De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Middeleeuws afval gevonden in de Leidse Universiteitsbibliotheek

29 februari 2012

In het rijke middeleeuwse boekenbezit van de Leidse Universiteitsbibliotheek heeft Erik Kwakkel een bijzonder manuscript ontdekt. Het gaat om een boek uit de eerste helft van de elfde eeuw dat volledig is vervaardigd uit het afval van de verwerking van dierenhuiden tot perkament.

Het betreft een unicum, want voor het eerst duikt er in een Nederlandse collectie zo’n boek op. Het manuscript laat zien dat men ook in de Middeleeuwen beknibbelde bij de aanschaf van consumptieartikelen. Kostenbesparing is dus niets nieuws.

Bij de productie van perkament, het basismateriaal voor boeken, werd de buitenste rand van een geprepareerde dierenhuid verwijderd. Deze lange repen afval waren ongeveer 15 centimeter breed en vond men niet geschikt om op te schrijven. Ze hadden een geelbruine kleur, de inkt bleef er niet goed op zitten en ze bevatten scheuren en gaten. Men gooide het restmateriaal daarom weg of kookte er lijm van. Moderne kalligrafen snijden om dezelfde redenen nog steeds de buitenste rand van de dierenhuid weg.

In een binnenkort te verschijnen studie betoogt Erik Kwakkel dat lezers in de Middeleeuwen het afval ook wel recycleden om er korte boodschappen op te noteren. Te denken is aan korte briefjes, stembiljetten en college-aantekeningen. Maar nu is in de Leidse Universiteitsbibliotheek onverwacht een heus boek gevonden dat van dit restmateriaal is vervaardigd. Een unicum, want niet eerder werd in een Nederlandse collectie een dergelijk object geïdentificeerd. De vondst staat haaks op wat middeleeuwse kopiisten ons over hun vak vertellen: ‘dergelijke afvalrepen zijn ongeschikt voor een normaal boek’.

Het boekwerkje in kwestie maakt deel uit van een samenbinding van drie middeleeuwse handschriften en werd in de eerste helft van de elfde eeuw in Frankrijk vervaardigd. In 1690 schafte de Universiteitsbibliotheek het aan uit de nalatenschap van Isaac Vossius. Het bestaat vooral uit een commentaar op Prudentius. Deze klassieke auteur genoot grote populariteit in het middeleeuwse onderwijs. Het is daarom waarschijnlijk dat het boekje voor studiedoeleinden was bedoeld.

De reden voor dit staaltje middeleeuwse kringloop zijn de lage kosten van het restmateriaal, dat anders immers zou worden weggegooid. De lezer kreeg wel waar naar zijn geld, zoals het derde deel van VLO 92 duidelijk laat zien. De bladzijden zijn sterk verkleurd, ze zijn niet rechthoekig van vorm maar volgen de contouren van het beest, en ze zijn bovendien bijzonder klein: nog geen 14 centimeter hoog. Om acceptabele bladzijden te maken moest de kopiist bovendien letterlijk de eindjes (afval) aan elkaar knopen. Dit kleine boekje staat daarom in schril contrast tot de imposante folianten uit de tijd. Het object laat een relatief onbekende kant van middeleeuwse boekproductie zien, waar het er soms blijkbaar niet toe deed hoe armetierig een eindproduct eruit zag.

Erik Kwakkel ontdekte het bijzondere boekje toen hij een tentoonstelling voorbereidde ter gelegenheid van een colloquium over Angelsaksische handschriften, gehouden op 27 januari 2012. Kwakkel kon het bijzondere van het boek onderkennen, omdat hij door zijn onderzoek bekend was met de fysieke kenmerken van huidresten. Kwakkels onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van zijn Vidi-project “Turning Over a New Leaf: Manuscript Innovation in the Twelfth-Century Renaissance”.

Zie ook het You Tube filmpje over dit bijzondere handschrift.

Bron: Leidse Universiteitsbibliotheek

Kruimelpad:
  1. Home
  2. Actueel
  3. Nieuws

Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken