De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 37: dagboek van Teun Bousema (deel 1)

4 juni 2013

Teun Bousema, fotografie Milette RaatsWeekdagboek van een wetenschapper: Teun Bousema (RU) van 27 mei - 2 juni 2013. Teun doet onderzoek op het gebied van tropische geneeskunde, parasitologie en infectieziekten.

Maandag

In a moment, we will switch off the fasten seatbelt sign. We do, however recommend... Nog voordat de stewardess uitgesproken is drukt de dame voor mij haar stoel in de ligstand. Ik word pijnlijk herinnerd aan mijn lange benen. Naast pijnlijke knieën is het het ook lastig werken met mijn lengte. Eten in een vliegtuig is een kunst, werken op een laptop een hogere kunst. Ik ben onderweg naar een vergadering in Washington en probeer mijn reisdag nuttig te besteden. Met het scherm in een onhandige hoek, één elleboog in het gangpad en één in de zij van mijn tolerante buurman werk ik wat mails weg en schrijf ik wat aan een onderzoeksvoorstel voor de ethische commissie in Burkina Faso.
We doen onderzoek naar het humane infectieuze reservoir aan het einde van het droge seizoen in een dorp vlakbij de hoofdstad Ouagadougou. Wie is besmettelijk voor muggen vlak voordat de regens beginnen? En welke menselijke immuunresponsen beïnvloeden de transmissie van mens naar mug?  Zo’n studie moet eerst goedkeuring krijgen van twee commissies in Burkina Faso en één in Londen voordat we mogen beginnen. Dat proces duurt gemiddeld acht tot twaalf maanden en er komen altijd vragen. Die probeer ik nu te beantwoorden. Tijdens de teleurstellende lunch trakteer ik mezelf noodgedwongen op een film. Dan is er echt geen plek meer voor een laptop en neemt een film me even mee in de zoektocht naar Osama Bin Laden. Na de koffie kijk ik tevreden naar een manuscript van een promovendus over een klinische studie in Oeganda en buig ik me over het leesmateriaal voor de vergadering in Washington. We zijn gevraagd een tiental artikelen te lezen en wat taaie kost over de regulatoire aspecten die bij de registratie van vaccins komen kijken. Met deze voorbereiding ga ik door na de landing. Dit is mijn derde trip naar Washington in iets meer dan een jaar en ik heb van mijn eerdere trips geleerd. De laatste keer was ik erg belabberd voorbereid: na tien minuten in de rij voor de douane had ik mijn boek uitgelezen en verveelde me vervolgens nog meer dan vijf kwartier. Nu schuifel ik goed voorbereid met Rufus Wainwright op mijn iPod en een stapel wetenschappelijke artikelen in mijn hand, voetje voor voetje richting de Verenigde Staten.

Dinsdag

Wat een rust. Heerlijk om even ongestoord te kunnen werken. Het voordeel van een jetlag: het is 3 uur in de ochtend en ik ben klaarwakker. De slaappillen die een collega geregeld voor me meeneemt uit Cambodja hadden slechts beperkt effect. Gelukkig had ik de bui al een beetje zien aankomen en heb ik gisteravond een ontbijt gekocht bij een bakker vlakbij het hotel. Ik heb nog 6 uur tot de vergadering begint en waar ik, zie ik op het schema, nog een ontbijt kan nuttigen. Ik zal er waarschijnlijk tegen die tijd wel weer aan toe zijn. Op deze vroege ochtend zit achter mijn laptop in mijn comfortabel grote hotelkamer. Een enorm tweepersoonsbed en groot bureau. Ik open een mail met fascinerende data uit het lab in Nijmegen. Vorig jaar publiceerden we een kleine toevalsbevinding. Een veelgebruikt medicijn, Ivermectine, dat destijds ontwikkeld was tegen darmparasieten in huisdieren bleek een verrassend neveneffect te hebben: muggen die een bloedmaal namen op een muis, rat of konijn die net ontwormd was met Ivermectine, vielen bij bosjes dood neer. Omdat het middel veilig is voor gebruik in mensen, is het een mogelijk nieuw wapen in de strijd tegen malaria: een pil die je als mens slikt en waardoor muggen die je bijten doodgaan. Na de toevalsbevinding deden we in Burkina Faso een klinische studie waarin we keken of het middel veilig gebruikt kan worden als onderdeel van standaard malariabehandelingen: een pil tegen de parasieten in combinatie met een pil tegen muggen. Die gegevens ben ik nu aan het opschrijven voor publicatie samen met een promovendus, Guido. In het lab in Nijmegen onderzoeken we tegelijkertijd of overlevende muggen nog in staat zijn om hun infectie door te geven. Als dat niet het geval is, is het middel mogelijk nog bruikbaarder. Vandaag de eerste resultaten. Het ziet er veelbelovend uit. Studies naar Ivermectine zijn ineens hot en krijgen veel aandacht van de Wereldgezondheidsorganisatie, internationale donoren en onderzoekers. En ik zit middenin deze hype. In mijn inbox staan een uitnodiging om deel te nemen aan een vergadering over Ivermectine in Londen en een onderzoeksvoorstel van een Spaanse arts die samen met mij een Ivermectine studie wil doen in gezonde vrijwilligers.  

Na commentaar gegeven te hebben op het onderzoeksvoorstel trek ik mijn hardloopschoenen aan en ren door een grotendeels verlaten Washington. Veel daklozen, dat wel. Een aantal met winkelwagentjes, één heeft een bagagetrolley van een luxe hotel bemachtigd. Mijn camera paste helaas niet meer in mijn koffer. Het was een fraaie foto geweest: een Marriott trolley gevuld met vuilniszakken naast een bebaarde dakloze. Ik ren over de brede Pennsylvania Avenue die het Capitool met het Witte Huis verbindt. Na een halfuur houd ik het voor gezien en ren terug naar het hotel. Na een douche ben ik eigenlijk wel toe aan ontbijt nummer 2. Een Italiaanse collega gaf ooit commentaar op de Nederlandse lunch met de woorden: Nederlanders zijn het enige volk ter wereld dat graag twee keer per dag ontbijt. Van Amerikanen kun je dit overduidelijk niet zeggen. Zelfs het ontbijt lijkt niet op een ontbijt maar meer op een McDonalds maaltijd. Ik heb keuze uit mierzoete donuts, gebakken aardappel of kleddervette wafels. Alles op wegwerpservies en met slappe koffie uit piepschuimen bekers. Enigszins verrassend voor een hotel met vier sterren. Het gezonde gevoel dat ik na het hardlopen had is in ieder geval na drie happen wafel verdwenen. De koffie doet zijn werk ook niet. Onderweg naar het kantoor van het Malaria Vaccin Initiative (MVI) strijk ik daarom nog even neer in Busboys and Poets, een zaak die dienst doet als boekhandel, café en koffieshop. Geweldige plekken die je overal in Amerikaanse steden lijkt te hebben. Oude bankstellen, volle boekenkasten, draadloos internet en goede koffie. Na een quadrupel espresso kan ik er tegen. Dat mag ook wel, ik zie op het vergaderschema dat ik de eerste twee sessies moet voorzitten.

Woensdag

Ik weet nog niet precies wat ik van de vergadering moet denken. Na een aantal uur constructieve uitwisseling van ideeën zijn we sinds gisteravond verzand in een eindeloze discussie. Onze vergadering gaat over de methodologie van studies naar de effectiviteit van een transmissieblokkerend malariavaccin. Zo’n vaccin moet voorkomen dat mensen hun malariainfectie doorgeven aan muggen. Er zijn zes malariaexperts uitgenodigd (waarvan ik er een ben), een aantal mensen van de Amerikaanse Food & Drug Administration (de organisatie die uiteindelijk het vaccin moet goedkeuren voor gebruik) en een aantal mensen van de Bill & Melinda Gates Foundation (die waarschijnlijk de studie zullen moeten financieren). Hoewel we het op de meeste punten met elkaar eens zijn, verschil ik op een belangrijk punt radicaal van mening met een Britse mathematicus en een Belgische onderzoeker van GlaxoSmithKline. Een onderzoeker van het Amerikaanse leger staat aan mijn kant. Nu is het op zich geruststellend dat je tijdens een conflict het Amerikaanse leger aan je zijde hebt maar ik probeer toch tot een vreedzame oplossing te komen. De discussie gaat gepaard met veel grappen over en weer en de sfeer blijft goed. Uiteindelijk komen we met een goed compromis. Over negentig procent van de onderzoeksopzet zijn we het eens en dat zetten we in detail op paper. De laatste tien procent krijgt een Nederlands/Amerikaanse variant en een Belgisch/Britse variant. Mijn Amerikaanse medestander Jason is luitenant kolonel en onderzoeker. We hadden elkaar nog niet eerder ontmoet maar herkennen elkaars naam van publicaties en blijken veel onderzoeksinteresses te delen. In een van de vele koffiepauzes zetten we onze laptops naast elkaar en bespreken wat ruwe data. We maken een afspraak om samen een keer wat experimenten te doen. Zo hoort wetenschap te werken; ik raak er enthousiast van. Jason duidelijk ook en hij nodigt me uit om eens langs te komen op zijn studiesite in Thailand.

Tijdens een minder interessant deel van de vergadering bekijk ik mijn email en zie een bericht van een redacteur van het tijdschrift Nature. Zij mailt dat ze eerder deze maand een presentatie van mij heeft gezien op een congres in Heidelberg en het een interessant verhaal vond. Zo interessant dat ze vraagt of ik een overzichtsartikel over het onderwerp wil schrijven voor het blad Nature Reviews in Microbiology. Dat is een goed gelezen tijdschrift dus ik ga graag in op de uitnodiging. Het betekent wel dat ik nog aardig wat schrijfwerk voor de boeg heb in de komende drie maanden. Ze wil het stuk eind augustus ontvangen. Blijkbaar doen redacteurs niet aan zomervakantie, of verwachten ze niet dat onderzoekers dat doen.

Lees verder deel 2

 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken