden in de nacht. Ik word wakker van een harde klap en strompel slaapdronken naar de keuken waar een van onze katers in het keukenkastje is gekropen en de pot chocopasta naar beneden heeft gedonderd. Zijn manier om aan te geven dat hij wil eten. Normaliter springt hij in het gordijn, maar mijn toga hangt daar sinds kort voor en omdat hij die laatst met hetzelfde gebrek aan respect dreigde te behandelen, heb ik zijn nagels geknipt. Dit is zijn wraak. Ik geef hem eten en maak koffie. We wonen 15-hoog en de opkomende zon is fel oranje boven de ArenA; een prachtig gezicht.

JeroenGeurtsdagboek1.jpg

Ik begin de dag met een vergadering van de examencommissie van de masteropleiding Neuroscience. Deels is dat heel praktisch; binnengekomen verzoeken van studenten die goed- of afgekeurd moeten worden en deels is de vergadering ook meer strategisch van aard. We zijn een officiële research master nu. Dat wil zeggen dat we opnieuw moeten gaan nadenken over bepaalde kwaliteitseisen. Ik vind ook dat er meer aandacht moet komen voor ‘transferrable skills’: presenteren, discussiëren, ‘pitchen’. Dat laatst betekent een idee kort en krachtig voor het voetlicht brengen. Bovendien moet een goede wetenschapper zich ook goed staande kunnen houden in een debat.  Het akkefietje binnen het onderzoeksprogramma is nog niet opgelost en een collega komt verhaal halen: wat denk ik hiertegen te gaan doen? Ik wil er nog even niks tegen doen. Eerst de emoties laten bekomen. Dan praten.

Ik heb een belafspraak met een buitenlandse neurobiologe die graag bij ons wil komen werken. Ik heb geen financiering voor haar beschikbaar en kan haar salaris dus niet betalen. Maar ze wil zelf een subsidie proberen te verkrijgen en ik maak een plan met haar. Wat zou het gaaf zijn als ze kan komen! Een substantiële aanvulling van een van de onderzoekslijnen waarin ik wil investeren. Geweldig dat ze naar fondsen wil zoeken; ik kan het niet meer allemaal zelf doen. Ik heb een afspraak met de Raad van Bestuur van het VUmc en bereid daarna mijn avondvergadering voor. Ik ben lid van een steering committee voor een farmaceutische partner en ik geef o.a. advies over een te organiseren nascholingscyclus voor neurologen.

Woensdag

Een belochtend. In mijn agenda staat een hele rij met namen en telefoonnummers. Allereerst bel ik met mijn collega’s uit Londen over een gezamenlijk project en een gezamenlijke onderzoeker. Alles gaat goed, de eerste resultaten laten nog even op zich wachten, maar de voorbereidingen zijn in volle gang. Mijn Engelse collega nodigt me uit om te opponeren bij de verdediging van haar promovenda in maart. Dat doe ik graag. Al duren die Engelse verdedigingen drie uur en ik heb de meeste van haar stukken al gezien als referent van het tijdschrift waar ze haar artikelen heen heeft gestuurd voor publicatie. Maar dat kunnen zij niet weten (dit soort reviews zijn anoniem) en ik vind het een mooie gelegenheid om elkaar weer even face-to-face te spreken.

Ik maak een afspraak met de fysiotherapeut voor mijn nek en bespreek mijn volgende trip naar Canada met de secretaresse (ik ga daar tweemaal per jaar heen vanwege een deeltijdaanstelling). Ik zet nog een aantal zaken uit bij P&O (oh oh, die zijn nog steeds niet geregeld bedenk ik nu) en ik loop even binnen bij de postdoc kamer voor een update. Met een broodje ga ik achter mijn computer zitten, met de bedoeling om twee reviews voor tijdschriften af te ronden en een stuk van mijn eigen promovendus te reviseren. Na vijf interrupties sluit ik de deur aan de binnenkant en werk ik muisstil verder. Dat doe ik soms: me verstoppen. Werkt heel goed. Ook nog even naar mijn inaugurele rede gekeken. In de kerstvakantie geschreven met heel veel plezier en toen even laten liggen. Ik ben tevreden, het wordt wel wat op 19 maart. Ik lees de berichten van de Jonge Akademie over het Nederlandse wetenschapsbeleid met stijgende verbijstering: de Duitse beleidsmakers investeren zoveel verstandiger in kennis dan de Nederlanders. De volgende ledenvergadering van de Akademie is aan het eind van de maand. Ik kan niet wachten.

Lees ook deel 2


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken