De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 12: dagboek van Antoine Buyse

19 november 2012

Weekdagboek van een wetenschapper: Antoine Buyse (Universiteit Utrecht) van 12 tot 18 november. Antoine Buyse doet onderzoek naar het verband tussen de vrijheid van meningsuiting en de escalatie van gewelddadige conflicten.

Maandag 12 november

Vorige week een paar dagen het voorrecht gehad om in een oud klooster op het Lido in Venetië college te geven (net in de week dat de stad gelukkig even niet overstroomd was). De studenten vertelden dat het klooster nog als decor heeft gediend voor een oude James Bond film – die moet ik zeker nog eens terugkijken. Nu weer met beide benen op de grond in Utrecht begint de dag met email doorwerken.

Ik begin daarna meteen met het voorbereiden van een gastcollege op een middelbare school dat ik vanmiddag moet geven. Vorige week is het niet meer gelukt om dat te doen, maar nu moet ik in een paar uurtjes een aansprekende presentatie over de vrijheid van meningsuiting maken die voor derdeklassers zowel begrijpelijk als boeiend genoeg is. De school waar ik heen ga, het Cygnus Gymnasium in Amsterdam-Oost heeft mij gewonnen als tweede prijs bij een wetenschapswedstrijd die de Jonge Akademie vorig jaar organiseerde. Ik maak een korte powerpoint, waarbij het vooral veel tijd kost om goede illustraties en cartoons te vinden bij het juridische verhaal.

Ik lunch achter mijn bureau om de presentatie op tijd af te krijgen en spoed me naar het station. Op de school heerst de lichte chaos van een aankomende verhuizing, maar ik word heel hartelijk ontvangen. Aan het eind van de dag, het gevreesde zeven uur herinner ik me nog uit mijn eigen schooltijd, krijg ik een volle klas uitgelaten leerlingen voor mijn neus. Tot lichte hilariteit van de scholieren word ik binnengehaald als ‘de gewonnen prijs.’ Hoewel ze zich bij een wetenschapper vast eerder een bioloog of natuurkundige hadden voorgesteld, wordt het een hele leuke les. Ze hebben veel vragen en het gedachtenexperiment waarbij ze als burgemeester van een klein dorpje een omstreden verkiezingsposter moeten goedkeuren of verbieden werkt net zo goed als bij mijn studenten in Utrecht. Het wordt een hele interactieve les! Net als de voorgaande keren dat ik een middelbare school bezocht, groeit mijn bewondering voor de energie van de docenten daar om dag in dag uit hele klassen in het gareel te houden en ook nog kennis en vaardigheden bij te brengen.

Voor de klas op het Cygnus Gymnasium

In de trein lees ik, toepasselijk, een recent arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over het recht op onderwijs. Het is een curieuze zaak waarbij het separatistische staatje Transdnestrië dat door niemand wordt erkend maar wel wordt gesteund door Rusland, hele groepen leerlingen uitsluit van onderwijs in hun eigen taal en alfabet. De school waar ik vanmiddag was had wat huisvestingsproblemen, maar de bedreigingen van leerlingen en ouders en het nagenoeg onmogelijk maken onderwijs te volgen in deze zaak zijn andere koek! Terwijl in het zitje tegenover een meisje het telefonisch uitmaakt met haar vriendje, probeer ik me op de rechtspraak te concentreren.

Terug op de universiteit zet ik me aan een iets te lang uitgesteld taakje: vrijdag mag ik ‘opponeren’ bij een promotie van een voormalige collega. Voor het eerst heb ik dit keer ook in de leescommissie van het proefschrift gezeten. De promotoren hebben alle commissieleden gevraagd vandaag alvast door te geven over welke thema’s we denken vragen te gaan stellen, om teveel overlap tijdens de ceremonie te voorkomen. Omdat het inmiddels alweer een aantal maanden geleden is dat ik het proefschrift heb gelezen, moet ik weer even goed in het boek en mijn eigen aantekeningen duiken om een paar zinnige vragen te verzinnen. Nu maar hopen dat die niet dezelfde zijn als die van de anderen. Dan zoek ik snel de college-aantekeningen van vorig jaar op voor een vak dat morgen weer begint. Ik begin met het bijwerken, maar als de maag teveel begint te rommelen sluit ik af en haast me naar de supermarkt.

Dinsdag 13 november

Na het doornemen van emails ga ik een uurtje sporten: mens sana in corpore sano. Met nieuwe energie lees ik mijn eerste college nog eens door en werk de powerpoint bij. Na een korte maar gezellige lunch met een van de promovendi van het mensenrechteninstituut ga ik naar een van de vele oude gebouwen in de Utrechtse binnenstad waar rechtsgeleerdheid in gevestigd is. Zoals ieder jaar bij dit kleinschalige masterkeuzevak altijd met lichte zorg of er genoeg studenten komen opdagen. De zorg blijkt voor niets: al snel druppelen de studenten een voor een binnen. Tijdens het voorstelrondje blijkt hoe divers deze groep is: bijna evenveel nationaliteiten als deelnemers en afkomstig van vier verschillende opleidingen. Dat maakt het onderwijs altijd ontzettend leuk, vooral omdat je bij mensenrechten altijd kunt vragen hoe iets in het land van afkomst van de student zit. Zo leren de studenten en ik ook weer veel van elkaar. De groep doet actief mee en het college loopt op rolletjes.

Via de mail overleg ik met een onderzoeksmaster-student van wie ik tutor ben. Hij heeft veel en mooie plannen voor projecten, vrijwilligerswerk en stages naast zijn studie. Bij deze groep ambitieuze studenten is het mooi te zien hoe initiatiefrijk ze zijn en tegelijkertijd is het nodig hen af en toe de spiegel voor te houden dat niet álles tegelijk kan. Een andere tutorstudent laat weten dat ze is aangenomen als stagiair bij de permanente vertegenwoordiging van Nederland bij de VN in New York – prachtig nieuws!

’s Avonds komt mijn voormalige kamergenote eten, uit de tijd dat ik nog promovendus was in Leiden. Ze is sindsdien een goede vriendin en het is gezellig als vanouds.

Woensdag 14 november

Vandaag had ik helemaal vrij gehouden van afspraken, omdat er filmopnamen zouden worden gemaakt voor de tentoonstelling over conflict en vrede die volgend jaar in het Universiteitsmuseum zal staan. We zijn als Studie- en Informatiecentrum Mensenrechten, met collega’s van andere faculteiten, nauw betrokken geweest bij de inhoudelijke opzet van de tentoonstelling. Mijn eigen eerdere onderzoek over de dilemma’s rond terugkeer van vluchtelingen en huizenteruggave na oorlogen zal een van de case studies zijn op de tentoonstelling. Een boeiend maar lang proces, dat nog iets langer zal worden omdat ik hoor dat de filmopnamen worden uitgesteld.

De vrijgekomen tijd geeft me de gelegenheid om mijn weblog bij te werken. Sinds meer dan vier jaar nu houd ik een blog bij over het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Omdat het een beetje voelt alsof je je eigen schoolkrant maakt, is het ontzettend leuk om te doen. Nieuwe jurisprudentie, publicaties over het thema of relevante politieke ontwikkelingen: ik probeer het zo goed mogelijk bij te houden. Inmiddels wordt het gelukkig zo veel gelezen dat collega-wetenschappers en praktijkjuristen me ook spontaan informatie opsturen. Vandaag plaats ik een kort stukje over de aankomende hervormingen die het werk van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens effectiever moeten gaan maken, met links naar allerlei documenten.

Mijn mensenrechtenblog

Daarna werk ik wat kleinere klusjes af die nog op mijn ‘to do’-lijstje stonden: een pagina voor een afscheidsboekje van een collega die bijna gaat promoveren – ik maak iets vrolijks over eekhoorns en Franse films. Ik zet de precieze formulering op papier van de twee vragen die ik vrijdag bij de promotie van een andere collega ga stellen. En ik lees wat Europese jurisprudentie bij: in de stortvloed aan arresten die wekelijks uitkomen is het lastig nog enigszins het overzicht te houden.

De rest van de dag besteed ik aan het bestuderen van twee artikelen die we maandag gaan bespreken in het leesgezelschap mensenrechten. Dat is een klein groepje mensenrechten-afficionados uit Leiden, Rotterdam, Nijmegen en Utrecht dat elke twee maanden bijeenkomt om literatuur uit het vakgebied te bespreken. Het is altijd een oase: inspirerende en informele discussies over inhoud. Er geldt namelijk maar een regel: het mag niet gaan over alle besognes van het universitaire werk en daarmee lijken alle administratieve zorgen altijd ver weg tijdens die twee fijne uurtjes.

’s Avonds gaan mijn vriend en ik bij mijn (inmiddels niet meer zo) kleine broertje in Leiden eten, die net een maand op kamers is. Met het bord op schoot eten doet herinneringen terugkomen aan mijn eigen studententijd.

Donderdag 15 november

Na een uurtje sporten ga ik naar het instituut. Tussen het doorwerken van emails door besteed ik een deel van de ochtend, met onze zeer behulpzame secretaresse, aan een zoektocht naar een collegezaaltje. De Faculteit Geesteswetenschappen, waar ik ook een vak geef, heeft namelijk besloten een open dag voor scholieren te organiseren en daarvoor alle grotere onderwijszalen te reserveren. Zo heb ik opeens geen locatie meer voor mijn onderwijs. Een alternatief wordt niet geregeld – de universitaire bureaucratie is soms werkelijk ondoorgrondelijk. We zoeken dus maar zelf naar alternatieven en na een speurtocht waarbij we zelfs theaterzaaltjes overwegen, lukt het uiteindelijk een plaats te vinden op de Uithof-campus in Utrecht-Oost. Met excuses bericht ik de studenten dat ze voor een keertje iets vroeger uit bed moeten om naar deze andere locatie te komen.

’s Middags overleggen we met een groepje onderzoekers en ondersteuners over een project over burgerschap waarvoor net subsidie is toegekend. We zijn blij met de toekenning, maar het bedrag is veel kleiner dan aangevraagd. We brainstormen over hoe we het project in kleinere vorm wellicht toch nog kunnen uitvoeren. Daarna plaats ik nog een kort berichtje op mijn blog over de nieuwe zoekmachine handleiding voor jurisprudentie die het Europees Hof voor de Rechten van de Mens online heeft gezet. Ik kan het niet laten om ook even op de bezoekersteller te kijken: al meer dan 360 pageviews vandaag uit 54 landen!

Aan het eind van de dag lopen we met alle collega’s naar een van Utrechts vele kerken. Daar organiseert de Faculteit een avond over de toekomst. Na een ingrijpende reorganisatie is er nog veel onrust en droefheid, dus de avond geeft een wat dubbel gevoel. Gelukkig zijn er, naast een communicatie-jargonpraatje vol open deuren over het belang van ‘branding’ van de faculteit, ook verhalen van enthousiaste studenten en van een advocaat uit de praktijk.

Vrijdag 16 november

Vandaag net in pak met das, want het is de dag van de promotie. Het is nu de derde keer dat ik ‘oppositie mag voeren’ en dus een vraag mag stellen tijdens de verdediging van het proefschrift. Het is altijd weer een feestje, een statige zaal vol portretten van hoogleraren in het Academiegebouw bij de Utrechtse Domtoren, verwachtingsvolle familie en vrienden van de promovenda, en mooie rituelen en formules.

Aan het begin van de 45 minuten die voor de verdediging worden uitgetrokken is de kandidate duidelijk nog erg zenuwachtig, maar gaandeweg komt ze meer in haar element. Door de krappe tijd kan ik maar een van de twee vragen die ik had voorbereid stellen. De voorzitter, een ervaren emeritus-hoogleraar, houdt de tijd streng in de gaten. En voordat iedereen er erg in heeft, stapt de pedel van de universiteit de zaal in en klinkt het ‘hora est’: de tijd is om en de commissie trekt zich terug voor beraad. Het is altijd weer leuk om mee te maken dat dat beraad, waarbij de doctoraalbul wordt ondertekend, niet alleen maar een formaliteit is: er wordt ook echt (ook al is het maar kort) overlegd over de kwaliteit van het proefschrift en over hoe de verdediging verliep. Daarna lopen we terug naar de zaal waar aan een inmiddels stralende collega nu officieel de graad van doctor wordt verleend. Een van de promotoren vertelt in de lofrede dat de laatste stukken van het boek geschreven zijn op een laptop die gaande werd gehouden door een auto-accu – in Ethiopië, waar de promovenda naartoe is verhuisd, was dat een noodzaak omdat de stroom zo vaak uitviel!

De Senaatszaal waar promoties plaatsvinden

Na een feestelijke borrel loop ik met collega’s terug naar het instituut. Ik neem de alweer toegenomen rij emails door en werk dit dagboek bij. Met zijn allen oefenen we het lied dat we ’s avonds op het feest voor de gepromoveerde zullen zingen – een echte traditie, hoewel de tekst deze keer aardig wat tongbrekers bevat.

’s Avonds carpoolen we met een hele groep collega’s naar een dorpje onder Breda waar een groot diner en feest zijn georganiseerd. Met de hakken over de sloot zingen we ons lied. In de late uurtjes terug naar het noorden.

Weekend 17-18 november

Een klein beetje uitslapen na het promotiefeest van gisteren en daarna snel naar de supermarkt om eten in te slaan. Dit weekend komen vrienden van ons logeren – een Fins-Grieks echtpaar (ja, die bestaan!) met hun peuter. Deze zomer hebben we van hun Griekse vakantiehuisje gebruik mogen maken inclusief de kookkunsten van de Griekse schoonmoeder, dus nu moeten we in ieder geval zelf ook iets lekkers op tafel toveren. Even geen werk, maar genieten, goed eten en bijpraten met vertrouwde vrienden.


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken