De Jonge Akademie

Ga direct naar de inhoud
Ga direct naar de site navigatie
Ga direct naar zoeken

Week 28: dagboek van Beatrice de Graaf

3 april 2013

Beatrice de Graaf. Foto: Henk ThomasWeekdagboek van een wetenschapper: Beatrice de Graaf (UL) van 18 tot en met 22 maart 2013. Beatrice is een toonaangevend pionier op het gebied van nationale veiligheid en internationale betrekkingen.

Caveat: Hoewel het de bedoeling is dat deze dagboeken een inkijk geven in een representatieve week van een onderzoeker, is deze week in mijn onderzoeksleven volstrekt niet als ‘normaal’ te kwalificeren zoals u zult zien.

Maandag

De kop is eraf. Drie kids aangekleed, gedeeltelijk weggebracht en zelf ook nog de trein van 8.30 gehaald, dat lukt niet iedere maandag. Vervolgens – grote uitzondering! – via de kapper naar de universiteit, in mijn geval de Haagse Campus van de Universiteit Leiden. De kapper is eigenlijk een beeldhouwer, maar hij knipt soms mensen in zijn atelier. Omdat ik vrijdag mijn oratie heb en een zeer kunstzinnige vriendin mij deze tip gaf, zit ik hier. Maar wil ik eigenlijk wel dat mijn haar geknipt wordt door een bijklussend beeldend kunstenaar? Het gaat goed. In plaats van over het weer praten we over de spanning tussen politiek en kunst en dat bijna geen kunstenaar erin slaagt zowel een poëtisch als politiek statement te maken, Beuys en Kiefer uitgezonderd. Tinkelbell is volgens de kapper onzinkunst. Om 10.30 denken mijn medewerkers dat er iemand anders achter mijn bureau zit, maar ik ben het zelf.

Van 13 tot 15u heb ik het laatste college van deze reeks. Het was een ‘uitdagende groep’: pas na één bijeenkomst bleken zich niet 16 maar 63 studenten te hebben ingeschreven voor de cursus ‘security in historical perspective’. Achtergronden variëren van Nigeria tot het politiekorps van Rotterdam, van historici tot antropologen en bestuurskundigen. De Nigeriaan in het gezelschap is eigenlijk uit de cursus gezet omdat hij vier van de zeven bijeenkomsten had gemist. Maar hij verscheen vorige week in driedelig zwart pak met hoedje, maakte een buiging en gaf me een handkus. Tja. Vandaag onthult hij tijdens de les dat hij eigenlijk politieman in Nigeria is en zijn scriptie gaat schrijven over de terroristische organisatie Boko Haram. Hij kent nog wel wat terroristen die hij gaat interviewen, aangezien hij ze zelf in de gevangenis heeft gezet. Toch wel goed dat we hem alsnog een kans hebben gegeven om het vak af te maken.

Om vier uur heb ik mijn oratie gehouden, als proef, voor een select gezelschap van collega’s. Precies 44 minuten en 50 seconden. Maar dat lukte alleen omdat ik in sneltreinvaart door de tekst raffelde. Dat moet dus anders. We gaan slokjes water inplannen, om gedwongen pauzes te maken. Daarna door naar het afscheid van twee collega’s, waarvan één mijn eigen aio Coreline. Haar contract loopt af, maar haar proefschrift is nog niet helemaal klaar. Haar kennende zal ze de deadline van 19 april met vlag en wimpel halen, ik heb nog nooit iemand met zo’n militaire precisie zien werken. Hopelijk gaat de leescommissie akkoord, dan hebben we dit jaar nog een promotie.

Daarna halsoverkop naar huis, nog net op tijd voor de baby, die ik met zes maanden toch nog graag een tijdje zelf wil voeden. Dat is gelijk een goede reden om niet altijd de avonden vol te plannen. Helaas zijn de winkels al dicht, terwijl ik nog een panty moet scoren.

Dinsdag

Opnieuw gelukt met de timing. De oudste op school afgeleverd, de jongste twee zijn thuis. De oppas uit Turkmenistan is vandaag vrij omdat haar jongste zoon trouwt, een feest waar wij later op de dag ook nog naar toe zullen gaan. We hebben deze familie van inmiddels ingeburgerde en genaturaliseerde politieke vluchtelingen jaren geleden leren kennen en zijn onder de indruk van hun veerkracht. Ze hebben de taal geleerd, een studie gedaan, eigen bedrijfje opgezet en daarbij vooral hun levenslust en Turkmeense humor en gastvrijheid behouden. Maar goed, door die trouwerij hebben we vandaag geen oppas, dus met kunst en vliegwerk worden de gaten gedicht. De driejarige kleuter mag haar Sneeuwwitje-jurk combineren met bouwhelm en paarse legging als ze verder niet protesteert terwijl ik de drukproeven van de oratie corrigeer. Wat een vervelend werk is dat altijd, alle cursiveringen en witregels zijn weggevallen.

Gelukkig ben ik net op tijd klaar om naar Amsterdam af te reizen voor de vergadering van De Jonge Akademie, en aansluitend de installatie van de tien nieuwe leden van dit jaar bij te wonen. Ik schaam me, want ik heb de commissievergaderingen gemist. Een paar seconden nadat ik in het plenaire gedeelte binnenval, is het wetenschapsbeleid aan de orde, dat komt goed uit. Bestuurslid Appy Sluys en Lieven Vandersypen hebben een verhelderend stuk geschreven waarin zij de misvattingen aan de kaak stellen die de debatten over de topsectoren teisteren. Kortweg: fundamenteel en toepassingsgericht onderzoek moeten niet op één as tegenover elkaar gezet worden, maar in een matrix worden geplaatst van twee assen (pragmatisch/fundamenteel en toepassingsgericht/nieuwsgierigheidsgedreven), die leiden tot vier kwadranten. In de huidige situatie wil het bedrijfsleven alleen maar investeren in het pragmatisch/toepassingsgerichte kwadrant, beweert Economische Zaken dat fundamenteel onderzoek wel degelijk wordt gefinancierd maar trekken alle drie de andere kwadranten aan het kortste eind. Jammer dat de installatie van de nieuwe leden niet live wordt uitgezonden en dat niet alle actoren in dat topsectorendebat worden gedwongen ernaar te kijken. Wat een elan, gedrevenheid en talent: van onderzoek naar verspreiding van malaria (hoezo staat toepassingsgericht tegenover nieuwsgierigheidsgedreven of fundamenteel?), naar bestudering van wetenschapsfraude in de 19e eeuw, alle onderwerpen en presentaties (van 3 minuten!) zijn even vindingrijk en boeiend.

Ik moet weer hollen om de trein te halen (geen tijd om een panty te kopen), het gezin pikt me op op een klein stationnetje, en we rijden met z’n allen naar het éénkamerappartement van de zoon van de oppas die daar zijn bruiloft viert. De mannen staan in het tuintje van twee bij twee te barbecueën, de vrouwen zitten binnen vol schalen overdadige hapjes te kletsen in een mengelmoes van Russisch, Dagestaans en Nederlands. De bruid is zwanger van de derde, hoe ze dat allemaal in dat flatje gaan regelen? Onze kinderen kunnen zich dankzij de oppas prima verstaanbaar maken, wij met handen en voeten. We krijgen een lading pelmeni en hapjes in druivenbladeren mee naar huis, heerlijk. Toch ga ik daarna nog even hardlopen, in de vage hoop dat dat nog wat uithaalt voor vrijdag.

Woensdag

Vanochtend had mijn echtgenoot 39,5 koorts, terwijl het eigenlijk zijn ‘oppas-dag’ is. Wat nu? Om half elf komt het NRC voor een interview, persberichten en verkorte versies van de oratie moeten de deur uit en de tweede drukproeven moeten worden gecorrigeerd. Dochter nummer 1 mag spelen bij een vriendinnetje, dochter nummer 2 mag even bij de buren, en de baby moet maar even in zijn wiegje blijven met de babyfoon uit (dan horen we hem niet). Gelukkig bemannen collega’s Liesbeth, Daan en Susanne het moederschip in Den Haag. Het interview loopt uit, de buren vragen of ze dochter 2 ook brood moeten geven. Gelukkig slaapt de baby nog. Nadat het interview is afgelopen (dat wat mij betreft buitengewoon geanimeerd en van de kant van wetenschapsjournalist Dirk Vlasblom heel goed geïnformeerd verliep), heb ik nog twee uur om de oratie in te korten en de tafelschikking te maken. Dat laatste is bijna nog moeilijker dan het eerste.

Dochter 1 opgehaald. Ze loopt op haar gymschoenen want strompelde rond op haar laarsjes, aldus de juf. Dus moeten we ook nog om vier uur de stad in om schoenen te kopen voor dochter 1 en dus ook maar dochter 2, want die kan niet alleen thuis blijven. De glitterschoenen die licht geven als je erop stampt kunnen we niet kopen, ‘want anders hebben we geen centjes meer voor de grote vakantie’. Zwaar geschut, maar anders lukt het niet binnen een paar minuten.

Inmiddels heb ik meerdere telefoontjes gemist uit Hilversum. Het gaat om de dood van een 20-jarige Delftse jongen, Mourad M., die in Syrië ging vechten. Vanuit ons Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme hebben we met collega’s vorige week meerdere malen commentaar geleverd op de verhoging van het terrorismeniveau in Nederland. We merkten toen op dat het veiligheidsrisico in eerste instantie voor deze jonge jihadreizigers zelf gold. Dat is nu helaas een tragische waarheid geworden. Maar vandaag zie ik geen kans hier dieper op in te gaan, ik verwijs de bellers door naar mijn collega’s. Er zijn gelukkig ook een paar onderzoeksjournalisten van de Volkskrant en NRC mee bezig. Het blijft wel belangrijk het fenomeen ‘jihadreizigers’ in perspectief te zien, te vergelijken met trends in het buitenland en zoveel mogelijk bronnen aan te boren. Dus ik probeer ook nog wat buitenlandse media en blogs te lezen, een wijkagent aan de lijn te krijgen en een contact in het jongerenwerk in een grote stad te pakken te krijgen.

Nog even boodschappen doen bij de Albert Heijn (geen panty’s, AH-panty’s vertrouw ik niet) waar het helemaal uitgestorven is op Paul Schnabel na. Ik groet hem voordat ik besef dat hij mij waarschijnlijk niet kent. Stom. Dat is me onlangs ook overkomen toen ik in Berlijn mijn favoriete Tatort-acteur tegen het lijf liep. Wat voel je je dan provinciaals. Nu nog wat werken aan het inkorten van mijn oratie. Elke alinea extra eruit kost me meer moeite. Vriendin Greetje had vandaag ook voor het eerst haar toga aan, bij een pleidooi als advocate in Brussel. Ze smst dat ze het heeft doorstaan en vrijdag vroeg komt om met ons mee te gaan, hoera. Nog even alle boterhammen smeren voor morgen, babyknuffelen en dan naar bed.

Donderdag

Dochter 1 naar school, dochter 2 en de baby naar de crèche...Vandaag moet ik om 13u opdraven op de school van dochter 1, om met 90 kleuters paasliedjes te oefenen op de piano. Want op de pabo’s krijgen de juffen niet meer verplicht muziekles. En ik hamer er immers voortdurend op tijdens de ouderavonden dat ik muziek zo belangrijk vind voor kinderen, dus dan moet je die prioriteit zelf ook in de praktijk brengen. Met vijf jaar vindt je dochter het bovendien nog stoer dat mama op school piano komt spelen, over twee of drie jaar niet meer. Dus vooruit. Samen met een andere moeder leren we 90 vals zingende kindjes bij een dito piano een paar paasliedjes. We worden er allemaal blij van.

Opnieuw aan de oratie schaven. Ik haal mijn zieke echtgenoot over om nog een laatste keer naar een proeflezing te luisteren. Ik zit inmiddels op 47 minuten, maar wel veel te snel uitgesproken. Er moeten dus nog een keer twee pagina’s af. Maar welke? Het is een onmogelijke opgave. Ik wil mijn directe collega’s vanuit de historische wetenschap toespreken, maar niet over het hoofd van mijn vrienden en familie heen praten, en tegelijkertijd ook het verzamelde veiligheidsapparaat nog iets meegeven. Nu moet ik eigenlijk ook nog een artikel afmaken en twee andere peer reviewen. Maar ik kan me niet meer concentreren. Wat nu? Nadat ik naar de Bijenkorf ben gefietst voor professorabele panty’s, heb ik weer wat inspiratie. Ik besluit de geschiedenis van herkenning en registratie in de 17e en 18e eeuw in te korten en op te offeren aan de handreiking voor het heden. Veiligheid moet als tweezijdig oogmerk terug in de Grondwet wat mij betreft. Dat was zo tussen 1798 en 1983, en is als oogmerk van ‘de maatschappelijke vereniging’ van burgers in een staat alleen nog in de eed bij het aanvaarding van het koningschap opgenomen. Dat moet anders. Wanneer we voortdurend allerlei veiligheidsbepalingen, -wetten en maatregelen invoeren moet ergens goed verankerd staan waartoe dat allemaal dient: namelijk voor de veiligheid en bescherming van grondgebied, democratische rechtsorde én autonomie van de burger. Dus de veiligheidsmaatregelen mogen zelf niet de autonomie, d.w.z. de integriteit van de persoonlijke levenssfeer en het lichaam van die burger nodeloos gaan uithollen.

Van vroeg naar bed gaan komt niets. Samen met mijn man drinken we ons moed in voor de volgende dag.

Vrijdag

Het uur u is aangebroken. Kind 1 naar school, kind 2 alvast gemasseerd dat ze vanavond een filmpje mag kijken en een pizza met de oppas mag bestellen (‘die komt op een scooter!’), om de pijn weg te nemen dat de oudste zus wel mag naar de oratie. De baby wordt nog even uitgebreid gevoed en geknuffeld, want die zie ik verder vandaag ook niet meer.
De toga en de baret hangen klaar, een extra panty in mijn tas, nog even naar de stad fietsen om cadeaus voor mijn onmisbare assistentes en ceremoniemeester, alsmede voor de pedel te kopen, en dan ben ik er klaar voor. Mijn hoogzwangere vriendin uit Brussel is gearriveerd, zij zal samen met een andere, even hoogzwangere  vriendin, vanavond een stukje muziek spelen tijdens het diner. Ik heb voor vriendin 1 de Frans-Nederlandse bruiloft in Brussel mogen begeleiden als ceremoniemeester, voor vriendin 2 heb ik haar bruiloft met een fagot luister bij gezet, dus we houden elkaar fijn bezig. Ze hebben precies hetzelfde zwangerschapsjurkje aan, met eendere, prachtige, buik, dus het is net alsof ze altijd zo optreden.

In Leiden is het ijs- en ijskoud. En met de zenuwen erbij doe ik niets anders dan klappertanden. Gelukkig mogen we ons in een zijkamertje voorbereiden op het Grote Moment. Mijn ouders komen erbij, dochter 1 is helemaal opgewonden en ligt in een deuk omdat mama erbij loopt als de dominee. Als ik nog even mijn handen ga wassen staat het academiegebouw al vol met mensen, inclusief onze echte dominee. Mijn assistenten hebben een lijst met foto’s van prominenten die op de voorste rij moeten worden gezet, en een lijstje met personen die er niet in mogen, omdat ze bij ons centrum als stalkers bekend staan. Ik moet het van me af zetten, maar eventjes maak ik me nog zorgen of de lijsten niet per ongeluk verwisseld worden en het hoofd van de veiligheidsdienst naast onze stalker-van-dienst komt te zitten. Maar het valt mee. De nationale coördinator terrorisme-en veiligheid zit aan de ene kant naast de directeur van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, en aan de andere kant naast mijn tante Tineke.

Om vier uur word ik opgehaald door mijn directeur, Edwin Bakker en collega hoogleraar Jaap de Hoop Scheffer. Het is wel een erg aardig gebruik in Leiden dat de kersverse hoogleraar eerst wordt toegesproken door de rector, in aanwezigheid van het cortège, voordat de oratie in de aula begint. Dat breekt het ijs en geeft een persoonlijke noot. Maar de zenuwen zijn niet meer in te tomen, ik moet mijn best doen om niet te gaan klappertanden. De nieuwe rector, Carel Stolker, heeft een heel mooi, gedetailleerd verhaal. En dan is het zover. We lopen onder orgelbegeleiding met de hele stoet hoogleraren en wat naaste collega’s de aula in, en ik neem plaats op het spreekgestoelte. Wat een ervaring, om zoveel mensen te zien zitten die ik allemaal ken, en die allemaal zijn gekomen om te luisteren naar mijn verhaal. Ik moet me goed vasthouden om niet duizelig te worden. Maar een paar gezichten springen eruit en lachen me toe. En dochterlief op de eerste rij laat haar hele rol snoepjes vallen en kijkt schuldbewust omhoog. Nu begint het. Het wetenschappelijke verhaal over herkenning en registratie van personen van de vroegmoderne tijd tot het heden eindigt met een persoonlijke noot over de subjectieve betekenis van namen en naamgeving (in tegenstelling tot de objectiverende, veiligheidstechnische). Ik eindig met een gedicht van Neeltje Maria Min dat uitdrukt waar het echt om gaat, op deze dag, in het leven:

Mijn moeder is mijn naam vergeten,
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Voor de hele oratie zie: https://openaccess.leidenuniv.nl/bitstream/handle/1887/20648/Oratie%20de%20Graaf%20B.pdf?sequence=2

En dan is het alweer gebeurd: “Ik heb gezegd”. De lezing ging als een roes voorbij, het handen schudden ook. Drie uur later kan ik nauwelijks meer op mijn nieuwe hakken staan. Alles ging goed. De Griekse jazzband zorgde voor sfeer, de stalkers zijn niet op komen dagen, mijn dochter vond het geweldig en is inmiddels met de buren mee naar huis. Alle vrienden en familie waren er, en ook de collega’s hebben zich volgens mij goed vermaakt.

Voor het diner gaan we met een grote groep naar het Prentenkabinet. Ook daar pakt de tafelschikking goed uit en wordt het een gezellig geroezemoes. Greetje en Agnes spelen de sterren van de hemel. De toespraakjes zijn kort en krachtig, de vice-rector Simone Buitendijk houdt een vlammend pleidooi voor minder ‘middelbare blanke mannen’ en meer vrouwen in de wetenschap. Hear, hear. De speech van manlief is de allerleukste. Ik kan het met niet eens meer goed allemaal herinneren, daarvoor moet ik eerst de foto’s nog eens terugzien van de dag. Maar aan elke tafel zitten er leuke mensen en worden er geanimeerde gesprekken gevoerd, over BMW’s, terroristen, baby’s, Duitsland of mensenrechten. Bij iedereen zou ik wel even aan willen schuiven. We eindigen na het diner nog in een barretje, ergens aan het Rapenburg, met de jongere garde collega’s. Ceremoniemeester Liesbeth is terecht apetrots. Wat een prestatie heeft ze afgeleverd, er is niets, maar dan ook helemaal niets verkeerd gegaan, en alles liep gesmeerd. Om twee uur zijn we thuis, waar we nog net wat uurtjes slaap kunnen pakken voordat de baby om 6:15 zijn aandacht weer zal opvragen. Opgelucht en vooral innig dankbaar vallen we in slaap.


 


Ga terug naar de bovenkant van deze pagina
Ga terug naar de inhoud
Ga terug naar de site navigatie
Ga terug naar zoeken