De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Hervorm het promotierecht

29 april 2015

Een opinieartikel van dit stuk is eerder verschenen in de nrc op 28 april 2015: 'Ook niet-hoogleraren moeten promotor kunnen zijn.'

Sinds de Amsterdamse studentenprotesten is er een brede, landelijke beweging opgekomen van studenten en docenten die zich ‘De Nieuwe Universiteit’ noemen. Deze beweging beoogt de huidige universitaire onderzoeks- en onderwijspraktijk kritisch tegen het licht te houden en te verbeteren.

Hoog op de prioriteitenlijst staat ‘democratisering’ en duurzame carrièreperspectieven voor al het personeel. In dat licht is het de hoogste tijd om aandacht te vragen voor een kwestie die al langer speelt: de hervorming van het promotierecht.

In de huidige situatie hebben alleen hoogleraren het recht om een wetenschapper tot ‘doctor’ te promoveren. Het is de hoogste tijd om dat recht te verruimen naar een bredere groep van senioronderzoekers. Al in 2008 zond de toenmalige minister van onderwijs, Ronald Plasterk, hierover een brief aan de kamer. Volgens hem moesten ook wetenschappers die een grote beurs bij NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) in de wacht hadden gesleept en een eigen onderzoeksgroep leidden, het promotierecht krijgen. Zij hadden immers het begeleidingswerk verricht. Hij wilde zo ‘meer dynamiek en vernieuwing in de hiërarchische structuur van de universiteiten’ tot stand brengen.

Met deze brief werd destijds niets gedaan, maar sinds haar oprichting in 2005 ijvert ook De Jonge Akademie hard voor een herziening van het promotierecht. Daar zijn belangrijke redenen voor. Ten eerste houdt Nederland de deur zo open voor talent uit het buitenland. In veel Europese landen, waaronder België, Engeland en Duitsland, is het promotierecht niet voorbehouden aan hoogleraren. Zolang het stelsel niet wordt aangepast, blijft het voor buitenlandse onderzoekers minder aantrekkelijk om in Nederland te komen werken. Ten tweede maakt het de positie van Nederlandse onderzoekers sterker: het aantal promoties dat je begeleid hebt, weegt zwaar mee bij de beoordeling van onderzoeksaanvragen. Ten derde kan het kleine vakgebieden helpen groeien. Vakgebieden waar geen hoogleraar vertegenwoordigd is, kunnen toch promoties genereren onder auspiciën van de expert op dat gebied. Ten slotte doet het meer recht aan de alledaagse praktijk: het leeuwendeel van de begeleiding én het verwerven van grote subsidies waarmee promovendi kunnen worden aangesteld, wordt vaak door anderen dan de hoogleraar gedaan. Waarom dragen zij dan geen eindverantwoordelijkheid?

De roep om herziening wordt gesteund door de promovendi, die nu afhankelijk kunnen zijn van een hoogleraar die ver van hun onderzoek afstaat. Het aantal promovendi is bovendien sterk toegenomen, terwijl het aantal hoogleraren gelijk is gebleven. Dit kan leiden tot precaire situaties. Voorop staat dat de kwaliteit van de begeleiding van de promovendi en de kwaliteitstoets aan het einde van het traject gegarandeerd moeten zijn. Zoals Jonge Akademielid Ingrid Robeyns in een opiniestuk uit 2010 al stelde, hoeft dat geen probleem te zijn: ‘Men kan formele eisen toevoegen aan het promotorschap, zoals minimaal twee keer copromotor of commissielid zijn geweest. Of men kan een facultaire doctoraatscommissie instellen die zowel de aanstelling van de promotor als van eventuele copromotoren moet goedkeuren’. In alle gevallen is er een commissie die aan het einde van het traject de kwaliteitstoets doet. De kwaliteit is dus gewaarborgd.

De recente Wetenschapvisie 2025, die eind 2014 werd gepubliceerd, stelt eveneens dat het promotierecht aan herziening toe is. Daarin geeft de regering Colleges van Bestuur van universiteiten het wettelijk recht om desgewenst het promotierecht toe te kennen aan universitair hoofddocenten, onder de volgende toelichting: ‘Dit sluit aan bij wat in andere landen al vaker gebruikelijk is en bijvoorbeeld in Duitsland goed werkt. Het draagt daarmee bij aan een aantrekkelijk werkklimaat voor buitenlandse onderzoekers, aan meer en meer diverse carrièremogelijkheden en aan voldoende begeleiding voor promovendi.’ Wij roepen de Colleges van Bestuur van de Nederlandse universiteiten op om aan de Wetenschapsvisie 2025 gehoor te geven. Hervorming van het promotierecht verhoogt de internationale mobiliteit van onderzoekers en doet recht aan de huidige Nederlandse onderzoekspraktijk.  

Dr. Lotte Jensen (Radboud Universiteit Nijmegen), Dr. Erik Kwakkel (Universiteit Leiden), Prof.dr. Willem Schinkel (Erasmus Universiteit Rotterdam), Dr. Martijn Wieling (Rijksuniversiteit Groningen), namens De Jonge Akademie


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken