De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Pagina-navigatie:

Bezwaren rondom het ius promovendi, promotierecht aan herziening toe

9 september 2011

Het ius promovendi, oftewel het promotierecht, is naar de mening van De Jonge Akademie aan een herziening toe. Deze column is tot stand gekomen door alle leden van De Jonge Akademie te vragen hun bezwaren ten opzichte van de huidige invulling van het ius promovendi in te brengen.

In de dagelijkse onderzoekspraktijk wordt een aanzienlijk deel van het begeleidingswerk van promovendi en het verwerven van onderzoeksgelden waarmee promovendi worden aangesteld niet door hoogleraren gedaan, maar door andere universitair medewerkers.

Onder de huidige wetgeving kunnen deze medewerkers, zoals senior onderzoekers, universitair docenten (UDs) of universitair hoofddocenten (UHDs),  echter uitsluitend als assistent-promotor of copromotor optreden, en niet als promotor. In dergelijke gevallen treedt doorgaans de hoogleraar-leerstoelhouder op als promotor, ook als deze geen actieve bijdrage levert aan het promotieonderzoek en de begeleiding daarvan. De Jonge Akademie vindt dit een onwenselijke situatie. Ten eerste is het huidige systeem niet fair, omdat het de credits voor het succesvol volbrengen van een promotietraject niet altijd legt bij degene die ervoor verantwoordelijk is. Ten tweede creëert de huidige situatie een knelpunt voor jonge, talentvolle onderzoekers: juist voor hun loopbaan is het van groot belang om hun academische prestaties zo duidelijk mogelijk zichtbaar te maken. Ten derde wijkt de Nederlandse praktijk af van wat er in veel andere landen gangbaar is.

Loskoppeling hoogleraarfunctie

Het ius promovendi  zou naar onze mening dan ook moeten worden losgekoppeld van de hoogleraarfunctie. De Jonge Akademie zou het promotierecht willen leggen bij de onderzoeker die het promotieproject begeleidt, in plaats van bij de hoogleraar die de leidinggevende is van de verantwoordelijke begeleider. Hiervoor zal de Wet op het Hoger Onderwijs moeten worden aangepast.
Wij willen hierbij nadrukkelijk aangeven dat deze verandering niet hoeft te leiden tot een verlies aan controle over de wetenschappelijke kwaliteit van de proefschriften. Er zijn eenvoudige manieren om de controle over het begeleidingsproces en de kwaliteit van het proefschrift te beschermen. Er kunnen bijvoorbeeld formele eisen gesteld worden aan het promotorschap, zoals minimaal twee keer copromotor of commissielid zijn geweest. Of men kan een facultaire doctoraatscommissie instellen die de aanstelling van de promotor en eventuele copromotoren moet goedkeuren, evenals het onderwerp en het uitgebreide onderzoeksvoorstel.

De Jonge Akademie heeft eerder gepubliceerd over dit onderwerp, onder meer  in haar advies Rendement van Talent (2010).

Bezwaren Ius Promovendi in 9 hoofdpunten:


1. Ontkennen van de bestaande praktijk

Het reserveren van het promotierecht voor hoogleraren sluit onvoldoende aan bij de dagelijkse praktijk in de wetenschap, waarin de begeleiding van promovendi in veel gevallen door niet-hoogleraren plaatsvindt. Voor deze situatie is zelfs de titel 'dagelijkse begeleider' ontstaan: iemand die geen hoogleraar is maar de facto de begeleider is en daarom naar onze mening ook de rol van promotor zou moeten kunnen vervullen.

2. Gebrek aan erkenning van intellectuele prestatie

De huidige situatie is onrechtvaardig omdat de hoogleraar-promotor in staat wordt gesteld krediet te verwerven voor iets waarvoor hij of zij weinig of geen werk heeft verricht. Daar komt nog bij dat de verantwoordelijke begeleider die geen hoogleraar is, niet het volledige krediet krijgt waar hij of zij recht op heeft: deze persoon krijgt niet de erkenning die zij verdient, ook al doet zij bijna al het begeleidingswerk.
Deze situatie is subtieler dan schending van het auteursrecht, maar de ‘geleende prestatie’  is niet minder belangrijk en tijdsrovend. Het is in principe vergelijkbaar met een hoogleraar die zijn naam onder een publicatie zet, zonder iets te hebben bijgedragen.

3. Onduidelijkheid over reële tijdbesteding

Door de onduidelijke rolomschrijving van promotor en copromotor blijft onduidelijk hoe substantieel deze rollen zijn. Als een hoogleraar alleen op papier vijftien Aio's begeleidt, dan is hij/zij geen tijd kwijt, de UD/UHD’s echter wel zonder dat dat zichtbaar is. De feitelijke situatie is bij sommige faculteiten nergens geregistreerd, en dit kan in ernstige gevallen tot een vorm van uitbuiting leiden.

4. Niet-betrokken hoogleraar wel formeel verantwoordelijk voor onderzoek

Ook vanuit het standpunt van de hoogleraar is het eigenaardig om formeel verantwoordelijk te moeten zijn voor onderzoek dat geheel zelfstandig door een U(H)D geleid wordt. Hij of zij voelt zich geremd omdat hij de U(H)D de volle vrijheid toewenst, maar is wel verplicht de voortgang op te volgen (en misschien te sturen) omdat hij of zij wel verantwoordelijk is. Bovendien zadelt de huidige situatie sommige hoogleraren op met verantwoordelijkheden voor promotietrajecten waar ze inhoudelijk onvoldoende in gespecialiseerd zijn. Vooral in de kleinere faculteiten is een hoogleraar verantwoordelijk voor een heel breed vakgebied, en is zelden specialist in al de deeldomeinen. Verder zijn veel hoogleraren chronisch overbelast; waarom hen dan nog extra werk bezorgen dat evengoed of beter door anderen kan gebeuren?

5. Ongewenste gevolgen voor de verdeling van financiële middelen binnen universiteiten

Een afgerond promotieproject levert een promotiepremie op. Door de formele verantwoordelijkheid voor een promotie bij de hoogleraar te leggen in plaats van bij degene die de middelen voor het project heeft verworven en het project begeleidt, bestaat er een risico dat de financiële beloning niet naar de echt succesvolle onderzoekslijnen gaat. De onderzoekslijn van de hoogleraar valt immers niet per definitie samen met die van de  daadwerkelijke promotiebegeleiders.

6. Belemmering bij het verwerven van onderzoeksmiddelen

De beperking van het ius promovendi tot hoogleraren is belemmerend voor het verkrijgen van grote projecten waarbij ruime ervaring met het succesvol begeleiden van promovendi belangrijk is, zoals een VICI subsidie van NWO. Als iemand nooit de hoofd verantwoordelijke voor één promotieproject is geweest, is het moeilijk te argumenteren dat deze persoon in staat is om vijf promovendi tegelijk succesvol te begeleiden. Het dragen van eindverantwoordelijkheid voor een promotieproject is belangrijker dan het copromotorschap. De aard en omvang van de rol van copromotor is niet eenduidig: het blijft altijd onduidelijk wat de precieze bijdrage van de copromotor aan het project was.
 Terzijde: omdat de competitie bij projecten van schaal vanaf VIDI erg zwaar is, en je zo'n project nooit krijgt als je geen Aio’s hebt begeleid, is bovendien de praktijk ontstaan dat een hoogleraar iemand anders een stukje begeleiding laat doen, zodat deze in zijn CV de begeleiding kan zetten. Omdat de omvang en aard van de rol van een copromotor onduidelijk blijft, is het echter onmogelijk om vast te stellen hoeveel ervaring met promotiebegeleiding iemand werkelijk heeft.

7. In tegenspraak met vernieuwingsimpuls en tenure track systeem

De vernieuwingsimpuls subsidies en het tenure track systeem zijn zeer bepalend geworden voor de loopbaan van wetenschappers. Het kenmerk van vernieuwingsimpulsprojecten is dat ze jonge talentvolle onderzoekers in staat stellen een eigen onderzoekslijn op te bouwen, en het tenure track systeem rekent wetenschappers af op het daadwerkelijk hebben opgebouwd van een dergelijke lijn. Onafhankelijkheid bij promotiebegeleiding is een vereiste om de vereiste zelfstandigheid te kunnen ontwikkelen en demonstreren.

8. Problemen met internationale sollicitaties en subsidies

De beperking van het promotierecht tot hoogleraren bestaat in de meeste landen niet. Als een onderzoeker in het buitenland solliciteert naar een hoogleraarschap moet hij of zij laten blijken in staat te zijn om onderzoekers te begeleiden – dat is immers een belangrijk deel van de taakomschrijving van een hoogleraar.  Voor veel subsidies geldt hetzelfde. Een Marie Curie fellowship vereist bijvoorbeeld “Expertise in training experienced researchers in the field and capacity to provide mentoring/tutoring.” Een dergelijke ervaring is moeilijk hard te maken wanneer je niet als promotor bent opgetreden.

9. Onaantrekkelijkheid van Nederland voor  buitenlandse onderzoekers

In het buitenland (o.a. V.S., UK, Duitsland, Zweden) ligt het ius promovendi doorgaans wel bij de verantwoordelijke onderzoeker, onafhankelijk van de hoogleraarunctie. Buitenlandse getalenteerde onderzoekers vinden de beperking van het ius promovendi tot hoogleraren daarom een obstakel om in Nederland te gaan werken. Zij willen graag eigen promovendi kunnen begeleiden en hiervoor de gehele verantwoordelijkheid kunnen dragen.  Het is een gemiste kans van brain gain.
 In een aantal vakgebieden is de naam van iemands promotor een belangrijk ‘signaal’ op de academische arbeidsmarkt over de kwaliteit van de net gepromoveerde onderzoekers. Maar in de Nederlandse situatie komt het voor dat de promotor helemaal geen specialist is op het vakgebied, terwijl de verantwoordelijke begeleider juist een ‘rising star’ is. Leden van De Jonge Akademie hebben de ervaring dat promovendi van excellente buitenlandse universiteiten dit een belangrijk obstakel vinden. Ze betitelen het als een archaïsche situatie die schadelijk is voor de reputatie van de Nederlandse wetenschap als een modern instituut.

Moderniseren Universiteit

Tot slot wijzen wij er graag op dat de Europese Commissie in 2006 een verklaring  heeft opgesteld waarin overheden aangemoedigd worden om hun universiteiten te moderniseren. Een moderne universiteit impliceert dat werknemers volgens prestaties beloond worden, en enkel voor hun prestaties beloond worden. Het promotorschap houdt zowel een symbolische beloning in, als ook een grotere kans op carrièremogelijkheden en toegenomen kansen om onderzoeksgelden te verwerven. Het moderniseren van het ius promovendi is daarom een noodzakelijk onderdeel van de modernisering van de universiteit.

Kruimelpad:
  1. Home
  2. Nieuws

Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken