De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 38: dagboek van Paul Groot (deel 1)

17 juni 2013

Weekdagboek van een wetenschapper: Paul Groot van 10 - 16 juni 2013. Paul is hoogleraar sterrenkunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Mijn beurt om een week lang een dagboek bij te houden over mijn werk en leven als wetenschapper in Nederland. Eerst maar even voorstellen: Paul Groot, 42, sterrenkundige, werkzaam aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hoogleraar, afdelingshoofd, voorzitter van de onderzoekschool NOVA en wetenschappelijk projectleider ('Principal Investigator', PI) van de BlackGEM en MeerLICHT telescoopprojecten. Mijn specialisatie binnen de sterrenkunde is het vakgebied van de meest extreme dubbelsterren waarin zich minimaal één witte dwerg, neutronenster of zwart gat bevindt; explosies en uitbarstingen in (dubbel-)sterren; en de bronnen van zwaartekrachtstraling.

Gaat dit een normale week worden? Nee, misschien niet normaal, maar zeker ook niet atypisch. Het werken als hoogleraar is hectisch en afwisselend, maar dat maakt het er soms niet makkelijker op. De eisen aan een moderne hoogleraar zijn legio: internationaal gerespecteerd onderzoeker, docent, leermeester, manager, communicator en ook nog eens met de verkoopkwaliteiten van een tweede-hands-autoverkoper. Is dit in één persoon te verenigen? Zelden. Ook wij hoogleraren zijn slechts mensen en daarom schiet elke hoogleraar op minimaal één van de bovenstaande terreinen tekort. Is dat erg? Nou, lijkt mij niet. Er zijn niet veel beroepen die zoveel verschillende eisen aan één persoon stellen.

Wat is het menu voor deze week? In principe zou ik op maandag op de universiteit in Nijmegen zijn, maar het leven gooit roet in het eten (zie hieronder). Dinsdag eerst thuiswerken, om vervolgens 's avonds via Parijs naar Chili te reizen voor een bezoek aan de La Silla sterrenwacht van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO). De reden voor het bezoek is dat de Nederlandse sterrenkunde het voortouw gaat nemen in het detecteren in zichtbaar licht van de uitbarstingen van zwaartekrachtstraling: samensmeltende zwarte gaten en neutronensterren. Het BlackGEM project van de Nederlandse Onderzoekschool voor Astronomie (NOVA) en de Radboud Universiteit gaat dit voor het eerst proberen met een telescoop-array, en het bezoek aan La Silla is om te kijken of het mogelijk is om de array op deze berg te huisvesten. Woensdagmiddag zullen we aankomen op La Silla, donderdag en vrijdag zijn we op de berg voor overleg, verkenning en hopelijk ook om knopen door te hakken. Zaterdag reizen we terug van La Silla naar La Serena en Santiago de Chile om 's middags weer op de vlucht naar Europa te stappen.

Geen normale week maar als astronoom reis ik vaak naar sterrenwachten (La Palma, Chili, Hawaii) om de sterren waar te nemen. Dat betekent een hoop gerommel met bioritmes, want niet alleen liggen deze sterrenwachten in verschillende tijdszones, maar ook je dag/nacht-ritme moet aangepast worden, en veel intercontinentale vluchten gaan 's nachts. Zelfs na 20 jaar is het me nog steeds niet gelukt om te slapen aan boord van een vliegtuig. Zeker 's nachts ga ik in een soort van 'stand-by' mode van wakker zijn maar niet echt waakzaam en alert zijn. Boekje lezen (e-reader!), noise-cancelling headphones op, Ipod of film, en als het lukt, werken: artikelen lezen/corrigeren lukt nog net als je opgevouwen achterin een vliegtuig zit. Veel meer zit er niet in, helaas.

Maandag 

Het plan was om vandaag naar Nijmegen te gaan om op de Afdeling Sterrenkunde te werken. Omdat ik in Amsterdam woon, betekent dat om zeven uur opstaan, om acht uur de rechtstreekste trein naar Nijmegen pakken, kwart over acht laptop open en werken. Aankomst Nijmegen om kwart voor tien en dan rond een uur of zes weer de reis naar huis aanvangen. Rond acht uur thuis, eten koken (elke dag vers!), filmpje of serie kijken, en rond half elf gaat het licht dan wel weer uit.

Maar het leven verloopt nooit zoals je hoopt. Donderdag is de moeder van mijn beste vriendin overleden, en vandaag is de begrafenis. Rond 10 uur dus naar Alkmaar voor de uitvaartdienst en de begrafenis, op de begraafplaats achter de kerk waar ook mijn eigen vader begraven ligt. We grappen nog dat ze, net als in het echte leven, ook nu weer buren zijn, met een paadje er tussen.

De begrafenis duurt langer dan gedacht, dus 's middags pas laat weer thuis, en alleen tijd om de Masters thesis van één van mijn studenten te corrigeren. Thuis op de scanner leggen en via de Dropbox naar haar toegestuurd. Moderne technieken zijn soms heel handig.

Zelfs als professionele astronomen kunnen we blijven genieten van science fiction, dus voor maandagavond samen met vriend en collega Simon Portegies Zwart (hoogleraar in Leiden) afgesproken om naar de nieuwe Star Trek film te gaan. Relaxed in 3D IMAX, en niet al te veel ergeren aan de onwaarschijnlijkheden of fysische onmogelijkheden. Ik heb lang geleden van mijn vrienden geleerd dat ik niet bij elke science-fiction film de hele tijd moet roepen 'Dat kan helemaal niet', want dan hou ik geen vrienden meer over...

Dinsdag

De dag die in het teken staat van de reis naar Chili voor ons BlackGEM project. Maar voor het zover is, eerst nog een dag thuiswerken. Dat bestaat uit de meest recente drafts van artikelen van promovendi, postdocs en collega's doorlezen en correcties maken, naar de kapper gaan, en nog even de laatste reis-toiletartikelen halen, want bij zo'n korte reis (dinsdag heen, zondag terug) neem ik alleen maar handbagage mee.

Het wordt een leuke maar vermoeiende reis, vermoed ik. Leuk omdat ons nieuwe project heel spannend is en dit de eerste keer is dat we naar de berg gaan waar we hopen dat de telescopen over twee jaar komen te staan. Vermoeiend omdat het lang reizen is: 1 uur vliegen naar Parijs, 3 uur wachten, 13 uur vliegen (door de nacht heen) naar Santiago de Chile, 1 uur wachten, 1 uur vliegen naar La Serena, en dan nog 3 uur met de bus naar La Silla. Als ik mensen vertel dat ik naar Chili ga, krijg ik vaak de reactie: 'Oh, leuk. Moet er nog iemand je koffer dragen?' Het ís natuurlijk ook leuk om nieuwe plekken te zien en nieuwe mensen te ontmoeten, maar reizen is ook gewoon vermoeiend. Zeker zo'n snel heen-en-weer tripje, meestal ook nog alleen.

Dat is dit keer anders. Mijn reisgenoten zijn Marc Klein-Wolt, UD in Nijmegen en projectmanager van BlackGEM en Wilfried Boland, directeur van NOVA. Voor beide is het de eerste keer dat ze naar La Silla gaan. Ik heb daarentegen een jubileum te vieren. Het is morgen exact 20 jaar geleden dat ik voor het eerst naar Chili ging. Voor mijn allereerste waarnemingen met een telescoop ooit. Dertig nachten op de 'Dutch': de Nederlandse telescoop op La Silla. Iedereen die wel eens in ploegendiensten heeft gewerkt, zal meteen realiseren dat 30 nachten achter elkaar van 4 uur 's middags tot 8 uur 's ochtends gekkenwerk is (en ongezond). Maar als jong studentje vond ik het alleen maar spannend en wist ik niet beter. Studenten die dit soort shifts deden hadden ook maar twee opties: òf ze waren voor het leven verslaafd, òf ze wilden nooit meer een telescoop zien.

Of we wel gaan is nog even de vraag, want de Franse verkeersleiding heeft besloten om te gaan staken, en 50% van alle vluchten van en naar Parijs is gecancelled. We hebben echter geluk want Air France heeft besloten om alle 'long-haul' passagiers voorrang te geven en zowel onze vlucht van Amsterdam naar Parijs, als ook de vlucht naar Santiago gaat door. Rond een uur of vijf op Schiphol afgespoken met Marc, en niet lang daarna voegt Wilfried zich bij ons. De reis naar Parijs is soepel en ik heb even tijd om wat plaatjes te schieten vanuit het raam. In een vliegtuig ben ik meestal heel on-sociaal: ik ga zitten, zet mijn koptelefoon op en geniet van een boek, muziek of een film. Praatjes maken met de buren is niet mijn ding. Het boven de wolken hangen en genieten van de zon is wél mijn ding. Nog mooier is als we overdag over verre landen of gebergtes vliegen. Dan kan ik aan het raampje geplakt zitten en simpel weg naar het landschap staren.


Gebruikelijke pose in het vliegtuig: zonnebril op, koptelefoon op en weg van de wereld

De vlucht naar Santiago zou om half twaalf 's avonds moeten vertrekken. Ik haat nachtvluchten omdat ik nauwelijks kan slapen in een vliegtuig. Opgepropt zitten en dan proberen te ontspannen: het gaat niet samen. Het wordt zelfs nog erger als ons vliegtuig uiteindelijk een uur later dan gepland pas vertrekt. Om half één 's nachts kunnen we boarden. Marc en ik zitten helemaal achterin (51A en B). Bij Air France zegt Frequent Flyer status niets: je zit alsnog krap in een hoekje. Maar dan wordt het opeens beter: het vliegtuig blijkt half leeg te zijn, vooral achterin waar wij zitten. We twijfelen geen moment en ruilen onze krappe stoel naast elkaar in voor een middenstuk van ieder vier stoelen: breed genoeg om languit te gaan liggen. De stewardesses vinden het allemaal prima, ook als we ieder ongeveer 7 kussentjes stelen om de harde plekken tussen de stoelen af te dekken en een iets comfortabeler bed te creeëren. Soms is assertiviteit goed, want terwijl ik even op zoek ga naar Wilfried om te zeggen dat we helemaal achterin liggen, moet Marc al andere passagiers met slaapzakken beletten om 'mijn' rij in te pikken.

Maar het loont, want met een melatonine pil op en oordoppen in, ga ik liggen op mijn geïmproviseerde bed en ben weg. Diner, landing cards, turbulentie, omroepberichten: het gaat allemaal aan mij voorbij. Voor het eerst in een hele lange tijd slaap ik ook echt in een vliegtuig en is het vijf uur later wanneer ik de eerste keer wakker wordt.

Woensdag

Tijd is een eigenaardig ding. De eindigheid van de lichtsnelheid geeft ons astronomen alle tijd van de wereld om de geschiedenis van het heelal te bestuderen. Tegelijkertijd verschilt de tijd op elke plek op Aarde en zijn wij als mensen gebonden aan onze biologische klok. Om half acht 's ochtends (Nederlandse tijd) word ik dus wakker omdat dat nou eenmaal mijn ritme is. De klok in Chili loopt echter zes uur achter op die in Nederland, dus eigenlijk sta ik om half twee 's nachts op. Het zal een lange dag worden.

Tegen acht uur 's ochtends (Chileense tijd) vliegen we over de Andes, maken een bochtje rond de Acongaqua berg en dalen af in de ochtendmist van Santiago, het Los Angeles van Zuid-Amerika: groot (zeven miljoen mensen), droog, smog, en tegen de bergen. Het is koud: 3 graden boven nul. Tja, het is nou eenmaal winter op het zuidelijk halfrond. Chili is welvarender geworden. Toen ik hier 20 jaar geleden voor het eerst kwam was Pinochet nog aan de macht en moest je regelmatig langs politieposten, woonde grote delen van de bevolking in krottenwijken en moest de eerste tolweg nog aangelegd worden. Pinochet en de politieposten zijn lang geleden verdwenen, de krottenwijken worden 'geupgrade', en, anders dan in Nederland, wordt er over tolwegen niet gediscussieerd. Je kunt vanaf het vliegveld binnen 20 minuten het centrum van Santiago inzoeven waarbij de taxi-teller regelmatig een 'bliepje' laat horen en de tol automatisch wordt afgeschreven. Kunnen we in Nederland eens ophouden met dat gezeur over het rekeningrijden, en het invoeren? We zijn zolangzamerhand het laatste land ter wereld dat het nog niet heeft.

Op de vluchthaven van Santiago een snelle overstap voor de vlucht naar La Serena. Marc en Wilfried maken zich in de koffieshop zorgen of we wel genoeg pesos bij ons hebben, maar bij het afrekenen komt de serveerster al met de mobiele pin-automaat aanlopen. Het is bewolkt in La Serena. Vlak voor de landing hebben we nog net de Cerro Tololo en Cerro Pachon sterrenwachten van onze Amerikaanse collegae zien liggen, maar die zullen niet heel veel gaan zien vannacht. Wij waarschijnlijk ook niet, maar gelukkig zijn we voor de verandering eens niet op de berg om ook werkelijk waarnemingen te doen.

De busrit van La Serena naar La Silla is nog eens 3 uur. Het eerste stuk gaat over de Panamericano: de snelweg (nou ja...) die van het puntje van Zuid-Amerika naar Alaska loopt. Zeker in Zuid-Amerika is het dé weg: het is de enige weg die langs de kust van Chili omhoog loopt, en dus gaat al het verkeer er over heen. In dit deel van Chili is dat niet veel. Chilenen gaan niet voor hun lol rijden. Nee, als je het kan betalen neem je het vliegtuig, en anders neem je de bus. En dat zijn geen stadsbussen, maar luxueuze 'bus cama' (slaapbussen) die heel Chili doorkruisen.

Het landschap is woestijn. De reden dat de sterrenwachten hier liggen is door de geografie van Chili. Een hooggebergte (de Andes) met daarvoor voetheuvels aan de westkant van een continent, met voor de kust een koude golfstroom. Het gevolg is dat het klimaat in het noorden van Chili gortdroog is en bovendien dat de lucht heel stabiel, zodat wij astronomen de scherpste beelden vanaf Aarde kunnen maken. Alleen Antartica is nog droger en nog stabieler, maar daar een sterrenwacht neerzetten is een helse (en dure) onderneming. Anders dan je zou denken is de Atacama woestijn in de buurt van La Serena niet geheel onbegroeid. Struikjes en cactussen volop, en dicht tegen de kust ook nog gras dat kan overleven door de zeemist die hier bijna elke dag komt binnendrijven. Als je wat verder van de kust gaat (en dus ook hoger) wordt het droger. Nog noordelijker is het gortdroog. Bij de Paranal sterrenwacht van ESO groeit helemaal niets. Kijk de James Bond film 'A Quantum of Solace' film maar op na. Het hotel 'Perla de las Dunas' van de generaal-annex-schurk is in het dagelijks leven het hotel van de astronomen op Paranal. In de wijde omgeving groeit daar niets, niets, helemaal niets wat niet door de sterrenwacht is gepland (en bewaterd). Dichter bij Mars kun je op Aarde niet komen...De Atacama woestijn in de buurt van La Serena. Nog redelijk groen en met gras. Het ziet er ook uit alsof het recent geregend heeft. De wolken is zeemist die binnendrijft.

Intussen reizen we 25 uur aan één stuk, en nog 2 uur te gaan. Wordt er ook nog gewerkt? Jazeker. Niet alleen schrijf ik dit dagboek in een schuddende bus, maar Marc en ik hebben gewerkt aan een presentatie over ons BlackGEM project, met Wilfried uitgebreid gesproken over de huidige stand van zaken van het project en ook wat we met ESO willen overleggen. Echt werk komt echter pas straks als we boven zijn. Na 27 uur reizen duikt plotseling La Silla op tussen de bergen. Net als Gondor, de fameuze witte stad uit de 'In de Ban van de Ring' trilogie, steken de vele koepels af tegen de achtergrond van de toppen van het Andes gebergte. Van een afstand lijkt de sterrenwacht niet echt hoog te liggen, maar het is toch echt meer dan 2300 meter. De pieken van de Andes er achter reiken tot meer dan 4000 meter. Sneeuw tooit de hoogste toppen, vroeg in het begin van de winter.


De La Silla sterrenwacht vanaf de Panamericano highway. Copyright: BlueonaBike.com

De ontvangst op La Silla is hartelijk. De kwaliteit van het eten bij ESO is wereldwijd bekend. Jarenlang zwaaide hier een Duitse kok als God in Frankrijk de scepter over de keuken en zijn erfenis is gelukkig bewaard gebleven. Na de lunch een eerste ontmoeting met de site manager, Gerardo Ilhe. Al meer dan dertig jaar bestiert hij La Silla, en doet dan met een opgewekt gemoed. Zijn Nederlands-Chileense afkomst blijkt een goede mix tussen zuidelijke hartelijkheid en noordelijke zakelijkheid. Een eerste bezoek aan de mogelijke plek voor de BlackGEM array volgt later in de middag. De plek blijkt inderdaad zo groot te zijn als ik in mijn gedachten had, en biedt meer dan voldoende ruimte voor het oprichten van 5 torens met ieder 4 telescopen. Later tijdens het bezoek zal dit concept drastisch veranderen, maar voor het moment zijn we tevreden. Na het diner vallen we om van de vermoeidheid en, mede geholpen door een dik wolkendek dat het zicht op de sterren ontneemt, rollen we al vroeg op de avond ons bed in.

Lees verder deel 2

 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken