
‘Mentale gezondheid is geen individuele aangelegenheid’, stelt Marie-José van Tol, cognitief neurowetenschapper, hoogleraar cognitieve neuropsychiatrie, oud-voorzitter van De Jonge Akademie en een van de initiatiefnemers van De Akademiethermometer.
Nadelig voor de wetenschap
‘Het is belangrijk dat we bijvoorbeeld kijken welke culturele elementen en barrières van inclusiviteit een rol in het systeem spelen’, stelt Van Tol. Uit De Akademiethermometer blijkt dat wetenschappers die buiten Nederland zijn opgegroeid consequent meer klachten en minder geluk rapporteren dan anderen. ‘Daar moeten we alert op zijn, want uitval van bepaalde groepen heeft een beroerd effect op de wetenschap. Allereerst is het beroerd voor de mensen, maar ook voor de wetenschap, want we hebben daardoor minder diverse perspectieven.’
Aandacht voor het internationale perspectief
‘We wisten natuurlijk al van de kwetsbare positie van promovendi, die aandacht is heel terecht. Die aandacht moeten we uitbreiden naar postdocs en early career universitair docenten (ud’s). Daarnaast moeten we dus meer aandacht hebben voor het internationale perspectief. Klachten van depressie en angst zijn hoger onder deze groep. Dat zijn mensen die gemiddeld genomen minder sociale connecties hebben. Zij lopen meer risico, ervaren meer stress, ervaren meer sociale onveiligheid en tegelijkertijd hebben ze minder sociale buffer om het op te vangen.’
Een bijeenkomst naar aanleiding van De Akademiethermometer bracht verschillende partijen bij elkaar over het onderwerp mentale gezondheid. Een vertegenwoordiger van ud-organisatie APNet draaide het probleem om en vroeg: ‘Why do you want us in?’ Een terechte vraag, volgens Van Tol. ‘Als we die internationale universiteit willen zijn, zijn we dan ook bereid om mensen een plek te geven? Hen te helpen groeien in de wetenschap, waar ze terecht zullen komen? Als we de wetenschap willen dienen, moeten we veel beter zorgen voor die mensen.’
Lees hier het verslag van ScienceGuide over De Akademiethermometer-bijeenkomst
Hoge druk en onzekerheid
Ruim twee derde van de deelnemende onderzoekers ervaart stressklachten en ongeveer een kwart ervaart angst- en depressieklachten, blijkt uit De Akademiethermometer. ‘Er is veel onduidelijkheid over verwachtingen en wanneer je het goed doet. Dat lijkt inherent aan de wetenschap. Waar je tijdens je master nog een cijfer krijgt voor je scriptie, zijn verwachtingen vanaf je promotie steeds minder duidelijk. Je bent omringd door alleen maar slimme mensen, dan kun je je blijven afvragen: ben ik goed genoeg ten opzichte van anderen?’.
Naast onzekere verwachtingen, speelt ook hoge werkdruk een rol. Wil je succesvol zijn, dan moet je meer werken, is het heersende beeld, volgens Van Tol. Dat kan lastig te combineren zijn met het opbouwen of onderhouden van een sociaal netwerk. ‘Als je als promovendus, postdoc of universitair docent in het buitenland bent, dan wil je vooral groeien in je werk. Als je in een onderzoeksgroep terecht komt waar het sociale aspect minder aandacht krijgt, kan dat lastig zijn. Die sociale interactie daar moeten we als systeem meer aandacht voor hebben.’
Sociaal netwerk
‘We weten uit onderzoek dat een sociaal netwerk goed is voor je mentale gezondheid. Dat zagen we bijvoorbeeld ook tijdens corona’, zegt Van Tol op basis van de Groningse populatiestudie LifeLines. ‘Tijdens de eerste lockdown waren mensen vooral angstig en bezorgd. Tijdens de tweede lockdown waren mensen vaker eenzaam. Vooral jonge mensen waren vaker somber. Wat er in die periode ontbrak, hebben de onderzoekers uitgelegd als: het mood brightening effect van sociale interactie.’
Die sociale interacties kun je ook hebben met collega’s, bijvoorbeeld via een gezamenlijke lunchcultuur of met activiteiten naast het werk, legt Van Tol uit. ‘Als je zelf wel eens in het buitenland bent geweest, je komt daar iemand opnieuw tegen en diegene herkent je, dan voel je je minder alleen. Het is leuk om een bekende tegen te komen.’
Verantwoordelijkheid
De verantwoordelijkheid voor welzijn ligt niet bij het individu of één academische instelling, benadrukt Van Tol. ‘Als iemand depressief wordt, dan is dat niet meteen of per se de schuld van de baas of de werkomgeving, maar die omgeving kan wel een rol spelen, juist wanneer er persoonlijk ook van alles speelt. De taak van de omgeving kunnen we daarom niet uitvlakken. Daar is veel te winnen in de wetenschap.’
Vervolgstappen De Akademiethermometer
‘Welzijn van onderzoekers zou een groter onderwerp van aandacht moeten zijn in de beoordeling van decanen, afdelingshoofden en hoogleraren.’ Een van de suggesties van de initiatiefnemers van De Akademiethermometer is om tijdens jaargesprekken een nieuwe vraag te stellen: wat ga je dit jaar niet meer doen? Daarmee stuur je in de richting van minder doen, in plaats van altijd méér doen.
‘Daarnaast bestaat er bijvoorbeeld het vierogenprincipe bij promotiebegeleiding. Praktisch betekent dat dat een promovendus twee supervisors heeft, waardoor je minder afhankelijk bent van één persoon’, zegt Van Tol.
‘Daarnaast zou ik het fantastisch vinden als UNL samen met UMCNL zou zeggen dat zij de meting van ons overnemen, waarbij data van onderzoekers anoniem blijft, maar waarbij we de mentale gezondheid van onderzoekers in verschillende vakgebieden blijven meten. Door verschillende vakgebieden in kaart te brengen kun je monitoren welke interventies eventueel effect hebben, zoals bijvoorbeeld het vierogenprincipe. Voor ons is het ontzettend veel werk geweest om De Akademiethermometer op te zetten, het zou goed zijn als instanties erkennen dat het belangrijk is en dit blijven doen.’
Mentale gezondheid
Tot slot vindt Van Tol het belangrijk te benadrukken dat we soms te hard oordelen over mensen die kampen met mentale klachten. ‘We beseffen niet hoe hard het werken is om met mentale problemen toch te blijven functioneren’, zegt ze. ‘Soms wordt het toch nog gezien als een zwakte. Mensen die bijvoorbeeld met een depressie leven en zich door de dag heen proberen te worstelen, moeten zo hard werken. Daar mogen we wel meer respect voor hebben.’
Meer over De Akademiethermometer