De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 14: dagboek van Mirjam Leunissen (deel 1)

7 oktober 2013

Deel 1 van het weekdagboek van een wetenschapper: Mirjam Leunissen van 26 november tot woensdag 28 november. Mirjam Leunissen doet onderzoek naar eigenschappen van collecties van zwakke bindingen in zachte materialen en hun effect op zelf-organisatieprocessen en materiaaleigenschappen. Deel 2 beslaat donderdag 29 december tot zondag 2 december.

Maandag 26 november

Ik ben een vrouw in de wetenschap. Daarbuiten overigens ook, maar vanavond zal het thema ‘vrouwen in de wetenschap’ zijn, bij een discussie-bijeenkomst van de KNAW. Nu zijn binnen & buiten de wetenschap best sterk verstrengeld, en dan ook nog eens met het leven van mannen, maar daarover vanavond dus meer.

Vandaag begint eerst wat gemoedelijker dan anders, omdat de wekelijkse werkbespreking met mijn groep van 9.00 naar de middag is verschoven en ik de wekker een half uurtje later dan normaal heb staan. Dat laatste omdat ik gisteren een laat avondje had met Bond… James Bond. Toegegeven, niet ‘in person’, maar ik heb me toch vermaakt. En mijn man ook, hoewel het zeker niet de beste Bond-film allertijden was. Hij is theoretisch natuurkundige bij de VU en vertrekt vandaag voor twee weken naar Boston, om samen te werken met collega-wetenschappers aldaar.

Vanuit het Amsterdamse centrum is het zo’n 20 minuten fietsen naar natuurkundig onderzoeksinstituut AMOLF in Watergraafsmeer – een goed moment om wakker te worden. Met een warm bakkie thee erbij lees ik mijn email en gooi die daarna, net als op alle andere dagen, voor de komende paar uur uit. Door mijn email alleen te checken rond pauzes en andere onderbrekingen kan ik veel ongestoorder werken.

Deze ochtend is de enige onderbreking het wekelijkse, instituuts-brede colloquium. Als eindverantwoordelijke is het mijn taak om nationale en internationale sprekers op het gebied van de nanofotonica, biofysica, fysische chemie en natuurwetenschappen in het algemeen uit te nodigen en te koppelen aan een AMOLF-groepsleider die als ‘gastheer’ optreedt. Vandaag ben ik niet zelf gastheer (v) en kan ik de lezing volgen zonder verder iets te hoeven doen. Eigenlijk zijn dit soort lezingen een soort voortgezet onderwijs. Het verruimt je blik buiten je eigen specifieke onderzoeksonderwerp en levert soms hele nieuwe inspiratie en inzichten op.

Ook de lunchpauze kan inspirerend zijn. Ik lunch met mensen van mijn en andere groepen in de AMOLF-kantine en vandaag hebben we een smakelijke discussie over eten en sport. Wist je bijvoorbeeld dat je net zoveel langer leeft als dat je gesport hebt? Dat uur extra aan het einde van je leven was je dus eerder aan het afzien. Misschien niet zo’n goede investering als je een hekel aan zweten hebt, maar wel goed nieuws als je eerder dacht dat sport ‘verloren’ tijd was.

Na de lunch heb ik een tweetal overleggen over de meetopstelling die we voor onze experimenten aan het bouwen zijn. We hebben een microscoop gekocht, die we nu zelf verder uitrusten met een lasercircuit, temperatuurcontrole en uitermate precieze verplaatsingsmodules, zodat we er uiteindelijk heel nauwkeurig kleine krachten mee kunnen meten. De grote kracht van AMOLF is de uitgebreide technische ondersteuning, met afdelingen voor optica, electronica, software en mechanica. Hierdoor kun je experimenten doen die elders veel moeilijker te realiseren zijn. Het vergt echter wel een hoop technische probleemoplossing en coördinatie tussen de diverse betrokkenen, dus vandaar deze twee overleggen die samen wel anderhalf uur duren. En dan hebben we er vrijdag nog zo een…

MirjamLeunissenFotoB200.jpgMirjamLeunissenFotoA200.jpg

 Foto's: de experimentele opstelling waarmee we hele kleine krachten gaan meten.

Om 16.00 is het tijd voor de uitgestelde werkbespreking met de twee Nederlandse promovendi (m) en de Duitse postdoc (v) die met mij aan het experimentele onderzoek werken. Vragen die mij bezighouden zijn bijvoorbeeld hoe zelf-organisatie kan leiden tot zoiets complex als het menselijk lichaam. Of hoe ons immuunsysteem zieke cellen herkent en of we zo ook medicijnen naar tumoren kunnen sturen. Om inzicht te krijgen in de achterliggende natuurkundige principes gebruiken we sterk vereenvoudigde modelsystemen, die we heel gericht kunnen variëren en bestuderen. Microscopisch kleine bolletjes met korte stukjes synthetisch DNA op hun oppervlak vertellen bijvoorbeeld iets over zelf-organisatieprocessen waarin zwakke bindingen continu vormen, breken en reorganiseren.

MirjamLeunissenFotoC200.jpg

Foto: microscopisch kleine bolletjes met synthetisch DNA op hun oppervlak, hier zichtbaar als rood- en groenfluorescente schilletjes.

Natuurlijk zou je je het liefst alleen met de grote vragen bezighouden, maar uiteindelijk gaat er ook heel veel tijd zitten in het oplossen van allerlei praktische problemen die een goed experiment in de weg staan. De werkbespreking is dan ook vooral bedoeld om elkaar te helpen. In een informele discussie vertelt iedereen wat hij/zij de afgelopen week gedaan heeft en welke nieuwe inzichten zijn verkregen of welke problemen er zijn gerezen. Als toetje kijken we tenslotte ook nog even kort naar recent verschenen artikelen van anderen die voor ons onderzoek relevant zijn. En dan gaat ieder weer zijn eigen weg. Mijn eigen weg is een computer simulatie project waar ik vandaag tussen de andere bedrijven door een paar uurtjes aan werk, maar daarover morgen meer.

Een stevige discussie voer je niet op een lege maag, dus gaat de bijeenkomst van leden van de KNAW en De Jonge Akademie deze avond vergezeld van een smakelijke Thaise maaltijd. Ondertussen praat ik met 9 andere wetenschappers (m/v) over ‘vrouwen in de wetenschap’. Is dat een probleem dan? Feit is in elk geval dat het percentage vrouwen in de hogere posities niet overeenstemt met het percentage vrouwen dat afstudeert en promoveert. Dat ze minder verdienen voor hetzelfde werk. En er blijkbaar ook nog van beschuldigd worden carrière te maken over de rug van hun kroost, als ik zo eens naar mijn vrouwelijke tafelgenoten met kinderen luister. De ‘tafelvaders’ hebben dit verwijt nog nooit gekregen.

MirjamLeunissenFotoD300.jpg

Foto: discussie over ‘vrouwen in de wetenschap’ bij de KNAW (ik sta achter de camera)

Maar het is geen probleem van de wetenschap alleen. Het is een afspiegeling van de Nederlandse maatschappij, waarin slechts 42% van de vrouwen financieel onafhankelijk is, papadagen stoer in plaats van gemeengoed zijn en leiderschapskwaliteiten als uitermate mannelijk bestempeld worden. Een recent boek dat ik iedereen kan aanraden (‘Het idee m/v’) laat zien dat de indoctrinatie met man/vrouw rolpatronen al bij je geboorte begint. En dat dit een sterke weerslag heeft op de keuzes die je later in je leven maakt, als dat dan überhaupt nog je eigen keuzes zijn. In de wetenschap is het resultaat dat vrouwen zichzelf onderwaarderen en onterecht afzwaaien en dat commissies die alleen uit mannen bestaan – wat tot voor kort vaak het geval was – de voorkeur aan mannelijke kandidaten geven, ook als ze niet objectief beter zijn.

Dit is wetenschappelijk aangetoond, maar moet je hier nu ook actief iets aan doen? Persoonlijk ben ik van mening dat je iedereen gelijke kansen moet bieden en onnodige belemmeringen moet tegengaan, hoe subtiel ze ook zijn. Dan zie je vanzelf wel op welke man/vrouw mix je uitkomt. Maar er zijn ook economische argumenten om het percentage vrouwen op te schroeven. Organisaties met een grotere diversiteit in hun personeelsbestand blijken productiever te zijn. En het is een enorme verspilling van geld en talent wanneer hoogopgeleide vrouwen ineens buiten de arbeidsmarkt vallen.

Nu zou je quota en sancties kunnen instellen, maar als dat niet goed doordacht gebeurt dan is de kans op kwaliteitsverlies en reputatieschade groot. “Ze is alleen aangenomen omdat ze t*** heeft…” Je kunt diversiteit – van mannen, vrouwen, autochtonen, allochtonen en anderen – ook op andere manieren stimuleren. Bijvoorbeeld door flexibeler te staan tegenover niet-standaard carrièrepaden en door een grotere diversiteit in functies te bieden. Nu is hoogleraar aan het hoofd van een (grote) onderzoeksgroep bijna het enige mogelijke eindstation. Daarnaast concludeert ‘onze tafel’ vanavond dat persoonlijke stimulatie en rolmodellen een ontzettend belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de motivatie van nieuwkomers. Hier kan iedereen iets aan doen, zonder dat je het hele systeem op zijn kop hoeft te zetten.

Een andere conclusie die ik trek uit deze drie uur discussie is dat ik het blijkbaar nog betrekkelijk makkelijk heb als wetenschapsvrouw zonder kinderen. Bij thuiskomst kan ik ongestoord een half uurtje mediteren en lees daarna in bed nog een paar hoofdstukken in een roman.

Dinsdag 27 november

Vandaag werk ik aan mijn computer simulaties van lange, flexibele ‘polymeer’ moleculen die aan herkenningsgroepen op cellen binden. Ik probeer minstens twee dagen per week nog echt mijn eigen onderzoek te doen in plaats van anderen te begeleiden, te vergaderen, lezingen te geven of onderzoeksvoorstellen en artikelen te schrijven. In de zomer heb ik in het lab gewerkt en onlangs heb ik de simulaties weer opgepakt waaraan ik eind 2010 begonnen was, nog voor de start van mijn onderzoeksgroep. Omdat ik hier nu nog maar sporadisch de tijd voor heb, ben ik pas net klaar met programmeren en weet ik eigenlijk nog steeds niet zeker of hier nu echt iets interessants uit gaat komen of dat ik op een dwaalspoor zit. Een kwestie van lange adem dus… Vandaag haal ik een eerste dataset binnen van het computercluster, spannend! Het binnenhalen gaat langzaam en ondertussen lees ik diagonaal door de email alerts van de grote tijdschriften om te zien of er nog interessante artikelen verschenen zijn.

MirjamLeunissenFotoE200.jpg

Foto: snapshot van de computer simulaties van lange polymeermoleculen die aan een oppervlak binden – de uitdaging is om uit grote hoeveelheden data de essentie te destilleren.

Toen ik na jaren van experimenteren voor het eerst een computer simulatie deed, kwam ik er direct achter dat beide technieken hun eigen knelpunten kennen. Bij experimenten is het hard zwoegen om een paar datapunten te krijgen, die vaak ook nog grote foutenmarges hebben. Met simulaties produceer je in een handomdraai enorme hoeveelheden prachtige data, maar hoe extraheer je daaruit de essentie, de achterliggende natuurkunde? Het begint al met het kiezen van het juiste abstractie niveau: wat is de minimale set eigenschappen die je in je model moet stoppen om er het juiste gedrag uit te krijgen? Je kunt ook gedurende een milliseconde elk detail van de wereld om je heen op de computer reproduceren, maar daar leer je meestal weinig van. Simulaties geven me dus echt een ander perspectief op de wetenschappelijke vragen en dat is nuttig. Bovendien kan ik er in verloren uurtjes aan werken, terwijl experimenten meestal een hele dag in één keer vergen.

De dag wordt deze keer opgebroken door de ‘biomeeting’, het redigeren van een persbericht en een technische vraag van de software engineer die met onze experimentele opstelling bezig is. De biomeeting is een twee-wekelijkse bijeenkomst van alle biofysica-georiënteerde groepen binnen AMOLF, waarbij de promovendi en postdocs over hun onderzoek vertellen. Het is een internationale mierenhoop: vandaag zijn er presentaties van een Taiwanees, een Fransman en een Nederlander. Terwijl zij hun presentatieskills kunnen oefenen, is het voor mij een goede gelegenheid om te zien wat er allemaal gedaan wordt en waar eventuele raakvlakken liggen.

De software engineer heeft vragen over de implementatie van een stuk beeldverwerkings-software, die we met wat brainstormen op het whiteboard grotendeels kunnen ophelderen. Eigenlijk is het opmerkelijk: computers zijn veel sneller dan menselijke hersenen, maar je hebt heel wat regels programmeertaal nodig om een computer een visueel patroon te laten herkennen. Wij zien dit soort dingen in een oogopslag. Respect voor het menselijk brein dus!

MirjamLeunissenFotoG200.jpg
Foto: typisch microscopieplaatje waarvoor we beeldverwerkings software schrijven – hoe laat je de computer precies het midden van het ringenpatroon vinden?

Het persbericht gaat over een onderzoeksvoorstel dat ik net samen met collega’s gehonoreerd heb gekregen. Samen met een andere recente toekenning betekent dit dat ik nu 3 vacatures heb en de pen voorlopig kan neerleggen. Desondanks maak ik me wel zorgen over de toekomst van het financieringssysteem. Met krimpende budgetten wordt de kans op succes in de competitie om onderzoeksgelden (nog) kleiner en gaat er dus meer tijd verloren aan het indienen van voorstellen. Bovendien lijkt het soms wel alsof het binnenhalen van zo’n beurs al als een wetenschappelijk succes geldt, terwijl het onderzoek dan nog gedaan moet worden. En dan is er ook nog de neiging om het geld te concentreren bij de mensen die eerder ook al succesvol waren en die zichzelf het beste kunnen ‘verkopen’. Isaac Newton zou in zo’n competitie hopeloos zijn afgegaan, observeerde de NRC op 29 september jongstleden.

Bij de lunch vandaag komt er ook nog een andere, heel praktische zorg voorbij. Er zijn plannen om een oud bunkercomplex vlakbij AMOLF te slopen. De experimentatoren maken zich zorgen over trillingen die de uiterst gevoelige metingen maandenlang zouden kunnen verstoren. En hoe sloop je eigenlijk een bunker die gemaakt is om tegen explosies bestand te zijn en die recht voor je voordeur staat? Als het maar niet dat bedrijf van de Noord-Zuidlijn is…

Ik laat het openbaar vervoer links liggen en fiets rond zes uur richting huis. Ik doe boodschappen om de hoek bij MarQt, een winkel die schapruimte verhuurt aan lokale en biologische producenten. Niet uit ideologie, maar omdat het een veel prettiger winkel is dan die andere grootgrutter die je overal in A’dam ziet. En waar vind je nu nog aardperen? Voor het koken ga ik echter eerst even twintig minuten hardlopen. Ik ben hier net mee begonnen en hoop het op te bouwen tot een half uur. Het idee is dat ik dan een vorm van lichaamsbeweging heb die wat makkelijker in mijn koffer past dan mijn geliefde racefiets, wanneer ik op reis ben voor werk of vakantie. Na het eten even mediteren en dan met een lekkere Amerikaanse pale ale, een belangrijke ontdekking uit mijn postdoc tijd in NYC, voor de tv en in mijn roman.

Woensdag 28 november

Ik ben een monotasker. Net als 98% van de mensen, zegt onderzoek en bewijzen mobiele telefoons in het verkeer elke dag weer. Ik werk het liefst geconcentreerd en in stilte aan één ding tegelijk. Woensdagen zijn hier ideaal voor, omdat ik dan thuis werk. Het is leuk om vanochtend een berichtje van een New Yorkse collega te lezen die iets vraagt over mijn promotieonderzoek, maar daarna gaat de email weer een tijd uit. Overigens heb ik ook mijn werk- en privé-email gescheiden, voor rustige avonden, weekends en vakanties. Of omdat ik hopeloos ouderwets ben, want ik heb ook al geen smartphone en twitter account. Ik ben bang voor de versnippering van mijn tijd, die sinds mijn overgang van postdoc naar groepsleider continu op de loer ligt.

Vandaag is de tegenactie: heerlijk de hele dag in mijn simulaties graven. De eerste analyse van de data is vooral om te controleren dat de resultaten ‘echt’ zijn en niet het gevolg van programmeerfouten. De mooie plaatjes en grafieken brengen me in de juiste stemming, maar daarna begint het echte werk: kwantificeren en destilleren. Met zulke hoeveelheden data betekent dat ook veel automatiseren en dus programmeren.

Daarna ruim een uur op de racefiets over het eiland Mallorca. Nou ja, virtueel dan, op de indoor fietstrainer. Opmerkelijk hoe makkelijk je brein zich hierbij dan wel weer voor de gek laat houden, want ik wil toch echt nog even dat volgende bergje op mijn beeldscherm pakken! Natuurlijk fiets ik met goed weer liever buiten, maar het thuisvoordeel is dat je er een lekker muziekje bij kunt opzetten. Even douchen en dan met het 8-uur journaal op de achtergrond eten koken. So much for monotasking... Ik sluit de dag af met wat tv en privé-email en een paar bladzijden in bed.

Lees verder: Dagboek Mirjam Leunissen, deel 2

 

 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken