De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 14: dagboek van Mirjam Leunissen (deel 2)

7 oktober 2013

Deel 2 van het weekdagboek van een wetenschapper: Mirjam Leunissen van 29 november tot zondag 2 december. Mirjam Leunissen doet onderzoek naar eigenschappen van collecties van zwakke bindingen in zachte materialen en hun effect op zelf-organisatieprocessen en materiaaleigenschappen.

Donderdag 29 november

Vandaag begint met het vaste wekelijkse overleg met een van de promovendi, eigenlijk een soort één-op-één voortzetting van de maandagse werkbespreking. Meestal zijn we met een half uurtje wel klaar. Andere vaste prik op donderdag is de koffiepauze waarbij de directeur mededelingen doet voor het hele instituut. Nieuwe medewerkers worden voorgesteld en vertrekkende medewerkers verbaal uitgezwaaid.

Daarna buig ik me over het commentaar van de ‘interne reviewer’. Elk manuscript wordt eerst gelezen door een collega-groepsleider, de interne reviewer dus, voordat het naar het tijdschrift gaat. Deze kwaliteitscheck levert meestal wel een paar puntjes van verbetering op, maar deze keer is het gelukkig niet veel. Ik moet alleen in de eerste paragraaf iets minder hard ‘met knuppels gooien’. Na aanpassing stuur ik het manuscript voor een allerlaatste check naar mijn co-auteur in Cambridge. Samen hebben we een kort overzichtsartikel geschreven, waarin we een veertigtal recente artikelen van anderen becommentariëren en in context plaatsen. Het was behoorlijk wat leeswerk, maar wel leuk om te schrijven. Er is wat meer ‘artistieke’ vrijheid dan in een artikel met nieuwe onderzoeksresultaten. En om dezelfde reden gaf ook het tekenen van de schematische illustraties voor dit artikel me veel voldoening.

‘s Middags bespreek ik ook nog met een promovendus het manuscript waar hij mee bezig is. We hebben een goed idee van welke metingen nog een keer herhaald moeten worden en hopelijk kunnen we alles nog voor de kerst afronden en insturen.

Tussendoor zijn er nog een paar uurtjes over voor mijn simulatie data en een discussie tijdens de lunch over het stellen van vragen bij lezingen. Jonge wetenschappers hebben hier vaak moeite mee en aanmoedigingen lijken niet veel te helpen. Soms remt de zogenaamde status van de spreker hen of ze zijn bang een ‘domme’ vraag te stellen. Maar moet je als wetenschapper niet juist de schaamte voorbij en je nieuwsgierigheid de vrije loop laten? Fouten durven maken en je creativiteit niet laten onderdrukken door vage sociale concepten? Terug naar het kind-zijn?

‘s Avonds dringt zich tijdens het hardlopen bij mij de gedachte op dat we niet voor niks het wiel uitgevonden hebben. Ik moet duidelijk nog mijn ritme vinden. Ook de magnetron is niet voor niks uitgevonden, want daar gaat de tweede helft van het eten van gisteravond in. Daarna mediteer ik en probeer ik tevergeefs de photo gallery op mijn persoonlijke website te fixen, nadat deze vorige week gedeeltelijk gecrashed was. Ik werd hier vandaag aan herinnerd door een uitnodiging om op te treden als jurylid bij een fotocompetitie van de Europese Jonge Akademies. Het is bedoeld als een manier om nieuwe contacten te leggen en omdat ik enthousiast fotografeer als hobby doe ik hier graag aan mee. Hopelijk levert het naast contacten ook mooie plaatjes op.

Vrijdag 30 november

Vandaag verschijnt het boek van sociaal psycholoog en wetenschapsfraudeur Diederik Stapel. Dat ga ik dus niet lezen. Misschien wel door dit citaat in de krant: “Applaus is een blijk van erkenning. Het betekent dat je de moeite waard bent.” Heeft hij met zijn boek en zelfbenoemd meesterschap in de fraude een nieuwe manier gevonden om applaus te oogsten? Zo ja, dan is het erg jammer – niet in de laatste plaats voor hemzelf – dat hij niet van zijn fouten heeft geleerd en zijn gevoel van eigenwaarde nog steeds ophangt aan het applaus van anderen.

Maar eigenlijk is iedereen schuldig. De Stapels omdat ze oprechte collega’s schade berokkenen en wetenschappers in hart en nieren teleurstellen – ik was net over de deceptie heen die Lance Armstrong heette. Het vakgebied sociale psychologie omdat het zijn zaakjes zo slecht op orde heeft. De media die het geval gelijk extrapoleren naar de hele wetenschap, inclusief de vakgebieden die het wel goed geregeld hebben. En alle wetenschappers plus de maatschappij die wetenschap topsport noemen en overal steeds meer een prestatiecultuur van maken waarin goden vereerd worden. Wat is het een verarming als dit de oprecht geïnteresseerden in de verdrukking brengt!

Juist daarom heeft het geen zin om nu de hele wetenschap bij voorbaat dicht te timmeren met allerhande regelgeving. Elk vakgebied zal zelf kritisch moeten bekijken hoe het de wetenschappelijke methode kan waarborgen en hoe het adequaat kan reageren op fraude. En mocht het wat weggezakt zijn, laten we dan de methode en ethiek van de wetenschap meer expliciet onderwijzen. Fraude begint immers subtiel. Het is een menselijk trekje om de dingen mooier voor te stellen dan ze zijn. Het begint bij de vakantiefoto’s en als je je er niet bewust van bent dan eindigt het wellicht met een voorkeur voor resultaten die je vooringenomen ideeën bevestigen.

Terwijl Diederik de boekhandels verovert, speur ik deze ochtend mijn archieven af naar een experimenteel protocol van een Amerikaanse promovendus die hier vorige zomer een aantal maanden te gast was. Een van de promovendi zet nu haar experimenten voort, terwijl we druk heen en weer emailen over details en planning. Het is de bedoeling dat we alles begin januari op papier hebben staan voor een speciale tijdschrift uitgave, maar met de kerst er tussenin begint de tijd nu toch wat te dringen.

Mijn collega in Cambridge laat me weten dat hij tevreden is met de laatste wijzigingen aan ons overzichtsartikel en dat gaat dus vandaag nog de virtuele deur uit. Helaas wel tergend langzaam, want de website van het tijdschrift verslikt zich in de Venezolaanse achternaam van mijn mede-auteur. Het kost me een uur.

Daarna stort ik me weer op de simulatie data. Tot dusver ziet het er veelbelovend uit, maar om de eerste voorzichtige conclusies te kunnen trekken zal ik moeten wachten op de volgende dataset. Dat vergt nog een paar dagen rekenen. Gelukkig werkt het computercluster in het weekend gewoon door, terwijl ik om half zes lekker naar huis ga, mediteer en dan gezellig met vriendinnen bij een Indiaas restaurant in de buurt ga eten.

Zaterdag en zondag (1&2 december)

In het weekend staat de wekker uit en begin ik, net als op andere dagen, met een ontbijtje en de NRC headlines, alleen neem ik er nu lekker ruim de tijd voor. Op zondag heb ik met een oom en tante afgesproken die ik zo’n paar keer per jaar zie. Het plan was om door de Castricumse duinen te gaan wandelen, maar met al het water dat uit de lucht is komen vallen zou dat eerder een soort modderbad worden. Dus gaan we in plaats daarvan gezellig borrelen en koken.

De continue regen op zaterdag vormt trouwens wel een goed décor voor het uitwerken van mijn karige dagboekaantekeningen, wat me toch wel de nodige uurtjes kost. Normaalgesproken werk ik niet in het weekend, maar mijn man is er nu toch niet en eigenlijk vermaak ik me wel met deze semi-literaire uitspatting. Tussendoor doe ik wat krachtoefeningen, draai ik een wasje en glip ik op een droog moment naar buiten om boodschappen te doen. En dan lekker op de fiets veertig kilometer door de Provence toeren. Achter de bergen schijnt de zon…

 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken